hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

De emergentie van bewuste ervaring

15 februari 2013


A

fzonderlijke objecten, met hun typische eigenschappen, kunnen samen een nieuw object vormen met eigenschappen die niet aanwezig waren in de delen. Dat noemt men emergente eigenschappen. In die welbepaalde betekenis zal ik het woord in deze blog gebruiken.

Weinig begrippen zijn zo veelvuldig verkracht als emergentie. Het werd magie genoemd, goddelijke interventie, metafysica etc... De reden is eenvoudig: wie niet zo materialistisch gericht is, hoopt op een of andere emergentie waar de geest in de fles is gekomen. Het ontstaan van het leven of van de eerste mens zijn goede kandidaten: daar is emergentie zo verbluffend, dat het een sterk theologisch argument lijkt.

Toch zou hele natuur onmogelijk zijn als emergentie niet natuurlijk was. Het universum zou volledig bestaan uit elementaire deeltjes die niets anders doen dan rondzwerven zonder dat er atomen en moleculen zouden ontstaan. Emergentie is het opvallendste aspect en het belangrijkste principe van de natuurlijke wereld. Als emergentie niet zou bestaan, zou er zelfs geen dode natuur zijn, behalve het allereenvoudigste.

§

Om het begrip emergentie terug te brengen tot zijn heldere, eenvoudige vorm begin ik, willekeurig, met een houtvuurtje. Hout is een verbinding van voornamelijk waterstof- en koolstofatomen. Tijdens het verbranden verbinden deze atomen zich elk afzonderlijk met zuurstof uit de lucht, en vormen zo koolzuur en water. Van het hout resten enkel wat mineralen in de vorm van as. Koolzuur en water zijn emergent, want ze hebben nieuwe eigenschappen, die niet bestonden voor de chemische reactie. We hebben natuurlijk de vrijheid te beweren dat vuur door een of meerdere goden werd bewerkstelligd, en ik vermoed zelfs dat de mensheid dat lang gedacht heeft. Waarom nu niet meer? Ik denk door onze toenemende zekerheid.

Gedurende het grootste gedeelte van ons verleden was het ontstaan van vuur moeilijk te voorspellen en te beheersen. Het leek alsof een onzichtbaar wezen, met een eigen wil, zich ermee bemoeide. Vandaag hebben we wegwerpaanstekers, thermostatische verwarming en programmeerbare ovens. Onzichtbare wezens zouden nog weinig om handen hebben. Maar onzichtbare wezens zijn niet werkloos geworden doordat we het vuur steeds beter beheersten, het is andersom: doordat we vuur steeds beter beheersten, begrepen we dat er nooit geesten bij betrokken waren. Zo geldt ook voor emergentie in het algemeen, dat we niet aan geesten of goden moeten toeschrijven wat we niet beheersen.

Terwijl vandaag nog maar weinige mensen vuur als iets goddelijks zien, blijft emergentie van bewuste ervaring voor sommigen een strijdpunt. Dat is vreemd, want er zijn slechts twee redelijke standpunten mogelijk: ofwel is de hele natuur, het hele bestaan, een mysterie, wel of niet te verklaren door middel van geesten en goden; ofwel zijn er helemaal geen geesten en goden in het spel. Beweren dat geesten een rol spelen bij die dingen die ons vreemd voorkomen, en niet bij de dingen die we kunnen beheersen, is zich op een een hellend vlak begeven: telkens de wetenschap vordert zal men haar bestrijden en later inlijven, om prompt andere onbekenden naar voren te schuiven als ├ęcht onnatuurlijk. Wie dat doet spreekt graag over emergentie als mysterie: god komt niet tussen bij het ontstaan van water, maar wel bij evolutie. En indien god niet langer bij evolutie nodig is, dan roepen we hem wel op bij macro-evolutie. En zo verder. Emergentie wordt dan een willekeurig inzetbaar hocus-pocus begrip.

Emergentie komt op alle niveaus in de natuur voor, van atoom tot bewustzijn, en het is telkens gebleken dat geesten en goden overbodige aannames zijn. In het bijzonder voor emergente eigenschappen die ons mensen na aan het hart liggen (kennis, bewustzijn, keuzevrijheid) dient men zich ver te houden van te makkelijke verklaringen.

David Chalmers, en nogal wat filosofen met hem, noemen de emergentie van bewuste ervaring een "hard problem" dat feitelijk niet wetenschappelijk oplosbaar is. Ondanks het feit dat de natuur vanaf het begin aanzetten bevat die wijzen in de richting van deze emergentie.

Het is alsof een havenstad aan een rivier beweert dat er niets bestaat vergelijkbaar met hun wonderlijke haven, en us dat haar haven geen verband houdt met de rivier. Ontdekkingsreizigers hebben de rivier stroomopwaarts onderzocht, en nergens vonden ze kaaien, schepen, loodsen. Ze hebben niet opgemerkt hoe de rivier stroomafwaarts wijder en rustiger werd; hoe haar bevaarbaarheid stap voor stap werd aangekondigd met watervallen, zijriviertjes en oevers. Nergens, rapporteerden ze, was een haven te vinden die de vergelijking kon doorstaan met de eigen stad. De eigen haven was uniek, een "hard problem", en had niets met de rivier van doen. Verder onderzoek was nutteloos.

Zoals de rivier de haven aankondigt, zo wordt de emergentie van bewuste ervaring aangekondigd doorheen de stroom van de levende natuur. Insecten, vissen, vogels en zoogdieren kunnen hun doel en hun omgeving onthouden wanneer ze opgeschrikt worden. Mieren beschikken over een verbluffend geografisch geheugen dat ze benutten als ze moeten uitwijken voor een obstakel. Jagende zoogdieren kunnen hun aandacht richten en een actieplan uitwerken. Wolven onthouden een nest muizen langs het spoor voor de volgende dag, liever dan de aandacht voor de huidige prooi te verslappen. Heel wat zoogdieren en vogels zijn in staat tot mind-reading, dat is de kunst de plannen van anderen (ook andere soorten) te gissen en soms te slim af te zijn, zoals ieder honden- of kattenbaas weet. Sociale communicatie en creatieve aanpassing van de leefomgeving zijn al even algemeen in het dierenrijk.

De emergentie van bewuste ervaring is in wezen een versterking en kruisverbinding van zulke, reeds in de natuur voorhanden eigenschappen. Volgens Steven Mithen is dit proces ingezet zo'n twee miljoen jaar geleden, met de opkomst van homo habilis.




Tags: Bewustzijn, Evolutie, Wetenschap

Zie ook het archief