hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Wie beslist over onze ethiek?

21 december 2013


H

ier Sigers guest talk at a Pirate Party convention in Maastricht, 14 december 2013 in het Nederlands vertaald. De uitnodiging van de PP zette me ertoe aan een overzicht te maken van mijn denkbeelden over de seculiere ethiek (het thema van dit blog) zoals die tot vandaag geëvolueerd zijn. U vindt er misschien enkele herhalingen in uit mijn andere blogs, maar hopelijk wordt dat goedgemaakt door de belichting van hun samenhang.

§

~

Goede middag,


who decides

Aaron Swartz was een getalenteerd computerprogrammeur. Hij was ook een internetactivist die ijverde voor Open Access. Toen hij voor MIT werkte, werd hij betrapt op het downloaden van miljoenen wetenschappelijke artikels van de JSTOR servers. Swartz werd aangeklaagd voor bedrog en diefstal en zag op tegen 50 jaar opsluiting en 4 miljoen dollar aan boete. Op januari 2012 verhing hij zich in zijn appartement in New York, waar zijn vriendin zijn lichaam vond. Vandaag hebben de Obama-administratie en de Europese Unie de noodzaak uitgesproken om wetenschappelijke resultaten die met belastinggeld betaald zijn vrij open te stellen.

Ik vertel dit om duidelijk te maken dat mijn talk niet over een theoretische kwestie gaat. Ethiek en moraal bepalen onze samenleving en onze wetten.


who decides

De belangrijkste manieren om morele regels vast te leggen zijn:

  • Utilitarisme tracht algemeen welzijn te verhogen.
  • Deugdethiek zoekt het in karakters die beter of nobeler zijn.
  • Deontologie vertrekt van plichten en rechten.

Ik zal elk van de drie kort bespreken.


who decides

Jeremy Bentham was de eerste filosoof die utilitarisme formeel besprak. Hij stelde de "felicific calculus" voor: bereken alvorens een daad te stellen hoeveel uren geluk en hoeveel uren lijden ze voortbrengt. Als ze meer geluk voortbrengt is het een goede daad, anders een slechte.

Dit klinkt erg rationeel, en werd daarom de populaire zienswijze in de moderne tijd. Maar utilitarisme heeft een probleem bij het definiëren wat geluk is. Is het welbevinden, gezondheid, vrije tijd, zinvol werk?

Er zijn ook nog praktische problemen:

  • Is het toegelaten een dikke man voor een tram te duwen als daardoor de tram stopt en zo het leven gered wordt van tien mensen verder op het spoor?
  • Is het goed burgers te doden in bombardementen in Hiroshima, Bagdad, Jemen?
  • Is het goed iemand door leeuwen te laten verslinden in een Romeins circus als tienduizenden er vreugde aan beleven?
  • Mag een chirurg die drie mensen kan redden door de ene een nieuw hart te geven, de andere een nieuwe nier, en nog een andere een nieuwe long, één gezonde bezoeker uit de wachtzaal plukken en opensnijden?
  • Is foltering geoorloofd om levens te redden?
  • Is het goed je eigen kind op te offeren voor het welzijn van de gemeenschap?

Mijn antwoord op al deze kwesties is een bot "nee". Ik verwerp utilitarisme omdat een samenleving stoelt op wederzijds vertrouwen, en omdat vertrouwen niet kan samen bestaan met mensenoffers.


who decides

Deugdethiek handelt over iemands karakter. Maar deugd wordt gemeten in eer en reputatie, en in veel tribale of traditionele gemeenschappen leiden die tot verstoting, vetes en eremoorden.

Dat zo'n ethiek nog steeds bestaat in de moderne wereld is grotendeels te danken aan een idealistische filosofie.

Socrates was een filosoof van de deugd, en zijn volgeling Plato geloofde in een gouden elite. Aristoteles onderzocht deugdelijke karaktertrekken, en pleitte voor welopgevoede gentlemen met liefde voor wijsheid en schoonheid.

In de moderne tijd leidde dit denken tot persoonsverheerlijking, heldenverering, persoonlijkheidscultussen, terrorisme, gruwelijke dictators - en ontelbare nutteloze oorlogen.

