hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Waarom Europa

11 juni 2012


rtWaarom zijn wij Europeanen toch zoveel slimmer, mooier, rijker en machtiger dan al de anderen? De vraag is onontkoombaar voor elk imperium of elke beschaving die ooit haar kortstondige gouden eeuw bereikte.

Vervang "Europa" door "Thebes", "Zimbabwe", "ZhengZhou", "Babylon", "Theotihuacan" etc... en je vindt mythes die verklaren waarom X zoveel slimmer, mooier, rijker en machtiger was dan al de anderen; hoe hun unieke bestaan door de goden gepland was en zou duren tot het einde der tijden.

§

Je kan de literatuur over de vraag "Waarom Europa" grofweg scheiden in zulke exceptionalistische mythes aan de ene kant, en in meer wetenschappelijke studies anderzijds, terwijl een grondiger lezing zal opleveren dat er ook mengvormen voorkomen. Mijn mening is die van Stephen Gould: er gebeurt veel in de natuur wat helemaal niet hoefde te gebeuren, en een klein verschil kan leiden tot grote veranderingen. Gould noemde dit roulettespel van het leven "contingency".

Een voorbeeld: is de ontdekking van Amerika: stom geluk en een misrekening voerde Columbus naar een nieuw werelddeel; door stom geluk bleek dit werelddeel bergen makkelijk te roven goud te bevatten. Als dat goud er niet was geweest, had de Europese economie nooit haar huidige expansie gekend.

Een ander voorbeeld: hoe zou de geschiedenis van Europa verlopen zijn als Afrika, onuitputtelijk bron van slaven, niet aan de overzijde van een rustige binnenzee had liggen wachten?

Europees exceptionalisme

De hedendaagse kampioen van het Europese exceptionalisme is zonder twijfel David Landes, met zijn boek "The Wealth and Poverty of Nations: Why Some Are So Rich and Some So Poor". Het boek bevat niets nieuws en is veeleer een encyclopedie van eeuwenoude vooroordelen, doorspekt met sneren naar wie het waagt te twijfelen aan de uitzonderlijke kwaliteiten van Europeanen.

En het werd uiteraard op gejuich onthaald.

"The Wealth and Poverty of Nations" verklaart het Europese succes aan de hand van unieke culturele waarden, instellingen en politieke wedijver. Het mirakel was volledig veroorzaakt door de puike eigenschappen van de Europeanen zelf, in weerwil van een onbekwame maar des te jaloerser wereld. Landes:

De kern van de zaak is het maken van een nieuw soort mens - rationeel, ordelijk, ijverig, productief. Deze deugden, hoewel niet nieuw, waren zeldzaam. Het protestantisme verspreidde hen onder haar gelovigen...

Als Landes de aloude frase herhaalt dat de tropen mensen lui maakt, laat hij genoeg ruimte voor een racistische interpretatie.

Nog meer vreten voor neo-cons volgt wanneer hij in navolging van Max Weber het Europese succes aan de arbeidsethos van de calvinisten wijdt, je weet wel, die calvinisten die zo'n hoge arbeidsethos hadden dat ze miljoenen zwarten importeerden om voor hen te arbeiden.

Landes onderscheidt drie judeo-christelijke verklaringen voor het "Europese mirakel":

De eerste verklaring is volgens hem het judeo-christelijke respect voor handenarbeid. Als "bewijs" verwijst de historicus naar Genesis, waar Yaweh aan Noa beveelt een ark te bouwen. Nu weten bijbellezers hoe Noa er een gedetailleerd bouwplan bij kreeg, en hoe wat later de goden razend kwaad werden toen mensen besloten op eigen initiatief een toren te bouwen in Babylon.

Profeten en prelaten hebben in hun preken Genesis nooit aangehaald als een lofzang op arbeid, initiatief of vernieuwing. Van het Paradijs tot Babel werden mensen voorbeeldig gestraft voor de minste zonde van nieuwsgierigheid, trots of ambitie.

De tweede verklaring is de judeo-christelijke onderwerping van de natuur aan de mens.

Maar de onderwerping van de natuur - landbouw - bestond op alle werelddelen duizenden jaren voor de bijbel geschreven werd.

Landes meent een "bewijs" te zien in het animisme, dat volgens hem de hele wereld, behalve de geniale christenen, in haar macht hield. Maar tot de achttiende eeuw werden Europese mijnen verlaten omdat er boze geesten in leefden, en nog in de tijd van Erasmus schreef de Paus een voorwoord voor de Malleus Maleficarum (een handboek voor heksenvervolgers) waarin hij erop wees dat boze geesten bezit konden nemen van een lange lijst dieren en planten.

