hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Huldebetoon aan moeder Anna

9 october 2013


Damse Vaart

M

oeder Anna werd geboren in 1899 als kind van dagloners. Wanneer ze acht was werd ze uitbesteed aan een herberg, zodat ze verzekerd was van dagelijks eten en een bed. Dat was meer dan haar ouders konden bieden.

Daar moest ze wel voor werken: wassen, kuisen en aanslepen, zeven dagen op zeven. Geen wonder dat ze niet groter werd dan anderhalve meter. Ze leerden haar dat werken het lot der mensen is, en ze leerde plechtig te danken voor elk bord eten.

Het was toen algemeen gebruik op het platteland om arme kinderen uit te besteden. In de negentiende eeuw werden ze zelfs op cafétafels uitgestald en per opbod toegewezen. Anna was niet ongelukkig. Haar meesters werkten bijna even hard als zij, en ze namen haar op in hun midden, op de harde manier die toen gewoonte was. Ze had twee families, waarvan ze de ene bijna nooit zag, en ze kon het zich niet anders voorstellen. Tot een boerenknecht, op ronde met een dekhengst, verliefd op haar werd.

§

Lowie had al zijn hele leven als dagloner gewerkt bij boeren. Het eerste geldstuk dat hij verdiende, had hij zo hard in zijn vuist geknepen op weg naar huis, dat zijn ouders zijn hand minuten lang onder de pomp moesten houden om het los te krijgen.

Ze trouwden in de parochiekerk en huurden iets langs de Brugse Vaart wat het midden hield tussen een huisje en een hut. Maar het dak was goed, en de zwarte poldergrond erbij beloofde aardappelen, prei, kippen, en misschien zelfs een varken om vet te mesten.

Op een dag riep een schipper Lowie toe dat hij een paar kameraden moest halen om kolen te lossen voor een mooie duit. Lowie keerde zijn fiets en kwam terug met enkel Anna. Met hun tweeën losten ze het hele schip. Telkens ze het verhaal vertelden schudden ze van het lachen.

Ze konden over hun leven vertellen met humor en trots. Twee kleine taaie mensen met vereende krachten, die geen probleem of kans uit de weg gegaan waren. Ze kregen vier kinderen. Als moeder Anna een kip braadde, zegende de geur huis en erf; nergens heb ik kip geproefd die maar in de buurt kwam. Ik bewonderde haar, maar die gevoelens waren niet helemaal wederzijds. Toen ik haar vertelde dat ik twee jaar zou verdwijnen omdat ik legerdienst geweigerd had zei ze diep geschokt: "een mens moet altijd doen als de anderen. Altijd. Wie dat niet doet roept miserie over zich af".

Ze maakte ook heerlijke leverpastei als er een varken geslacht was, maar dikwijls werd het varken te vet gemest en scheurde de rug onder het gewicht. Het vlees werd altijd verkocht, maar van het bloed werden zwarte worsten gedraaid, en de ingewanden werden tot pastei gekookt. Poten, oren, de staart, vellen en spek werden gepekeld in een stenen vat, dat vanaf dat ogenblik een gewijde plaats innam.

Moeder Anna stierf op de leeftijd van 93 jaar, twintig jaar na Lowie.

De man, de jager

McKinnon, neo-liberal genetics

Ik moest aan moeder Anna denken bij het lezen van Neo-liberal genetics, een boekje geschreven door antropoloog Susan McKinnon. De titel verwijst niet zozeer naar een economische theorie of een politieke partij, maar naar een ideologie waarvan de Amerikaanse kleinburgerij doordrongen was gedurende het laatste kwart van de vorige eeuw. In het hoofdstuk over Sex and Gender wordt de populaire canard ontkracht dat onze genen bepalen dat mannen van nature zoveel mogelijk vrouwen willen bevruchten, en dat vrouwen van nature een bemiddeld man zoeken. Dit verschil in genetic maximalization tussen mannen en vrouwen zou geselecteerd zijn in het pleistoceen, waar mannen voor de kost zorgden en vrouwen voor de kinderen. Daar hebben we geen bewijs voor, alleen het gezag van evolutiepsychologen.

McKinnon laat, tot mijn onbeschaamd genoegen, geen spaander heel van deze theorie, die niet de ijstijd maar het leven in de little boxes van Wisteria Lane tot model voor de hele mensheid uitroept. Anders gezegd, het is het Amerikaanse leventje anno 1970 terug geprojecteerd naar het pleistoceen, en daardoor valide gemaakt voor de hele mensheid.

Dat mannen geselecteerd zijn voor vreemdgaan en kostwinning, en vrouwen voor trouw en het bezighouden van de kinderen, is net iets te intuïtief vanzelfsprekend voor een hedendaags middenklasse Amerikaan. En het wordt weersproken door zowat alle ernstige waarnemingen.

Tot de industriële revolutie, schrijft McKinnon, zorgden mannen en vrouwen samen voor brood op de plank. In de Kalahari is de jacht onvoorspelbaar en onzeker, maar de vruchten en wortels die de vrouwen verzamelen vormen het grootste gedeelte van het dagelijks voedsel. Waar weinig plantengroei is, zoals bij de Yupic Eskimo's, zijn de vrouwen betrokken bij de jacht en de verwerking van robben, van het drogen van vlees en het opslaan van olie en het looien van leer voor schoenen en kleren. Dat mannen graag paren met zoveel mogelijk jonge welgevormde vrouwen heeft dus weinig te maken met overlevingskansen van het nageslacht in het pleistoceen of vandaag.

McKinnon had ook nog kunnen wijzen op de gelijke rol van vrouwen en mannen bij klopjachten, die algemeen waren in het pleistoceen. Colin Turnbull heeft beschreven hoe ze bij de Mbuti (Congo) samen het wild in netten jagen, en een zeventiende-eeuwse getuige, Johannes Scheferus, beschreef hoe de Sami van Scandinavië en Rusland, die vandaag gedwongen als sedentaire boeren leven, nog wilde rendieren opjoegen tot ze vastzaten in kralen van steenblokken zoals men die ook uit het pleistoceen opgegraven heeft. Ook hier hadden vrouwen hun volle aandeel in de actie.

In de meeste samenlevingen, vroeger en nu, zochten zowel mannen als vrouwen bekwame gezellen, van wie de inzet evenredig bijdroeg aan het gemeenschappelijk voortbestaan van groep of gezin. Tot de industriële revolutie was dat immers de plaats voor het voortbrengen, verwerken en bewaren van voedsel en andere basisproducten. Het was ook de plaats waar het nageslacht gedijde, met net evenveel genen en zorg van vader en van moeder.




Bronnen:
Neo-liberal Genetics: The Myths and Moral Tales of Evolutionary Psychology - Susan McKinnon
The Forest People. A Study of the Pygmies of the Congo - Colin M. Turnbull
Lapponia (1673),The History of Lappland (vertaling 1971) - Johannes Schefferus.
foto: Antoinne Sterk



Tags: evolutie, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief