hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Augustinus en Mohammed

11 maart 2013


G

elovigen hebben onvermoeibaar gewezen op de verschillen, maar toch zijn er opmerkelijke overeenkomsten tussen islam en christendom, die vooral terug te vinden zijn in hun middeleeuwse karakter.

Het verschil dat we dagelijks waarnemen is er een van historisch verloop: de meeste hedendaagse christenen in Europa en moslims in de grote moslimsteden zijn gemoderniseerd en nemen middeleeuwse geboden met een korrel zout. Maar heel wat moslims in Europa voelen zich nog sterk verbonden met de middeleeuwse tradities van hun platteland van oorsprong - iets wat nog wordt aangesterkt door de aanhoudende vijandigheden tussen het Westen en het Midden-Oosten.

In dit artikel wil ik de stichters van twee concurrerende middeleeuwse religies vergelijken.

§

De wereld waarin Augustinus en Mohammed leefden was gedurende de twee eeuwen die hen scheiden weinig veranderd. Wapens bestonden voor beide uit pijlen, lansen, slingers, knuppels. Dieren en soms slaven leverden de gebruikelijke drijfkracht. Ideeën en koopwaar verschilden amper. Mensen en denkbeelden reisden al vele eeuwen aan hooguit 40 km/dag. De hele bekende wereld was bereikbaar in twee of drie jaar - een eeuwigheid voor moderne mensen, maar een oogwenk voor de wereldgeschiedenis.

Beide mannen leefden tussen de overblijfselen van de hellenistische cultuur, waarin, bijvoorbeeld, de geneeskunde van Galenus en de kosmologie van Ptolemeaus algemeen ingang hadden gevonden - zij het meer in de kosmopolitische centra dan in de achterlanden.

Augustinus

Augustinus werd geboren in de Romeinse provincie Africa in 354. Zijn vader vereerde de klassieke goden, zijn moeder, een Berberse, was christen. Toen hij achttien was kocht hij zich een concubine. Hij gebruikte haar vijftien jaar maar had slechts één kind. Een welgestelde manicheeër betaalde Augustinus' studies als orator, en Augustinus werd manicheeër. De proconsul van Cartago was een liefhebber van poëzie, en Augustinus schreef zijn enige gedicht ooit en wist zo in de hoogste kringen van Africa binnen te dringen. Later bezorgde deze proconsul hem een positie aan het hof in Milaan. Hij was 29 toen hij scheep zette naar Italië. Zijn weldoener liet hij in het ongewisse, en zijn moeder, die hem zou vergezellen, zond hij naar een kapel om te bidden voor een goede vaart, toen het anker gelicht werd.

In Milaan was Bisschop Ambrosius inmiddels tot ongekende macht opgeklommen door opruierij en bloedig straatgeweld. Alle religies behalve het christendom waren verboden. Christelijke knokploegen verzekerden de strikte toepassing, en tempels en bibliotheken werden vernield of in brand gestoken. Toen Augustinus er niet in slaagde het vertrouwen van Ambrosius te winnen, deed hij alsnog beroep op zijn moeder om hem een huwbaar meisje te zoeken in de katholieke elite van Milaan. Een kandidate werd gevonden, maar het zou nog twee jaar duren voor ze de huwbare leeftijd bereikte. Haar familie eiste dat Augustinus zijn concubine zou verstoten, en de vrouw werd zonder pardon voor de rest van haar leven opgesloten in een klooster. Hun zoon bleef bij Augustinus maar zou kort daarna sterven, op vijftienjarige leeftijd.

Augustinus werd gedoopt door Ambrosius met Pasen 387. Zijn huwelijk was echter afgesprongen nadat hij zich een nieuwe concubine had gekocht. De deuren van de Romeinse upper class bleven gesloten, en Agustinus keerde terug naar Africa. In 391 werd hij daar tot priester gewijd en aangesteld als woordvoerder voor de bisschop van Hippo, een Griek die de volkstaal niet sprak. Augustinus maakte zich opnieuw machtige vrienden, waaronder talrijke keizerlijke geheimagenten. Na vier jaar werd hij zelf bisschop, en werd de vervolging van christenen met afwijkende mening opgedreven. Augustinus merkte sarkastisch op dat God de bijbelse Daniël had beschermd wanneer die voor de leeuwen werd geworpen door de heidenen, maar dat de christenen die hij zelf vervolgde (de donatisten) niet op zulke hogere bescherming konden rekenen wanneer zij voor de leeuwen werden geworpen. Hij loofde God dat zovelen zich bekeerd hadden uit angst voor zulk een gruwelijke dood.

Het theoretisch werk van Augustinus steunt op vier pijlers, die hebben doorgewerkt tot in onze tijd.

