hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Free Will (Sam Harris)

28 september 2012


rt S

am Harris is vandaag een van de bekendste atheïstische intellectuelen. Dit boekje (66 pagina's tekst) volgt op titels als "The End of Faith" en "Letter to a Christian Nation".

Het hoofdthema van "Free Will" luidt: "vrije wil is een illusie. Onze wil is niet door onszelf voortgebracht." (p5) en "ofwel is onze wil bepaald door voorafgaande oorzaken, en zijn we er niet verantwoordelijk voor, ofwel is hij het product van toeval, en zijn we evenmin verantwoordelijk" (p5). We zijn ons slechts bewust van "een klein deel van de informatie die ons brein verwerkt op elk ogenblik" (p7). Maar verderop verdwijnt ook dit kleine deel in het niets: "de intentie om het ene te doen en niet het andere, heeft zijn oorsprong niet in ons bewustzijn" (p8).

Niet alle bekende atheïsten delen het standpunt van Sam Harris. Dennett ontkent het bestaan van een vrije wil niet, en Dawkins verwijst naar Dennett. Hitchens meende dat “we geen andere keuze hebben dan de vrije wil aan te nemen." Ik vermeld deze verscheidenheid aan opvattingen omdat zowel tegenstanders als volgelingen van deze zogenaamde nieuwe atheïsten hun meningen wel eens voor een monolithische verkondiging houden.

§

Wie kiest?

Harris beschrijft hoe hij elke ochtend thee of koffie drinkt, maar niet weet waarom hij het ene of het andere kiest: "de keuze was voor mij gemaakt door gebeurtenissen in mijn brein die ik, als bewust getuige van mijn gedachten en acties, niet kon inspecteren of beïnvloeden. Had ik van gedachten kunnen veranderen en naar thee omschakelen voor de koffiedrinker in me aan zijn trekken was gekomen? Ja, maar de impuls zou evenzeer het product zijn van onbewuste keuzes" (p7). Dat is als antwoorden op de vraag waarom je iemand uitwuift, dat elektrische impulsen je spieren doen samentrekken, of op de vraag waarom we naar zee rijden, dat zulks veroorzaakt wordt door ontploffingen in de motor. Mijn spieren hebben geen eigen doel of reden, ze zijn onderdeel van een organisme dat doelen en redenen heeft. Ik ben me ervan bewust dat al mijn gedachten zich afspelen in neuronen, maar hoef ik te weten hoe neuronen en synapsen daarbij exact te werk gaan? Kan ik beslissen naar zee te rijden zonder te weten hoe een motor werkt? Natuurlijk. Onze hersenen beschouwen als een organisme en niet als een orgaan, is een soort animisme. Hersenen zijn net als spieren en motoren onderdelen met een functie in het geheel. Ze als zelfstandige dingen beschouwen is een vorm van animisme.

Verderop schrijft Harris: "Bedenk wat het zou betekenen om een vrije wil te hebben. Je zou je bewust moeten zijn van al de factoren die je gedachten en acties bepalen, en je zou volledige controle moeten hebben over deze factoren" (p13). Hier verwerpt Harris terecht de cartesiaanse opvatting als zou de vrije wil een onstoffelijk wezen zijn dat de lichamelijke machine bestuurt. Helaas geeft hij zelf niet aan wat hij met "vrije wil" bedoelt. Zo schrijft hij verderop "het staat boven twijfel dat mensen de toekomst kunnen plannen, verschillende verlangens kunnen afwegen, enzovoort, en dat het verliezen van deze capaciteiten ons ernstig zou schaden" en vervolgt "maar deze fenomenen hebben niets met de vrije wil te maken" (p.42). Is dit dan geen keuzevrijheid?

De opvatting van Descartes werd van in het begin bestreden door filosofen als Spinoza, maar heeft nog steeds aanhangers onder theologen. De Stanford Encyclopedia of Philosophy noemt de vrije wil kortweg "een soort eigenschap van rationele personen om een handeling te kiezen tussen verschillende mogelijkheden". In deze definitie is niet vereist dat de persoon die keuzes maakt alle factoren kent, laat staan controle dient te hebben over al deze factoren; en het volstaat dat de persoon de keuze heeft tussen twee of meer mogelijkheden. Ook een keuze gemaakt op korte tijd met beperkte gegevens - zo typisch voor het dagelijkse bestaan - voldoet volledig aan de filosofische definitie.

Voorbereid zijn

Verderop bespreekt Harris enkele beroemde experimenten. Benjamin Libet, J.D.Haynes, Fried, Mukamel en Kreiman hebben elk op hun beurt proeven verricht met ongeveer dezelfde resultaten: een simpele actie van een proefpersoon (bv het indrukken van een knop) bestaat uit, zo bleek telkens, (1) activiteit in de motorische hersenen, (2) vervolgens de bewuste beslissing en (3) vervolgens de uitvoering. Harris besluit: "deze bevindingen zijn moeilijk te verzoenen met het gevoel dat we de bewuste auteurs zijn van onze acties" (p9). Maar in een voetnoot voegt hij daaraan toe: "Libet en anderen hebben gespeculeerd dat het concept van de vrije wil gered zou kunnen worden: misschien is het bewustzijn vrij om een veto te stellen in plaats van een complexe actie aan te vatten" (p73).