De derde verklaring is het judeo-christelijk besef van een lineaire tijd. Daarmee wordt gedoeld op de bijbelse leer dat de wereld geschapen is en zal vergaan - niet echt een stimulans voor genialiteit lijkt me.

Cyclische tijd, de tijd van planeten en seizoenen, is de tijdsopvatting van jagers en landbouwers, ook in ontwikkelde beschavingen. De lineaire tijdsopvatting is ontstaan met het koningschap: het werd aan paleizen de gewoonte de tijd te rekenen in jaren sinds de laatste troonsbestijging. Wanneer koningslijsten werden opgesteld (de oudste dateren uit de eerste Mesopotamische beschavingen) werden koningsjaren samengevoegd tot lineaire tijd. Het zijn de Perzische zoroastriers die het eerst een lineaire wereldgeschiedenis bedachten.

Een wetenschappelijker geschiedschrijving

Het exceptionalisme werd om. bestreden door André Gunder Frank, R. Bin Wong en en Kenneth Pomeranz. Om een lang verhaal (dat op wiki te lezen staat) kort te maken hier wat Marc Ferguson schreef in zijn artikel "why the west?":

Het werk van Frank, Wong en Pomeranz dragen naar mijn mening alledrie bij aan de discussie en bieden nuttige inzichten en methodes. Een integrerend perspectief toont ons de Afro-Eurazische wereld, en na 1500 een globale wereld, als een geheel.

Frank heeft een punt dat er geen Europese of Aziatische technologieën waren. De geschiedens toont dat technologie zich over de Euraziatische landmassa's verspreidde; en onafhankelijk van waar een vernieuwing oorspronkelijk verscheen, werd ze opgenomen waar ze nuttig was. Kon technologische en commerciële ontwikkeling een kritische massa bereikt hebben waardoor een grens overschreden werd? Hebben zekere historische contingenties ertoe geleid dat Europa, of beter Engeland een startpunt bereikte? Het lijkt nuttiger om de Europese expansie in de globale context te plaatsen, en de industriële revolutie te bezien als een globale transformatie. Dit laat ons toe de Europese technologische en economische veranderingen te zien binnen de grotere context van wereldwijde economische en culturele uitwisseling. Uiteraard is Frank in de minderheid als hij een wereldsysteem ziet dat al bestaat sinds de oudheid, en het concept van een wereldsysteem sinds de vroege moderne tijd zonder Europees overwicht is door vele historici afgewezen. Anderzijds lijkt het bewijsmateriaal voor netwerken van handel en contacten doorheen Eurazië overweldigend. Zelfs in periodes waarin dat contact verzwakte, bijvoorbeeld na de van van het Romeinse of het Han-imperium, stopten contacten nooit volledig. Het werk van Janet Abu-Lughod over economische systemen in Eurasia laat ons toe netwerken te zien tussen economieën, zelfs waar geen volledig geïntegreerd wereld-systeem aanwezig is.

Het werk van historici als Frank, Wong, Pomeranz en Goldstone hebben tenminste belangrijke vragen opgeworpen over het Westerse exceptionalisme, en hebben methodes voorgesteld die ons toelaten betere vragen te stellen dan "waarom is het Westen uniek?". De belangrijkste vernieuwing in deze nieuwe bijdragen tot het debat zijn de analyse methodes van Wong en Pomeranz. Deze methode - "reciprocal analysis" - laat ons toe vergelijkingen te maken vanuit verschillende perspectieven, veeleer dan samenlevingen te meten met een ideaalnorm. Dit kan historici toelaten veranderingen te begrijpen in de context van historische omstandigheden en contingenties, veeleer dan oordelen over culturele superioriteit versus inferioriteit, of over foutgelopen geschiedenis.
Tenslotte is de overheersing door het Westen slechts een korte periode in de menselijke geschiedenis geweest.

Enkele interessante werken

André Gunder Frank: The World System: Five Hundred or Five Thousand Years (1996)

Voor Frank is het afwijzen van Eurocentrisch provincialisme, en het innemen van een globaal perspectief, een herschaling van het World System in een allesomvattend globaal systeem. Dit leidde tot zijn kritiek op Wallerstein, wiens World System hij als Eurocentrisch betitelde.

Frank betoogde dat we in een ruimtelijk en historisch ononderbroken systeem hebben geleefd voor de laatste 5000 jaar, eerder dan gedurende de 500 jaar die algemeen aanvaard wordt onder World System theoretici. Kapitaal accumulatie, handel en groei bestonden volgens Frank lang voor de moderne tijd, zowel in het Westen als elders. Het _World System_ volgens Frank is niet enkel pre-modern en pre-Europees, het was ook het kader voor de opkomst en het verval van subeconomieën. De causale pijl wees van het systeem naar de delen, niet andersom.

