hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Mensenrechten als excuus voor oorlog

22 november 2013


W

at was de belangrijkste gebeurtenis van de twintigste eeuw? Een Europeaan zal al snel de opkomst en de ondergang van het fascisme of het communisme, of de twee wereldoorlogen noemen, maar voor anderen zijn deze gebeurtenissen, hoe bloedig ook, slechts lokale burgeroorlogen. De gebeurtenis die het verloop van de wereldgeschiedenis een definitieve wending heeft gegeven in de twintigste eeuw is het einde van het kolonialisme, de onbetwiste wereldheerschappij door het Westen. De talrijke "humanitaire" oorlogen die vandaag gevoerd worden, zijn daar uitlopers van.

In 2005 wijdde Jean Bricmont hieraan zijn boek "Impérialisme humanitaire. Droits de l’homme, droit d’ingérence, droit du plus fort ?" (vertaald als "Humanitaire Interventies - Mensenrechten als excuus voor oorlog"). Jean Bricmont is professor theoretische fysica aan de universiteit van Louvain-La-Neuve. Hij is bekend van zijn kritiek op het postmodernisme samen met Alain Sokal, maar is daarnaast ook een criticus van het Westers imperialisme, en, zoals Noam Chomsky met wie hij heeft samengewerkt, een fellow traveler van het links anarchisme.

§

Bricmont meent dat er twee visies zijn die vandaag met elkaar wedijveren: humanitair imperialisme en cultureel relativisme. Het humanitair imperialisme meent dat onze universele waarden ons het recht geven overal ter wereld in te grijpen, ook militair. Het cultureel relativisme meent dat er geen universele waarden bestaan, dat elke cultuur zijn eigen waarden heeft. Het boek ontkent niet dat er universele waarden en mensenrechten bestaan, maar verdedigt dat militair ingrijpen niet helpt ze te verspreiden - zelfs dat dit ingrijpen meer kwaad doet dan goed.

Bricmont schetst hoe dit "humanitair militarisme" gegroeid is en op den duur ook linkse denkers besmette:

Op het einde van de oorlog in Vietnam en na het Watergate-schandaal had het prestige van de VS een nieuw dieptepunt bereikt. President Carter, wiens politieke onschuld scherp contrasteerde met het openlijke cynisme van de tandem Kissinger—Nixon, stelde de mensenrechten voor als 'de ziel van het Amerikaanse buitenlands beleid'. Dit was een enigszins vernieuwende aanpak. Voorheen hadden de VS zich in de Derde Wereld vooral toegelegd op de oprichting van sterke staten met hevig anticommunistische regeringen en met nauwelijks respect voor de mensenrechten.

Zulke regeringen werden gesteund in het toenmalige Indonesië, Griekenland, Uruguay, Brazilië, Paraguay, Haïti, Turkije, de Filipijnen, Guatemala, El Salvador, Chili....

Terwijl het in de VS en de meeste landen verboden is buitenlandse gelden aan te nemen voor verkiezingscampagnes, gaf de VS zelf steevast financiële steun aan verkiezingskandidaten in andere landen die haar belangen verdedigden. Dat was het geval in Italië, 1948; Filipijnen, jaren 1950; Libanon, jaren 1950; Indonesië, 1955; Vietnam, 1955; Brits Guyana, 1952-1964; Japan, jaren 1970; Nepal, 1959; Laos, 1960; Brazilië, 1962; Dominicaanse Republiek, 1962; Guatemala, 1963; Bolivia, 1966; Chili, 1964, 1970; Italië, 1960 - jaren 1980; Portugal, 1974-1975; Australië, 1972-1975; Jamaica, 1976; Panama, 1984, 1989; Nicaragua, 1984, 1990; Haïti, 1987-1988; Bulgarije, 1990; Rusland, 1996; Mongolië, 1996; Bosnië, 1998; Joegoslavië, 2000; Nicaragua, 2001; Bolivia, 2002; Slowakije, 2002; Georgië, 2003; EI Salvador, 2004; Afghanistan, 2004; Irak, 2004; Oekraïne, 2005. En de VS aarzelde niet verder te investeren in sabotage en opstanden wanneer hun kandidaat uiteindelijk toch niet verkozen werd.