Het zal duidelijk zijn dat ik ook de deugdenethiek verwerp.


who decides

Deontologie (of plichtenethiek) is de studie van wat te doen. Het is geen soort boekhouding (zoals het utilitarisme) en geen toneelspel (zoals de deugdethiek.)

Immanuel Kant geloofde dat een rationeel wezen enkel vrij kan zijn als het slechts gebonden is door haar eigen wetten.

Dit principe van zelfbestuur maakt elke persoon van gelijke waarde en kent die gelijk respect toe. Niemand kan gebruikt worden als middel. Elk individu behandelen als een doel op zich wordt dan de kern van een deontologische ethiek. Dit is Kants "categorische imperatief" of "onvoorwaardelijke noodzaak."

Deze gelijkheid tussen alle rationele wezens is volgens mij de meest democratische en humanistische ethiek.

(Terzijde: het is evenzeer mogelijk een deontologie voor dierenrechten uit te werken, gebaseerd op de eigenschappen van de dieren in kwestie. In elk geval is dat een andere kwestie, en het is goed mensenrechten en dierenrechten niet door elkaar te halen.)


who decides

Nu we verschillende benaderingswijzen van ethiek overlopen hebben, Zou ik willen terugkeren naar de hoofdvraag: wie beslist?

Ik denk dat het vastleggen van morele regels en van wetten niet het privilege mag zijn van een religie of van andere ideologieën, en evenmin van een filosofische of wetenschappelijke autoriteit. Het is het privilege van een democratische samenleving die voldoet aan bepaalde standaards.


who decides

Autoritaire religie is meester geweest over ethiek gedurende duizenden jaren.

De meeste van de tien geboden, of de vijf boeddhistische of taoïstische voorschriften en de gulden regel - elkaar niet te doden of te bestelen en een goede verstandhouding bewaren met je buren - hebben altijd deel uitgemaakt van elke samenleving, zelfs van dieren. Elke autoritaire religie steunt op angst, en kent een geschiedenis van oorlog, foltering, terreur... Elk verdedigt haar eigen speciale metafysische en morele waarheden.

Terwijl een individu alle recht heeft een geloof aan te hangen of net niet, geheel naar eigen keuze, hebben autoritaire religieuze organisaties geen rechten.


who decides

Dictators zoals Hitler en Stalin hebben getracht de macht van religie over te nemen in de twintigste eeuw, maar faalden.

Het belangrijkste probleem met zulke ideologieën is dat ze de groep hoger schatten dan een individu. Het individu moet zich onderwerpen aan de eisen van het ras, het volk of de staat, of aan om het even wat de oude goden vervangt. Dat maakt hen inherent gewelddadig net zoals religies ervoor.


who decides

Filosofie verheldert de complexe problemen die de ethiek omgeven, maar toch zou het een vergissing zijn om filosofen morele autoriteit toe te kennen. Het zijn dikwijls net de filosofen die interesse vertonen in de samenleving die het meest gevreesd moeten worden: denk aan Plato, Hegel, Spencer, Rand, Nozick.

Plato pleitte tegen democratie en voor een dictatuur van filosofen, waaronder reizen, muziek maken enzovoort verboden zouden zijn. Zijn voorganger, Socrates, wordt dikwijls voorgesteld als een nederig man die toegaf niets te weten, maar meestal trachtte hij anderen ervan te overtuigen dat ze niets wisten, en zich daarom beter zouden onderwerpen aan een autoriteit die het beter wist.

Een aanvaardbare sociale filosofie is er een die individuen aan de top van de hiërarchie plaatst, zowel passief door vrijheid en emancipatie toe te laten, als actief door te voorzien in bescherming, informatieverstrekking en onderricht. Dit individualisme is het tegengestelde van dat van Rand of Nozick. Zij verdedigen een individualisme van persoonlijke hebzucht dat enkel de individuen beschermt die succes hebben, en aanvaardt dat alle anderen worden beperkt, uitgesloten en zelfs vernietigd. Wat we werkelijk nodig hebben is de erkenning van de waarde van elk individu, zonder uitzondering, want de ander had ikzelf kunnen zijn, en ik kan de ander worden.