Harris sluit zo'n veto uit, omdat dit hetzelfde proces zou moeten herhalen, en dus altijd te laat zou komen. Maar de hersenactiviteit in (1) kan ook meteen de voorbereiding van zo'n veto inhouden. Dat is helemaal niet onwaarschijnlijk in de wereld buiten het lab. Wie ooit een opgeschrikte ree heeft geobserveerd (ik zie het regelmatig in mijn tuin) moet toegeven dat Libet een punt heeft. Het dier zet zich klaar om te vluchten bij de minste onraad (1). Even later valt de beslissing (2): vluchten of niet (3). In de natuur worden prooidieren beloond die zich het snelst klaar zetten om te vluchten, maar desondanks de vlucht uitstellen tot ze net voldoende weten om de beste keuze te maken. Wachten op bewustzijn om de vlucht voor te bereiden is een overbodige vertraging als gevaar dreigt. Snel aandacht omschakelen is een eigenschap die onze dierlijke voorouders hebben verkregen om predators te vlug af te zijn. Al noemen we deze eigenschap vandaag een "concentratiestoornis", het is misschien een schakel in de evolutionaire oorsprong van bewustzijn.

Ook mensen overdenken voortdurend acties die ze besluiten niet uit te voeren. "Met de gedachte spelen" drukt dit mooi uit [to toy or flirt with the idea of doing…). Stel een proefpersoon krijgt een doos voor zich met daarin vijftig mogelijke geschenken. Ze mag al de tijd nemen om er één uit te kiezen voor een persoon die haar lief is. De motorische hersenactiviteit zal gedurende de hele proef schommelen terwijl de proefpersoon elk geschenk afweegt, zich inbeeldt hoe het ontvangen zal worden, besluit het opzij te leggen of niet, enzovoort, maar zal merkelijk verschillen bij de finale keuze.

Allerlei complexe organismes en organisaties tonen zulk preëmptief gedrag, ook en vooral de menselijke soort. Ambulancediensten, brandweer en politie staan aanhoudend klaar om uit te rukken, oefenen en maken draaiboeken voor talrijke situaties; om vervolgens de interventie uit het hoofd te zetten en een kaartje te leggen. Er bestaat geen ernstige moderne onderneming zonder contingentie-plannen allerhande, of het nu een luchtvaartmaatschappij is of een bank. Maar eens ze bestaan maken deze plannen geen deel uit van het dagelijkse gebeuren - tot zich iets onverwachts voordoet.

De gedachte dat de belangrijkste dingen onbewust gebeuren is Freudiaans. Ons bewustzijn is een coördinator, die een bewerking naar het onbewuste kan zenden om zich vrij te maken voor haar eigen taak of terug op te diepen indien nodig. Dit afwegen en kiezen vereist een hoop gegevens aan te spreken, van het lange termijn geheugen tot zintuiglijke indrukken. Het samenbrengen van al die gegevens, met inbegrip van het eigen verleden, is de materie van ons beslissende "zelf".

Een geoefend pianist of bokser beschikt over bewust ingeoefende, maar onbewust uitgevoerde routines, die op den duur onderdeel zijn geworden van hun virtuositeit. De bokser bijvoorbeeld moet zich aanhoudend bewust zijn van zijn positie, houding, dekking; maar wanneer hij een opening ziet bij zijn tegenstander zal hij onmiddellijk omschakelen en toeslaan volgens getrainde routines. Onbewuste routines zijn niet minder minder "van onszelf" dan bewuste.

Weten wat we willen

Het lijkt me een tautologie te zeggen, zoals Harris doet, dat "we weten niet wat we willen doen, tot de intentie zelf aanwezig is" (p13). Zolang we geen intentie hebben, valt er ook niets te weten. Als ik nog niets beslist heb, weet ik nog niet wat de beslissing zal zijn. Als ik beslis deze week mijn oude moeder te bezoeken, weet ik dat, en als ik er nog niet aan gedacht heb, weet ik dat nog niet. Mijn reden (de echte reden) waarom ik mijn beslissing nam kan zijn dat het al zo lang geleden was; of dat ik iets heb liggen wat ik haar wil geven; en/of dat een vriend zijn moeder verloor en zichzelf verweet haar verwaarloosd te hebben. Misschien ben ik me van zo'n oorzaak bewust, misschien is het enkel een gevoel. Maar ook of ik me bewust afvraag of ik zal gaan, of dat automatisch doe, beslis ik zelf. Het is waar dat al die dingen de uitdrukking zijn van gebeurtenissen in neuronen en synapsen. Elke gedachte is een fysisch proces. Maar niet mijn synapsen bezoeken mijn moeder of beslisten haar te bezoeken, maar de denkende, bewuste, integrale persoon die ik ben, met mijn lijf, ledematen, cellen en prothesen.