De eerste pijler is de erfelijke verdorvenheid van de mens. Als Adam niet had toegegeven aan sexuele verleiding, had een man nog steeds zijn penis kunnen bewegen als een arm of een been. Sindsdien worden mensen geboren lager dan dieren, want zelfs de pasgeborene is hulpeloos en verlangt al naar een vrouwenborst. Bijgevolg moet ieder mens voor eeuwig branden in de hel, tenzij die gered wordt. Tegenstanders wierpen op dat eeuwig branden onmogelijk is, maar Augustinus verwees naar vuursalamanders die in vulkanen leven. Augustinus beaamde de opvatting van zijn tijd dat hevige pijn de ziel uit het lichaam doet vluchten en zo de dood veroorzaakt, maar verzekerde dat God, om eeuwig lijden te verzekeren, de band tussen lichaam en ziel veel sterker zou maken in de hel.

De tweede pijler is de absolute vrijheid van God. God vergeeft wie hij wil, wanneer hij wil. God is niemand wat verplicht. Ongedoopten die zich door demonen bezeten waanden konden slechts smeken en bidden, en elke tegenslag dragen met de hoop dat het God ooit zou behagen hen te redden. Eerst in de late middeleeuwen zou Aquinas dit standpunt verzachten, tot later ongenoegen van calvinisten en jansenisten.

De derde pijler was dat de katholieke kerk de aardse plaats van God innam - om die reden was het belangrijk geweest dat Christus ook een aardse natuur had. Als zijn erfgenaam had de kerk goddelijke macht gekregen en de sleutels van de hemel ontvangen. Deze sleutels waren de doop die de hemel opende, en de banvloek die het hellevuur verzekerde. Voor Augustinus waren beide onherroepelijk. In zijn Belijdenissen dankt hij God omdat door zijn doop al zijn zonden waren weggewassen, en hij immuun was geworden voor nieuwe zonden.

De vierde pijler was dat het repressieapparaat van de staat ten dienste moest staat van de kerk. Wie zich ermee kon verenigen mensen eeuwig te laten branden, hoefde natuurlijk geen scrupules te hebben bij wat aards folteren en moorden. Hier werd basis gelegd voor de Augustijnse ideologie van vervolging en terreur die Europa zou overheersen tot eindelijk de moderne tijd doorbrak.

Mohammed

Mohammed werd omstreeks 570 geboren in de machtigste stam van het handelscentrum Mekka, de Koeraisj. Mekka was een kruispunt waar karavanen in de zomer naar het Noorden trokken tot Damascus en Alexandrië, en in de winter naar het Zuiden tot de wereldhavenstad Aden. Dat in Mekka enkel eenvoudige ongeletterden leefden is dus volstrekt ongeloofwaardig.

Het Arabische schiereiland was in die tijd de speelbal van de wereldrijken die het omringden: het christelijke Byzantium en het zoroastrische Perzië. Afwisselend waren ze in oorlog met elkaar of met toevallige stammen, of sloten verdragen met de ene stam om de andere een hak te zetten. In Irak (het oude Babylonië) leefden nog steeds grote invloedrijke joodse gemeenschappen, en Arabisch sprekende stammen langs de Rode Zee en in Jemen hadden zich daadwerkelijk bekeerd tot het judaisme. Christenen hadden bekeerlingen gemaakt in het Noorden langs de Syrische grens en langs de westkust van de Rode Zee, tot in Ethiopië en Jemen. Zo had Jemen, onder een christelijk koning die steun genoot van Byzantium, omstreeks het geboortejaar van Mohammed een grootscheepse maar mislukte aanval uitgevoerd op Mekka, die herinnerd zou worden als "het Jaar van de Olifant."

Er is niet veel gekend over de religie in Mekka voor de islam. Dat er driehonderd stamgoden aanbeden werden in de Kabah is niet geloofwaardig. Er leefden christenen, joden en zoroastristen. Deze laatsten zijn vermoedelijk de door de koran vermaledijde "polytheisten" waartoe ook de Koeraisj behoorden. Het lijkt mij logisch dat de Kabah een lokaal soort zoroastrisch heiligdom was, dat trouwens erg lijkt op de Kabah van Zaratustra (Ka'ba-ye Zartosht) nabij de ruines van Persepolis. Beide werden oorspronkelijk voor ritueel vuur gebruikt. De koran (in de "duivelsverzen") spreekt van goden als Al-Laat, die door Herodotus geïdentificeerd werd met de Perzische (engel) Mithra. Het zoroastrisme van de oude Perzen was weliswaar de grondslag voor het bijbelse monotheisme, maar had toch resten van oudere religies bewaard.

Terwijl de Byzantijnse en Perzische rijken elkaar verder uitputten, profiteerden Arabische karavanen van hun verstoorde handel, en maakten Arabische stammen en koninkrijkjes kennis met het voeren van massale oorlog. Twee beschavingen hadden het einde van hun gouden eeuw bereikt; een derde stond aan het begin van de hare.