Laat er geen misverstand over bestaan dat ik filosofen als Montaigne, Spinoza, Sartre, Russell, Pugliucci enzovoort erg hoog schat, maar geen van hen wilde macht.


who decides

Ideologieën, religieuze of andere, verdwijnen snel van het podium van de geschiedenis, en het lijkt erop dat sommige wetenschappers reeds dingen naar autoriteit in de samenleving.

Door de huidige bewondering voor alles wat wetenschappelijk is of lijkt, is deze ambitie niet zo onhaalbaar als op het eerste gezicht lijkt. Het is een werkelijk, onderschat risico.

De eerste wetenschappelijke mededinger voor de macht was de neoliberale economie, gebaseerd op het sociaal darwinisme: ze stelde de samenleving instemmend voor als een egoïstische strijd, waarin de beste overleeft voor de volgende ronde.

In Chili bijvoorbeeld wilde de democratisch verkozen president Allende landhervormingen doorvoeren. Hij werd daardoor geboycot door landeigenaars die steun kregen van het leger en de CIA, die zich zoals steeds bemoeide waar ze vreesde dat een sociale regering tot communisme en steun aan de aartsvijand, de Sovjet Unie, zou leiden.

Uiteindelijk werd het presidentieel paleis omsingeld en Allende werd omgebracht. Daarop volgde een militaire dictatuur onder Generaal Pinochet, die duizenden burgers liet ombrengen en tienduizenden liet folteren. Toch werd deze bloedige dictator door neoliberale economisten als Friedman en Hayek beschouwd als de belichaming van vrijheid, terwijl Allende werd afgeschilderd als een weg naar een - denkbeeldige - totalitaire toekomst.

Ook hier wil ik benadrukken dat ik niet alle economen over één kam wil scheren. Ik heb grote bewondering voor wetenschappers als Wolff, Krugmann, De Grauwe, Robert Reich...


who decides

Een andere wetenschapstak waarvan sommige beoefenaars meedingen naar macht is de neurologie. Sam Harris is vandaag de meest bekende. In zijn "The Moral Landscape" (2010) verdedigt hij dat de wetenschap - en neurologie in het bijzonder - menselijke waarden moet bepalen.

De meeste van de 60 bladzijden tekst gaan echter over religie, in het bijzonder de islam, en zwaait de lof van de westerse cultuur terwijl hij "rationeel" verwart met "westers" en "westers" met "wetenschappelijk".

Steniging is slecht, en wij westerlingen weten dat omdat we wetenschappelijk denken. Harris doet de slachtingen in het twintigste-eeuwse Europa af als kortstondige oprispingen en gaat helemaal voorbij aan eeuwenlang westers kolonialisme.

In een vorig boek ("The end of Faith") verdedigde Harris (denkend aan moslims) dat foltering soms toelaatbaar is, maar vreemd genoeg ontbreekt dat onderwerp in het boek over moraal, waar het meer ter zake zou zijn.

Wanneer het over welbevinden gaat, hangt Harris een "verfijnd utilitarisme" aan. Deze verfijning moet echter nog uitgevonden worden door de toekomstige neurologie. Moraliteit, zegt Harris, is vandaag nog een onderontwikkelde tak van de wetenschap.

Als voorbeeld noemt hij het bekende Fat Man probleem, maar geeft niet echt een oplossing. Als ik hem goed begrijp kan het goed zijn de dikke man op de tramsporen te duwen, als de duwer er achteraf niet te veel psychische problemen aan overhoudt , iets wat binnen afzienbare tijd voorspeld zal kunnen worden door neurowetenschappers.

Nu wist de oude Aristoteles al dat het welzijn van een persoon slechts aan het einde van een volledig leven bepaald worden. Daarvoor kan een schijnbare tegenslag je leven redden, en je kan door een vrachtwagen overreden worden terwijl je op weg bent om het grote lot in ontvangst te nemen. Die dingen zullen niet snel voorspeld kunnen worden door een fMRI scanner.


who decides

In een later boek ( "Free Will", 2012) verzekert Harris dat mensen er geen hebben. Waardoor men zich met Kant kan afvragen wat het nut is van een boek over moraal als wat we doen toch vastligt.