Harris vervolgt: "We weten, in feite, dat we ons soms verantwoordelijk voelen voor gebeurtenissen waar we geen causale invloed over hebben. Mits de juiste experimentele manipulaties, kunnen mensen ertoe gebracht worden te geloven dat ze een actie bewust wilden wanneer ze die keuze niet maakten en geen controle hadden. In een experiment werden proefpersonen gevraagd om figuurtjes op een computerscherm aan te duiden met een cursor. Ze neigden er naar te geloven de cursor geleid te hebben, zelfs als deze gestuurd was door een ander persoon [...] Het lijdt geen twijfel dat onze toekenning van auteurschap zich ernstig kan vergissen. Ik beweer dat dat altijd het geval is" (p24) en verder: "mensen hebben het gevoel dat ze de auteurs zijn van hun ideeën en acties, en dit is de enige reden waarom er een probleem van de vrije wil bestaat dat het waard is om erover te spreken" (p27).

Maar dat we ons altijd vergissen als we denken dat we zelf handelen, klopt niet met de gegevens van het experiment. Slechts de helft van de proefpersonen in de "I spy study" van Wegner, waar het hier om gaat, vergiste zich tijdens experimenten die erg sluw waren opgezet met het doel te misleiden. Bovendien zijn wij mensen (gelukkig maar) geneigd samenhang te zoeken, ook in onze eigen acties, wanneer we het overzicht (dreigen te) verliezen. Het lijkt me een grote sprong van de vaststelling dat we ons hierbij kunnen vergissen naar de bewering dat we ons altijd vergissen, vooral omdat er veel meer onbetwistbare gevallen zijn waarbij mensen denken iets veroorzaakt te hebben, en dat ook echt deden. Hoe complexer de onderneming, hoe minder ruimte voor twijfel of vergissingen over zulk auteurschap. Zo ben ik er erg zeker van dat mijn laptop niet stiekem verbonden is met een klavier in een andere kamer, waar iemand deze ideeën aan het intikken is terwijl ik denk zelf de auteur te zijn.

Harris verzekert de lezer dat misdadigers het resultaat zijn van "een bepaalde combinatie van slechte genen, slechte ouders, slechte omgeving en slechte ideeën" (p54) en dat "ons verlangen voor retributie hangt af van ons niet zien van de onderliggende oorzaken van menselijk gedrag" (p54). Het is waar dat niemand al de onderliggende oorzaken van een misdrijf kent. Maar de dader alleen daarom onschuldig verklaren lijkt me een van de hierboven genoemde "slechte ideeën". Slechte ideeën worden vooral door de samenleving aangereikt. Bijgevolg hangen de omgeving en de heersende ideeën zelf af van hoe onze rechtspraak met misdaad omgaat. Onder invloed van deze omgeving en deze heersende ideeën groeien kinderen op die ouders worden en genen doorgeven.

De verantwoordelijkheid van onze rechtspraak is meer dan de behandeling van individuele misdadigers. Door misdaden te veroordelen wordt duidelijk gesteld voor eenieder welk gedrag in een samenleving ongewenst is. Op die wijze kan ze omgeving, ouders, ideeën en misschien zelfs genen handhaven of verbeteren.

Mijn conclusie

Op een of andere manier lijkt het ontkennen van de vrije wil vandaag op de evolutiepsychologie van weleer. Het sleutelwoord is determinisme: de hoop onweerlegbare natuurwetten te ontdekken. Voor de evolutiepsychologen moesten genen alles determinerend zijn, voor neurologen en filosofen die de vrije wil ontkennen de neuronen. Beide theorieën hanteren een te simplistisch mensbeeld waar deze wetenschappers zichzelf stilzwijgend buiten plaatsen. Immers, te midden van de automatenmassa blijven zijzelf onderzoeken, afwegen, oordelen en keuzes maken.

Het hedendaagse debat over keuzevrijheid gaat wat mij betreft niet over de ziel of de zonde, en heeft dus niets met religie te maken. Het debat gaat over de menselijke natuur, conditie en samenleving. Harris crëert een mensbeeld dat tegengesteld is aan de menselijke verwezenlijkingen waar we in leven, en die onmogelijk illusies of voortbrengsels van illusies kunnen zijn.

Ik heb hierboven ondubbelzinnig aangetoond dat mensen keuzes maken. Die keuzes kunnen hun lot en zelfs het lot van de mensheid veranderen. Laten we onszelf niet vrijpleiten van deze verantwoordelijkheid.




Tags: Actueel, Bewustzijn, Ethiek, Evolutie, Religie, Samenleving, Wetenschap

Zie ook het archief