hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

De Tien Geboden als Mythe

08 juni 2012


I

k heb het hier niet over een mythe die in de bijbel staat, maar over een mythe van onze tijd, die luidt dat de Tien Geboden een belangrijke rol hebben gespeeld in de ethische ontwikkeling van de mensheid. De mythe dus, dat we schatplichtig zouden zijn aan een zogenaamde "judeo-christelijke traditie" voor onze moderne ethiek. Dit is niet zonder belang. Heeft de bijbel de richting van de samenleving bepaald in zijn eigen tijd, zodat hij vandaag nog steeds een richtsnoer is voor individuele, culturele of politieke verbeteringen - of zijn we op onszelf aangewezen?

§

Robert G. Ingersoll (in About the Holy Bible) stelde vast dat

sommige christelijke rechtsgeleerden - waaronder beroemde en domme rechters - hebben beweerd en beweren nog dat de Tien Geboden het fundament vormen voor alle wetten.

Het is best mogelijk dat de kruistochten, de brandstapels, de heilige oorlogen, de folteringen en terechtststellingen, de plundering van werelddelen etc... niet betekenen dat christenen bloeddorstiger zijn dan anderen. Maar het is niet mijn bedoeling dergelijke cynische wedstrijd te beginnen. Waar het mij om gaat, is aan te tonen dat de bijbel geen hogere morele richtlijnen bevat, en dat niet af te leiden valt uit de Tien Geboden dat joden, christenen of moslims per sé hogere morele richtlijnen volgen.

Alles wat we vooruitgang noemen - het einde van de slavernij, van uitbuiting, het terugdringen van de doodstraf en van lijfstraffen, de achting voor vrouwen, de vrijheid van meningsuiting, het recht op een persoonlijk geweten, kortom alles wat de mensen bereikt hebben als beschaving en ontwikkeling, werd bereikt ondanks de bijbel.

Cultuurhelden

Ooit vroegen mensen zich af waar hun aloude ambachten, wetten en waarden vandaan kwamen. Een verklaring die op alle werelddelen opgeld maakte, was dat ze aan mensen geschonken werden door mythische helden of goden. Mozes was zo'n cultuurbrenger, net als Numa, Solon, Lycurgus, Romulus, Mbega, Theseus, Osiris, Koning Arthur. Legendes over cultuurhelden mengen dikwijls historische feiten(een volksverhuizing, een milieuramp, een volksopstand) met fantastische verklaringen van wat zich dagelijks afspeelt.

Kibwebanduka van de Wazaramo bijvoorbeeld doet erg aan Mozes denken. Hij leidde zijn stam naar hun huidige woongebied nabij de Tanganyaka-meren, waar hij de kannibalistische Akamba zou verdreven hebben. Men zegt dat de voetsporen van Kibwebanduka en zijn hond nog steeds zichtbaar zijn in de rotsen. Andere Bantoestammen hebben gelijkaardige helden uit de tijd van hun grote migraties naar het zuiden, in de zeventiende eeuw oj. Ze leerden hun volk honden temmen en het land bebouwen, en verjoegen vijanden, wilde dieren en monsters net als Theseus.

De geboden van de bijbel

De "Decaloog" verschijnt het eerst in het bijbelboek Exodus. Hij vangt aan met 4 religieuze geboden (Exod. 20:2-9): aanbid geen andere goden; aanbid geen beeltenissen; gebruik mijn naam niet lichtzinnig; houd de sabbat.

In Exod 20:5 (en later nogmaals in Exod 34:7 en Deut.5:9) worden deze geboden op scherp gesteld:

Want ik, de Heer uw god, ben een jaloerse god, die het onrecht van de vaders zal wreken op hun kinderen, tot de derde en vierde generatie, van hen die mij haten
En in Exod (22:19):
wie tot een andere god offert dan mezelf, zal volledig vernietigd worden.