Gedurende 66 pagina's kon ik me niet van de indruk bevrijden dat "Free Will" feitelijk over religie gaat. Harris is een van die Amerikaanse atheïsten die religie niet gewoon achter zich kunnen laten en aan religieuze thema's blijven vastzitten, zij het met omgekeerde strekking. Het lijkt of Harris het feitelijk over de ziel wil hebben.

We hebben geen vervanger voor religie nodig, en ik heb argwaan tegen eenieder die met wetenschappelijke waarheden aankomt met hetzelfde gewicht als religieuze waarheden. Pretentieuze mannen die vertellen wat we kunnen of moeten aanvaarden hebben we nu wel gehad.


who decides

Volgens de "Stanford Encyclopedia of Philosophy" is vrije wil niets anders dan de bekwaamheid een keuze te maken tussen verschillende gedragslijnen.

Als we geen vrije wil hadden, en dus niet echt zouden kunnen kiezen wat we doen, dan zou deze discussie slechts stom gesnater zijn. Onze onbetwistbare bekwaamheid verschillende mogelijke gedragslijnen tegen elkaar af te wegen zou geen reden van bestaan hebben. Net zoals het engagement van Aaron Swartz, en elk ander streven naar een rechtvaardiger wereld en vrede.

Omdat het belangrijkste nut van taal is om handelen af te stemmen, zou het bestaan van taal zelf een onoplosbaar raadsel zijn.

Sommigen zeggen dat het verdedigen van de vrije wil slechts een emotionele reflex is omdat we mensen verantwoordelijk willen houden voor hun daden. Maar waarom zou men iemand verantwoordelijk willen houden die dat niet is? We hebben geen vrije wil nodig om mensen verantwoordelijk te houden voor hun daden, we moeten verantwoordelijk handelen omdat we een vrije wil hebben.

Net zoals racisme, sociaal darwinisme en eugenetica is het ontkennen van de vrije wil tezelfdertijd fout en kwalijk.


who decides

Onze natuurlijke vrijheid is opgemerkt in alle tijden en culturen.

Een mythe van de San van Zuidelijk Afrika, een van de laatste jagers-verzamelaar volkeren, zegt dat in het begin alle dieren vrij waren. Leeuwen bouwden hun nest in een boom, vissen leefden op het land en muizen aten slangen. Toen kwam Heitsi-Heibib, geen god maar een "culture hero", en gaf aan elk dier een vaste aard, behalve aan de mensen, die hij vrij liet hun eigen manier van leven te kiezen.


who decides

Het is merkwaardig dat Pico della Mirandola, een renaissance humanist uit de vijftiende-eeuws Italië, ongeveer hetzelfde opschreef in zijn "Rede over de Menselijke Waardigheid" waarin God zich tot Adam richt: "Van alle schepselen hebben we de natuur bepaald en beperkt, maar u, Adam, hebben we zulke beperkingen niet opgelegd..."


who decides

Jean-Paul Sartre stelde in een rede in Parijs onder grote publieke belangstelling: "de mens is veroordeeld vrij te zijn: veroordeeld omdat hij zichzelf niet schiep, maar niettemin vrij, omdat eenmaal in deze wereld geworpen, hij verantwoordelijk is voor al zijn daden."

Omdat we vrij zijn, graag of niet, zijn we verantwoordelijk voor de wereld en voor de samenleving waarin we leven. Zowel de rede van Mirandola als die van Sartre werden verboden door de katholieke kerk.


who decides

Hoe vrij is vrije wil?

Niemand beweert dat we de hele tijd alles kunnen doen wat we willen. Verdedigers van de vrije wil zeggen dat we, als de gelegenheid er is, keuzes kunnen maken tussen twee of meer opties. Ontkenners zeggen dat we nooit kunnen kiezen, omdat vrije wil een illusie is.


who decides

De belangrijkste argumenten die bijvoorbeeld Sam Harris opstelt tegen de vrije wil zijn:

  • Universeel determinisme.
  • De noodzaak van volledige controle.
  • Experimenten door Benjamin Libet, John-Dylan Haynes e.a.
  • Een experiment door Daniel Wegner.