Toen Mohammed 25 was huwde hij de 15 jaar oudere Khadija, die de helft van de karavanen in Mekka bezat, en werd zo de economisch machtigste man van Mekka.

Toen hij 37 was zag Mohammed de komeet van Halley. Het is zeer wel mogelijk dat hij hierin een goddelijke oproep zag (zelf heeft hij nooit over de engel Gabriël gesproken.) Latere boodschappen kwamen als een stem terwijl hij in trance was, meestal in bed. Mohammed pleitte aanvankelijk voor eenheid van de bijbelse religies. Zijn sympathie was dan ook gericht op Byzantium (het Romeinse rijk of "al Roum". ) Later groeide de mogelijkheid voor een nieuw Arabisch rijk.

Na schermutselingen met tegenstanders verliet hij Mekka met 1500 volgelingen en trok naar Medina waar zijn aanhang toenam, en nam er de macht in handen. Hier kwamen de eerste straffen door: geselen voor overspel, dwarsgewijs afhakken van ledematen voor diefstal, de dood of kruisiging voor opstandigheid en, niet te vergeten, het eeuwige hellevuur als steeds weerkerend thema.

Toen Khadija stierf huwde Mohammed opnieuw, maar daarnaast schonk zijn belangrijkste medestander, Abu Bakr, hem zijn zesjarige dochter Aisha. Het leverde Abu Bakr de positie op van eerste opvolger (kalif) van de profeet. Enkele jaren later, in 627, voelde Mohammed zich aangetrokken tot de echgenote van zijn stiefzoon, Zaynab. Enkele trances en goddelijke mededelingen later werd ook zij zijn bedgenote. Mohammed heeft in het totaal 21 vrouwen gehad.

In Medina leefden veel Arabisch sprekende joden, en de volgelingen van Mohammed baden met hen in de richting van Jeruzalem. Terzelfdertijd overvielen ze karavanen uit Mekka, waarbij de drijvers uitgemoord werden en de buit ingepikt. Nadat Mohammed een boodschap had doorgekregen dat één vijfde van alle oorlogsbuit aan hem toekwam en de rest aan de plunderaars, groeiden zijn volgelingen aan als een uitslaande brand. Nieuwe bekeerlingen dienden naar Medina te verhuizen.

De elfde en laatste raid werd per vergissing uitgevoerd op een moslimse karavaan, waarna Mohammed een boodschap doorkreeg dat ze wat beter moesten uitkijken. De raids leidden tot een zesjarige oorlog die eindigde met de onderwerping van Mekka in 630. Maar naargelang Mohammed meer boodschappen van God doorkreeg, steeg de achterdocht bij de joden, die het allemaal niet meer konden rijmen met de bijbel. Er volgden verdrijving, foltering en doodslag. Nog tijdens Mohammeds leven, dus binnen twee jaar, was de westelijke helft van het Arabische schiereiland onderworpen en vrij van joden en christenen. Mohammed vocht in de 10 jaar na zijn machtsovername in Medina niet minder dan 85 veldslagen uit.

Na Mohammeds dood weigerden verschillende stammen nog langer één vijfde van de buit af te staan. De eerste van vele burgeroorlogen brak uit. Zoals meer christenen zijn omgebracht door christenen dan door anderen, zo zijn ook meer moslims omgebracht door moslims dan door anderen.

Conclusie

Hoe verschillend ook, Augustinus en Mohammed hebben één kenmerk gemeen: totalitarisme en terreur. Denken is verboden, gedachten zijn voorgeschreven, en ongeremd geweld en gruwelijke straffen vallen nog altijd mee vergeleken met wat de hel belooft.

In tegenstelling tot de oude polytheïstische religies, waar altijd nog wat onderhandelingsruimte was tussen mensen en goden, is het monotheïsme absoluut. Als er maar één god zou bestaan, genaamd "God", de maker van alles behalve zichzelf, dan was zijn macht onbegrensd. Het zou dan voldoende zijn een overspelige vrouw op het dorpsplein te plaatsen, de dorpelingen te verzamelen en te wachten tot de godheid stenen op haar laat regenen. Het zou voldoende zijn een ketter op de brandstapel te zetten, en te wachten tot de godheid een bliksem neerzendt om het vuur te ontsteken. Als een almachtige god zou willen dat er gefolterd wordt, waarom heeft hij dan beulen nodig? En als hij dat niet zou willen, waarom stopt hij de beulen dan niet?

Natuurlijk wisten Augustinus en Mohammed heel goed dat mensen van nature vrij zijn. Voor de ketenen van de angst moesten ze zelf zorgen.




Tags: Ethiek, Religie, Samenleving, Seculariteit

Zie ook het archief