Bricmont vervolgt:

De nieuwe, moraliserende retoriek over mensenrechten ging weliswaar gepaard met een volslagen cynische politieke praktijk [...] maar had in Europa en vooral in Frankrijk niettemin veel succes, vooral bij de linkse beweging, waar de revolutionaire illusies steeds meer naar de achtergrond verdwenen. De intelligentsia stonden zo aan de basis van een belangrijke ommekeer. Van de systematische kritiek op de macht, geassocieerd met Sartre en Foucault‚ evolueerde het standpunt naar de systematische verdediging van de macht - vooral die van de VS. De in de media bejubelde 'nieuwe filosofen' symboliseren die ommekeer. De verdediging van de mensenrechten werd het thema en het belangrijkste argument van het nieuwe politieke offensief tegen zowel het socialistische blok als tegen de landen van de Derde Wereld die zich van het kolonialisme hadden bevrijd.
De nieuwe filosofen (of "nouveaux philosophes") waar Bricmont op doelt zijn onder meer Bernard-Henri Lévy en André Glucksmann.

Dat brengt ons bij de huidige fase van het Westers imperialisme: bombardementen op burgers met mensenrechten als excuus. Het boek van Bricmont bevat een schat aan citaten die geen enkele ruimte voor twijfel laten, maar is daardoor ook moeilijk samen te vatten. Ik stel daarom voor mee te lezen in het samenvattende nawoord geschreven door Ludo De Brabander en Leo De Vos:

Wat klopt er van die plotse westerse ethische bevlogenheid, amper enkele decennia na een gruwelijke kolonisatieperiode? We moeten ons geen illusies maken dat het Franse leger, dat amper veertig jaar geleden lelijk huishield in Algerije, nu plots omgetoverd zou zijn in een humaan interventieleger. Idem dito voor wat betreft ons eigen Congo-verleden, dat van Portugal in Angola en Mozambique, of nog recenter de VS in Vietnam en hun medeplichtigheid aan de wanpraktijken van Latijns-Amerikaanse dictaturen.

We zwaaien nogal gemakkelijk met onze zogenaamde 'superieure' waarden van democratie en mensenrechten op het ogenblik dat met de zogenaamde 'oorlog tegen de terreur' martelpraktijken als een normale ondervragingstechniek beschouwd worden. Bij de ‘bevrijding’ van Irak en Afghanistan sneuvelden vele duizenden burgers onder westerse ‘humanitaire’ bommen. Hoe geloofwaardig zijn ‘humanitaire’ interventies als diezelfde landen op grote schaal wapens exporteren, ook naar conflictregio’s en landen waar zware mensenrechtenschendingen plaatsvinden? Hoe humanitair zijn als we vasthouden aan een catastrofale internationale handelspolitiek die armoede en miserie veroorzaakt voor honderden miljoenen mensen? Als uit Studies blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen schuldenlast en geweld, Waarom dan niet meteen alle schulden op grote schaal kwijtschelden? Ons medeleven met de slachtoffers blijkt alvast niet uit de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking die in de meeste Europese landen ondermaats zijn in vergelijking met wat in de jaren zestig en zeventig beloofd is.

Er zijn dus heel wat vragen te stellen bij de humanitaire verpakking die rond onze moderne legers gewikkeld wordt. Het valt op dat de discussie over humanitaire interventies en het gebruik van legitiem geweld bij zware mensenrechtenschendingen er komt op het ogenblik dat economische grootmachten (landen en bedrijven) bezig zijn aan een enorme mondialisering van hun activiteiten, gekoppeld aan groeiende energiebehoeften, terwijl internationale fnanciële instellingen zoals het Internationaal Muntfonds (IMF) inbreken in de staatshuishouding van landen die krediet opnemen.

Oorlog en conflict komen niet uit de lucht vallen. Het gaat meestal om een gevolg van sociaal-economisch en ecologisch falen. Wereldvrede heeft dus te maken met het bestaan of het streven naar een rechtvaardige maatschappij in een leefbare wereld, Waarin de bevolking op een democratische wijze participeert aan het beleid, ook het economische. Sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling, milieu en veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Dit filmpje (van latere datum, zodat ook Syrië ter sprak komt) geeft een goed beeld van de opvattingen van Jean Bricmont:




Bronnen:
Humanitaire interventies · Mensenrechten als excuus voor oorlog (Jean Bricmont)



Tags: actueel, ethiek, pacifisme, samenleving

Zie ook het archief