hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Een seculiere tijd (Charles Taylor)

2 october 2013


god ziet mij E

en boek als een kerkpilaar. Alleen al door zijn bestaan en door zijn dikte nemen hedendaagse gelovigen het voor de definitieve steun voor hun (gebruik de schuifknop) spiritualiteit/christendom/katholicisme.

Het boek kreeg in 2007 de Templeton Prize, volgens het stofomslag "de religieuze variant van de Nobelprijs". De prijs bedraagt 1,5 miljoen dollar, dat is 300.000 dollar meer dan een Nobelprijs.

§

Niet alles wat in het boek staat is onjuist: er staan zelfs waardevolle ideeën in. Over het verschil tussen een wetenschappelijk en een religieus wereldbeeld bijvoorbeeld. Maar het doel van het boek is onzinnig: het wil het huidige seculariseringsproces herschrijven als een soort (soms onderhuidse, maar soms ook weer niet) religieuze bekering. Dat Taylor daar 1145 bladzijden voor nodig had, ligt eerder aan de uitweidingen, vaagheden en massages die de thesis verteerbaar moeten maken, dan aan de hoeveelheid argumenten.

Zo vindt Herman De Dijn het spijtig dat Taylor niet duidelijk zegt dat hij met "bekering" feitelijk bekering tot het katholicisme bedoelt:

In een laatste hoofdstuk gaat Taylor in op een opmerkelijk fenomeen dat in onze tijd opnieuw lijkt op te duiken: dat van de bekering, niet zelden van individuen behorend tot de elite. Dat het zo dikwijls gaat om bekeringen tot het katholicisme en wel tot vormen ervan waarin orthodoxie en ritueel centraal staan, is iets waar Taylor eigenlijk niet op ingaat. Wordt hij hier gehinderd door zijn eigen visie op religie?
De Dijn klaagt dus over gebrek aan duidelijkheid, maar meer duidelijkheid zou wel eens een ontgoocheling kunnen inhouden. De ambitie van Taylor beperkt zich tot het planten van de suggestie dat het katholicisme zich om historische redenen de peetvader van het Europese geestelijke en morele leven mag wanen, en tracht daar (omzichtig, welhaast subliminaal) een soort eigendomsrecht of machtsargument uit af te leiden. Individuele gevallen van "bekering" (in de betekenis die Taylor er aan geeft) zijn, hoe zeldzaam ook, opgewerkt tot illustraties van een grotere beweging, een soort Merovingische massabekering zonder dat die massa het weet. Europa, denkt Taylor, wordt onderhuids, maar des te dieper - en van de weeromstuit diepzinnig onduidelijk - christelijk. De essentie hiervan is niet langer (of in sommige fragmenten niet langer vooral) het transcendente (dat is wat de wereld overstijgt) maar het immanente (dat wat vanuit ons "diepste" zelf komt). Althans zo meen ik te mogen begrijpen.

Over de Westerse wereld van 1500 zegt Taylor, vrij naar Weber:

mensen leefden in een betoverde wereld [...] De betoverde wereld in deze betekenis is de wereld van geesten, demonen en morele krachten waarin onze voorouders leefden [...] Maar in de zienswijze van de Europese boeren in 1500 was de christelijke God, buiten de gebruikelijke ambivalenties, de ultieme garantie dat het goede zou triomferen over de overvloedige krachten van de duisternis...
Let op de vreemde plaats in de zinsconstructie van "morele krachten" naast geesten en demonen. Want iedereen - ik, Taylor en elke geletterde of ongeletterde middeleeuwer - weet dat ze niet bij elkaar horen. Demonen en geesten waren bewoners van de realiteit, en werden opgeroepen om redenen die soms moreel en dikwijls immoreel waren. Moraal bestaat uit gedragsregels, wat "morele krachten" ook zouden zijn. Maar deze samenvoeging in één opsomming is essentieel in het verhaal van "onttovering" dat Taylor zal schrijven: we hebben volgens dat verhaal samen met het geloof in geesten en demonen, ook de mooie christelijke moraal verloren. Let wel, ook weer niet echt, maar toch wel, of een beetje, of helemaal niet. Het komt hier op neer, dat we deugdelijk zijn zelfs al zijn we niet meer christelijk (of al zijn we nog christelijk maar weten we het niet meer) maar we zijn zo door ons christelijke verleden gemáákt.

Deze smokkeloperatie is essentieel om van moraal een in essentie religieuze kwestie te maken. Want de echte moraal - agape - komt van God:

"In het christendom zouden we [het besef dat er een goed is dat hoger is dan de menselijke ontplooiing] kunnen beschouwen als agape, de liefde die God ons toedraagt en waaraan we door middel van deze kracht kunnen deelnemen".

Agape verzoent twee denkbeeldige stromingen: de traditionele christenen die God zelfs tot aan het kruis volgen, en bereid zijn van alles afstand te doen; en het humanisme, dat het gewone leven en de menselijke ontplooiing bevestigt.

Er kan een antwoord worden gegeven dat in theorie voor iedereen geldt: overstijg de bevestiging van het goede van het leven van de gewone, zinnelijke mens, dat zeer sterk gericht is op je eigen voorspoed, je eigen leven, waarvoor je misschien zelfs bereid bent een eindeloos aantal anderen aan op te offeren, en sluit je aan bij de bevestiging van God, bij zijn agape, die de hele mensheid liefheeft, en wees bereid zonder beperking te geven, los te laten wat je vasthoudt om deel te hebben aan de beweging van liefde.

Het is me een raadsel waar in de geschiedenis van het Westen (in tegenstelling tot in sommige geschriften) deze agape aangetroffen wordt. Ik twijfel niet aan de goedheid van talrijke individuele christenen (waarom zou het bij christenen anders gaan?) maar het christendom als historisch fenomeen is er geen van "de hele mensheid liefhebben en zonder beperking te geven." Vanaf Constantijn, die volgens Eusebius de christelijke god koos omdat die de meeste oorlogen bleek te winnen, tot de bloedbaden van de dertigjarige oorlog getuigt de werkelijke geschiedschrijving dat de praktische uitvoering van de christelijke theorie bestond uit oorlogen, folteringen, brandstapels en angst. Zelfs de generatie van mijn grootouders leefde nog steeds in permanente vrees ("godvrezend" was de geijkte term) om de christelijke schrikbeelden die hen van kindsbeen af ingepeperd waren. Hen werden wel verhalen verteld over heiligen die hun leven offerden en daardoor Gods welwillendheid gewekt hadden. Van die voor christenen uitzonderlijke heiligen konden ze voorspraak afsmeken, en dat deden ze elke dag van hun leven, in het aanschijn van een afschuwelijk lot.

Waar was de agape toen mensen nog niet de vrijheid hadden het geloof de rug toe te keren? Waar was de liefde gods vóór de seculiere tijd?




Bronnen:
Charles Taylor - Een seculiere tijd, Geloof en ongeloof in de wereld van nu
De Dijn - Kunnen we zonder religie? Uitzonderlijk werk van Canadese filosoof Charles Taylor



Tags: ethiek, religie, samenleving, seculariteit

Zie ook het archief