In Exod. 20:12-17 wordt de Decaloog vervolledigd met zes ethische geboden : eer je vader en je moeder; bega geen moord; pleeg geen overspel; steel niet; beschuldig niemand op valse gronden; zet je zinnen niet op het huis van een ander, ook niet op zijn vrouw, zijn slaaf of slavin, zijn koe of zijn ezel, of op iets anders dat van hem is.

Er staan 613 geboden in de bijbel. Daaronder geen verbod op verkrachting, kindermisbruik, geweld, het slaan van vrouwen, foltering etc... wel leest men in Exodus dat als een slaaf een kind krijgt, de meester de slaaf, de moeder en hun kind afzonderlijk mag verkopen (21:4); verkoopt iemand zijn dochter als slavin, dan kan ze niet vrijkomen zoals de mannelijke slaven(21:7); als haar meester haar als vrouw wilde, maar zij beviel hem niet, dan moet hij haar laten terugkopen (21:8); slaat iemand een van zijn slaven met een stok en bezwijkt die slaaf na een of twee dagen, dan wordt de eigenaar niet gestraft (21:8); als een stier iemand doodt gaat de eigenaar vrijuit, maar de stier zal dood gestenigd worden (21:28).

In het latere boek Deuteronomium worden de tien geboden herhaald, maar wordt de vrouw niet meer samen met slaven en huisdieren genoemd. Wel bevat het boek verduidelijking van de uitverkoren status van de kinderen van Israël. De bijbel is gevuld met verhalen over een volk dat meende uitverkoren te zijn (Deut. 7:6) en door zijn god werd opgedragen om het "beloofde land" met geweld af te nemen van haar oorspronkelijke bewoners. Onder dit goddelijke mandaat werden de stammen van Canaan uitgemoord, inbegrepen kinderen en baby's, en werd niets in leven gelaten dat kon ademen.(Deut. 20:16).

De genocide begon met de Israëlitische tocht naar het "beloofde land" en ging verder nadat het land was bezet. Naar goddelijk gebod (Num. 31:1-2) werden duizenden vrouwen en kinderen gevangengenomen, en beval Moses zijn officieren al de mannelijke kinderen en niet maagdelijke vrouwen te doden, maar de maagden voor zichzelf te nemen (Num.31:17-18). Vier eeuwen later geloofden de Israëlieten dat hun god had opgedragen de Amalekieten uit te roeien, opnieuw kinderen en baby's inbegrepen(1 Sam. 15:2-3.)

Zie ook het bijbelboek Joshua 11:15;10:40; 11:11,14,20....

Het verhaal van de Amalekieten werd eeuwenlang gebruikt om genocides te rechtvaardigen. Professor Philip Jenkins (Laying Down the Sword: Why We Can't Ignore the Bible's Violent Verses, Harper & Collins 2011) meldt dat de puriteinen zulke bijbelpassages gebruikten om zich van indianenstammen te ontdoen. Katholieken gebruikten ze tegen protestanten en protestanten tegen katholieken. In Ruanda in 1994, werd het gebruikt door Hutu predikers om hun Tutsiburen uit te moorden. Het gebod "bega geen moord" en "begeer niemands eigendom" gold blijkbaar niet als de benadeelden geen "goede" gelovigen waren.

Vanaf de herfst van 2012 zullen meer dan 100.000 Amerikaanse kinderen tussen 4 en 12 op publieke scholen in de USA lessen ontvangen over Saul en de Amalakieten, in het kader van een naschoolse bijbelstudieweek georganiseerd door de fundamentalistische "Good News Club". (http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2012/may/30/christian-fundamentalists-plan-teach-genocide)

De Movement for the Restoration of the Ten Commandments of God, opgericht in de jaren 1980 als afsplitsing van de katholieke kerk, leidde tot een massamoord in 2000, toen het voorspelde einde der tijden uitbleef.

Robert G. Ingersoll (in About the Holy Bible):

Alle van de Tien Geboden die goed zijn, waren oud; al die nieuw waren, waren dwaas. Als Jehova beschaafd geweest was, had hij het gebod over de sabbat weggelaten, en in de plaats gezegd:"maak uw medemens niet tot slaaf." Hij zou die over meineed weggelaten hebben en beter gezegd: "een man zal maar een vrouw hebben, en een vrouw een man." Dan zou hij ook niet over afbeeldingen gesproken hebben, maar gezegd: "voer geen uitroeiingsoorlogen, en gebruik het zwaard enkel ter verdediging."