Het is feitelijk onmogelijk te bewijzen dat om het even wat geen illusie is. Als jij beweert dat ik een illusie ben, kan ik niet bewijzen dat dat niet zo is. Ik kan een pen opnemen, maar je kan zeggen dat die pen bij de illusie hoort, zoals alles wat ik doe of zeg. Maar ik kan tenminste trachten te bewijzen dat de argumenten tegen vrije wil geen steek houden.

Vergeet niet wat er op het spel staat: als we niets te kiezen hebben, moeten we alle ideeën om een betere wereld te maken overboord gooien en gaan zitten wachten op een Prozac behandeling.


who decides

Het eerste argument vertrekt van universeel determinisme. Het zegt dat alles wat voorvalt in het universum een oorzaak heeft, en dat daardoor elke gebeurtenis en elke beslissing reeds vast lag bij de Big Bang.

Het is zeker waar dat er geen andere oorzaken bestaan dan de oorzaken binnen de natuur. Maar oorzaak en gevolg zijn in de natuur niet altijd hetzelfde. Als dat wel het geval was zou er in het universum een reusachtig biljart zijn met miljarden ballen die slechts leiden dan tot eindeloos eentonig aantikken.


who decides

Causaliteit in de natuur is niet lineair. Een oorzaak kan verschillende gevolgen hebben, en een gevolg verschillende oorzaken. En de processen die we beschrijven met natuurwetten zijn stochastisch: ze zijn aangedreven door toeval, in een aantal dat voldoende groot is om voorspellingen te kunnen maken.

Bertrand Russell heeft wetenschappelijke wetten vergeleken met de kennis van een treinwachter, die elke dag weet hoeveel reizigers de ene of de andere trein nemen, maar niet van één reiziger die het station binnenkomt waar die heen zal gaan.

Van het Cesium-137 dat nog steeds uit de kerncentrale van Fukushima lekt weten we dat de helft verdwenen zal zijn binnen dertig jaar, maar van een Cesium-137 atoom weten we niet of het nog een uur zal bestaan, of een eeuw.

Als je een handvol zout in een glas water werpt, zullen wetenschappelijke wetten kunnen uitmaken hoeveel kristallen oplossen en hoeveel op de bodem blijven, maar niet welk kristal.

Dat lijkt onbelangrijk, maar laten we niet vergeten dat alle leven is voortgekomen uit één kristal dat zich anders gedroeg dan de andere, en zich daarna vermenigvuldigde.

In tegenstelling tot een biljart is de natuurlijke wereld verrassend rijk en veelzijdig, en het deel ervan in ons hoofd is het meest verbluffende van al. We houden rekening met verhalen die we hoorden en lazen, met ervaringen die we hadden, met verplichting nu en later, met geografie en beschikbare transportmiddelen enzovoort. Onze hersenen verteren deze kennis op een of andere wijze en, nadat ze haar samenvoegen, verbinden, verbeelden en vergelijken beslissen we wat te doen, en wat niet.

De keuzes die we maken zijn onze eigen, volledig natuurlijke keuzes.


who decides

Sam Harris schreef: "beeld je in wat het zou vereisen om een vrije wil te hebben. Je zou je bewust moeten zijn van al de factoren die je gedachten en daden bepalen, en je zou daar volledige controle over moeten hebben."


who decides

Dat volgt echter niet uit de definitie van vrije wil zoals gegeven door de Stanford Encyclopedia of Philosophy die we al eerder citeerden.

Volgens deze definitie vereist vrije wil geen controle over alle factoren die onze gedachten bepalen. Vrije wil vereist slechts twee zaken:
1. Kennis hebben van tenminste twee mogelijke acties.
2. Controle over de keuze tussen deze mogelijkheden.

Je moet weten wat mogelijk is, niet noodzakelijk wat voorbij is.