(bron: http://www.oycf.org/Perspectives2/16_033102/re_orient.htm)


James Morris Blaut: The Colonizer's Model of the World: Geographical Diffusionism and Eurocentric History. (1993)

Uit de inleiding:

Het doel van dit boek is een van de krachtigste overtuigingen van onze tijd over wereldgeografie te ondermijnen. Deze overtuiging is dat de Europese civilisatie - "Het Westen" - unieke historische eigenschappen heeft over alle andere gemeenschappen, in alle tijden tot vandaag. Deze overtuiging zowel historisch als geografisch. Europeanen worden voorgesteld als de "makers van de geschiedenis". Europa gaat eeuwig vooruit. De rest van de wereld gaat trager of blijft steken: dat is de "traditionele samenleving". Daardoor heeft de wereld een permanent centrum en een permanente buitenwereld: Binnenzijde en Buitenzijde. De Binnenzijde leidt, de Buitenzijde volgt. De Binnenzijde vernieuwt, de Buitenzijde imiteert. Dit geloof is diffusionisme, of meer in het bijzonder Eurocentrisch diffusionisme.
[..]
Het belangrijkste element van deze theorie is de "autonome opkomst van Europa," soms "het Europese Mirakel" genoemd. Dit betekent dat Europa al voor Columbus vooruitstrevend was, en dus dat de verdere geschiedenis een gevolg is van puur Europese kwaliteiten. Bigevolg, zeggen de aanhangers van deze theorie, kan het colonialisme niet geleid hebben tot de modernizatie van Europa.
[..]
Dit boek wil aantonen dat zulke theorie nergens op steunt, en slechts Westerse folklore is.

Kenneth Pomeranz, The Great Divergence - China, Europe, and the Making of the Modern World Economy. (2000)

Tot 1750 waren er grote overeenkomsten tussen Oost-Azië en Europa. Pommeranz toont ook aan dat er ecologisch weinig of geen verschil was. Het verschil vanaf de negentiende eeuw was te danken, verdedigt Pommeranz, aan de beschikbaarheid van steenkool als vervanger van stookhout. Bovendien waren de Amerika's een rijkere bron voor noodzakelijke producten dan beschikbaar was in Azië. Dit liet een dramatische bevolkingsgroei en verdere industrializatie toe in Noord-West Europa.

(bron: uitgever)


Janet L. Abu-Lughod: Before European Hegemony - The World System A.D. 1250-1350 (1991)

Abu-Lughod presenteert een baanbrekende herinterpretatie van de evolutie van de wereldeconomie. Ze stelt dat de moderne wereldeconomie haar wortels niet heeft in de zestiende eeuw, zoals algemeen gedacht wordt, maar in de dertiende eeuwse wereldeconomie - een systeem dat erg verschilde van het Europese wereldsysteem dat er van afgeleid is. Door de stad te gebruiken als analytische werkeenheid, traceert ze een World System dat aan het begin van de veertiende eeuw reikte van Noord-West Europa tot China. Abu-Lughod onderzoekt de redenen van het verval van dit systeem en de daaropvolgende Europese hegemonie.

(bron:uitgever)


R. Bin Wong: China Transformed - Historical Change and the Limits of European Experience (1997)

In de sociale wetenschappen wordt nog te dikwijls de foute voorstelling aangehangen dat het Europese ontwikkelingsmodel universeel is. De oplossing is niet de verwerping van Eurocentrische normen, maar wel het opbouwen van complementaire perspectieven, zoals een Sinocentrisch, om het heersende beeld van de Europese ontwikkelingen in perspectief te plaatsen. Volgens R. Bin Wong zal het vergelijkend perspectief China bevrijden van foute verwachtingen, en hen die werken aan het Europese probleem helpen om het specifieke karakter van de Europese ontwikkeling te onderkennen.

(bron: uitgever)


Jack Goldstone: Why Europe? The Rise of the West in World History 1500-1850 (2008)

Uit de inleiding:

Het is zeker waar dat de moderne wereld veel te danken heeft aan de politieke en filosofische uitvindingen van de Grieken. Maar het is ook waar dat de moderne wereld zijn religies, cijfers, wiskunde en scheikunde, en de meest algemene gebruiksgoederen als katoenen kledij, porselein, papier, boekdrukken verkreeg uit Afrika en Azië. Terwijl politiekers het vandaag over een clash of civilizations hebben, trachten de historici eich een beter beeld te vormen van hoe de moderne wereld ondstond met de bijdragen van talrijke beschavingen.



Tags: Actueel, Ethiek, Samenleving, Seculariteit, Wetenschap

Zie ook het archief