Gedragscodes in andere beschavingen

Sir James Frazer schreef in The Golden Bough:

Deze geboden van Israël zijn taboes van het bekende type in primitieve religies, vermomd als geboden van een stamgod

De Tien Geboden werden op schrift gesteld in de zevende eeuw of later. Vele eeuwen daarvoor bestonden er al ethische wetten in Egypte en Mesopotamië.

Het Egyptische dodenboek, dat werd meegegeven met overledenen vanaf 1600 voj, omvatte de formule: ik heb geen onrecht gedaan; ik heb niet geroofd; ik ben niet hebzuchtig geweest; ik heb niet gestolen; ik heb geen mensen gedood; ik heb de korenmaat niet verkleind; ik heb geen leugens gesproken.

In de wetten van Hammurabi (ca. 1780 voj) en andere geschiften uit Mesopotamië staan regels over moord, incest, verkrachting, bedrog, diefstal etc...

In Perzië was rond de tijd van de Tien Geboden de leer van Zoroaster in opmars. Sommigen joodse, Arabische en christelijke bronnen beweren zelfs dat Zoroaster dezelfde persoon is als Baruch, de klerk van Jeremiah, de auteur van Deuteronomium. Er zijn verzen in de Avesta (Yasna's) over het spreken van de waarheid (31:19); over eerlijkheid (46:12); over het breken van beloftes (61:3); over eerbied voor ouderen (29:6); over hebzucht (16:8), etc...

De Vijf Voorschriften van het boeddhisme en taoisme dateren van ongeveer dezelfde tijd als de Tien Geboden. Net als de Mesopotamische wetten worden ze niet als goddelijke geboden voorgesteld: ze zijn seculier, omdat hun morele kracht de regels van particuliere godsdiensten overstijgt, zonder bepaalde goden te bevoordelen of te verwerpen; en omdat hun doel een goede samenleving is, en niet onderwerping.

Deze Vijf Voorschriften luiden: niet doden; niet nemen wat niet gegeven is; zich onthouden van seksueel wangedrag; niet liegen; geen gegiste dranken nuttigen.

Robert G. Ingersoll besloot (About the Holy Bible):

Lang voor de Tien Geboden werden gegeven waren er wetten in Indië en Egypte - wetten tegen moord, meineed, diefstal, overspel en bedrog. Zulke wetten zijn zo oud als de menselijke samenleving; zo oud als de liefde voor het leven; zo oud als nijverheid, als de idee van vooruitgang; zo oud als mensenliefde.

Biologie van de Tien Geboden

De sociale ethiek van de Decaloog is niet bijbels, ze is algemeen menselijk en bestaat zolang er mensen bestaan. Maar als mensen heel en al tot de natuur behoren, en tot niets anders, moeten we dan niet in de natuur speuren naar de oorpsrong van de menselijke ethiek? Dat heeft Dr. W. Wickler gedaan in zijn boek Biologie van de Tien Geboden. Eruit blijkt dat zowel de geboden als de overtredingen algemeen zijn in de natuur.

Bijen doden geen soortgenoten van de eigen bijenkorf, maar zijn genadeloos voor vreemden.

Het voeden met de bek van jongen heeft bij insecten, vogels, roofdieren en apen geleid tot partnerbindende rituelen als snavelen of kussen. Ook copulatie kan bindend werken. Zo doen bavianen aan coïtus interruptus.

Merels en zanglijster hebben een waarschuwingsroep om soortgenoten te waarschuwen als een roofvogel nadert, maar kunnen dezelfde roep gebruiken om soortgenoten te verjagen als ze een smakelijke worm gevonden hebben.




Tags: Ethiek, Pacifisme, Religie, Samenleving, Seculariteit

Zie ook het archief