Een surfer op een wilde zee kent niet alle oorzaken van elke golf en elke windvlaag. Ze moet echter elke uitdagende situatie opnemen, en moet opties vinden en haar reactie beheersen. Dat is alles wat vrijheid betekent.

Je hoeft niet te weten hoe de motor van je wagen werkt om te rijden naar waar je wilt.

Je hoeft de dynamica niet te beheersen om een hamer doelbewust te gebruiken.

En je hoeft niet te weten hoe neuronen werken om na te kunnen denken.


who decides

Verder noemt Harris de bekende experimenten die Benjamin Libet uitvoerde in de jaren 1980 en die, aldus Harris, moeilijk te verzoenen zijn met de opvatting dat we de bewuste auteurs zijn van onze daden.

In het experiment wordt een proefpersoon gevraagd een knop in te drukken wanneer die dat wil. Dit leidde tot volgende waarnemingen:

  1. Onbewuste activiteit gemeten in dat deel van de hersenen waar we beweging voorbereiden. Dit deel noemt men de "secondaire motor cortex" of de "pre-motor cortex".
  2. 350 ms later wordt de proefpersoon zich bewust van zijn besluit de knop in te drukken. Er werd gevraagd dit tijdstip te onthouden en na de test mee te delen.
  3. Nog 200 ms later bewoog de hand van de testpersoon.

Het hoeft niemand te verrassen dat er hersenactiviteit voorafgaat aan vol bewustzijn. Bewustzijn wordt tenslotte gemaakt in de hersenen. De kwestie is niet of vrije wil gemaakt wordt in het brein, want we weten dat het zo is. De echte vraag is: kon de proefpersoon wat anders doen?


who decides

Benjamin Libet zelf kwam tot het besluit dat dit laatste het geval is, en dat men een actie kan afbreken als men zich er eenmaal van bewust is.

Libet schreed dat "de mogelijkheid bestaat het proces bewust te stoppen" en "over deze mogelijkheid bestaat geen twijfel." Dat betekent dat we ons oorspronkelijk diagram moeten aanpassen.


who decides

Dit is een nauwkeuriger diagram. Er komt een wissel tussen het bedenken van een voornemen en de uitvoering. In een laboratorium is dit niet gepland, maar in de reële wereld vindt dit aanhoudend plaats.

Er is een experiment dat je makkelijk zelf kan uitvoeren. Zoek een weg zonder verkeer en fiets of rijdt een minuut rechtdoor met gesloten ogen. Als je niet spiekt kom je gegarandeerd in de gracht terecht. Niet door een hindernis, maar omdat je je ogen nodig hebt om aanhoudend je richting bij te sturen. Dat is een van de belangrijkste voordelen van het hebben van ogen. Het is zo natuurlijk, dat we het niet zien met onze ogen open.

Als we met een gedachte spelen zijn onze hersenen actief. We worden ons van verschillende opties bewust, maar onze keuze is nooit definitief tot we ze uitvoeren. Veel dieren, zoogdieren in het bijzonder, leven voortdurend in afwachtende bereidheid om te handelen.


In dit korte filmpje, vorig jaar gemaakt in mijn tuin, zoekt een ree naar een veilige plaats om te grazen. Haast geen enkele beweging wordt voltooid zonder even in te houden en de omgeving te verwerken. Let op de benen en de oren.


who decides

John-Dylan Haynes heeft een gelijkaardig experiment uitgevoerd en vond hersenactiviteit tot 7 seconden voor het moment van bewustzijn. De testpersoon had nu twee knoppen om tussen te kiezen, maar er dient bij vermeld dat Haynes slechts in 60% van de gevallen kon voorspellen aan de hand van de fMRI welke optie gekozen zou worden.


who decides

Is zeven seconden realistisch? Als ik zeven seconden zou nodig hebben om elke letter van mijn klavier te kiezen, zou ik 60 uur nodig hebben om deze tekst alleen maar te tikken, zonder correcties of herwerken.

In een tafeltenniswedstrijd haalt het balletje 100 km/uur. Dat betekent dat het de tafel oversteekt in 1 tot 2 seconden. Getrainde tafeltennissers hebben 1 seconde of minder om de snel veranderende situatie te beoordelen, om een reactie te kiezen, voor te bereiden, bij te sturen, en uit te voeren.

Als de hersenactiviteit die Haynes waarnam in een laboratorium ook zou gelden voor het echte leven, zouden we weinig boeken en tafeltennis hebben.


who decides

Het laatste hoofdargument tegen vrije wil is een experiment uitgevoerd door Daniel Wegner.

In het 'I Spy' experiment, zoals het bekend werd, liet Wegner twee mensen samen een cursor bewegen met één muis, waarop iets gemonteerd was wat op een Ouijabord leek. Een van beide was de proefpersoon, de andere was een ingewijde zonder dat de proefpersoon dat wist. De proefpersoon werd door een hoofdtelefoon verteld waarheen de cursor te bewegen, en dacht dat de ingewijde dezelfde opdracht kreeg, terwijl deze laatste trachtte de eerste te dwarsbomen.

De opstelling was zo dat beide personen druk op het bord moesten blijven uitoefenen. De helft van de tijd wist de testpersoon niet wie van beide de cursor had geplaatst.

Als twee mensen samen een steen omduwen, is het moeilijk te zeggen wie de beweging echt veroorzaakte.

In het echte leven trachten we samenhang te vinden in wat er gebeurt, ook als we niet over alle gegevens beschikken. Dat het oordeel soms fout is, betekent niet dat we geen keuze maakten. Misschien is het tegenovergestelde wel het geval. Tenslotte moeten de hits ook verklaard worden, en het is niet redelijk om twijfel als bewijs van de afwezigheid van vrije wil te zien als we de andere gevallen niet rekenen als uitingen van vrije wil.

Als ik een steen werp, is dat mijn worp. Als hij niet terechtkomt waar ik wilde, is dat geen weerlegging van mijn keuze.


who decides

Ik stel een gedachte-experiment voor. Herhaal het experiment van Wegner, maar vervang de muis door twee toetsenborden met pijltjes. Hoe dikwijls zou je eraan twijfelen of jij het was die de cursor bewoog?

"Historische reconstructie" is altijd aanwezig, niet enkel bij historici en archeologen, maar zelfs bij fysici die trachten te verklaren wat zich afspeelt binnenin de LHC. Waarom zouden we dit vermogen bezitten, indien niet om betere keuzes te maken onder verwarrende omstandigheden?


who decides

Ik heb hiervoor verschillende kandidaten opgesomd voor morele autoriteit: religie, andere ideologieën, filosofie, wetenschap. Ik heb willen aantonen dat geen van hen overtuigt. Toch geloof ik niet in een libertaire anarchie.

Op de ene of de andere manier moeten mensen in een aantal gevallen een wijze van samenwerken vinden. We kunnen een betere samenleving maken, en geen van de genoemde kandidaten zal het voor ons doen. Wat we nodig hebben is een democratie gebaseerd op het primaat van individuele mensenrechten.

Er kan geen echte democratie bestaan als niet elk individu vrij is. Deze vrijheid betekent meer dan niet gehinderd te worden in het zoeken naar geluk. Ze moet ook informatie, educatie en protectie omvatten. Geen persoon mag ooit opgeofferd worden voor een gemeenschappelijk goed. Dit is de enige dwingende noodzaak. Ze betekent onder meer dat oorlog onmogelijk wordt.

Zulk een democratie heeft op haar beurt het recht morele regels en wetten te maken. Ze dient dat te doen met alle informatie en communicatie beschikbaar, met inputs van burgers van alle overtuigingen, van wetenschappers en filosofen. En het recht op debat en burgerlijke ongehoorzaamheid blijft te allen tijde bestaan.



Bronnen:
Who decides on our ethics? (My guest talk at a Pirate Party convention)
The slides (")
Libet Experiments (The Information Philosopher)
Sigers tuin



Tags: actueel, bewustzijn, ethiek, pacifisme, religie, samenleving, seculariteit, wetenschap

Zie ook het archief