hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Bronnen van kennis: de tijd van Alexander

23 juli 2014


a Alexander

H

et tijdperk na Alexander de Grote zag een enorme wetenschappelijke groei. In deze periode beschreef Theophrastus de seksualiteit van planten; Aristarchus leerde dat de aarde rond de zon draait; Hipparchus berekende de omtrek van de maan en Erastrothenes die van de aarde; Herophilus beschreef de bloedsomloop en Archimedes bedreef fysica. Geleerden als Euclides, Ptolemeus, Strabo, Galenus en Hero schreven systematische overzichten van de verbluffende kennis van hun tijd. De laatste beschreef ook een vat waarmee men water in wijn kon veranderen - een toestel waarover de evangelist Johannes gehoord zal hebben toen hij een gelijkaardig mirakel beschreef.

§

Alexander de Grote in het kort.

(Er bestaan over deze man ontelbare legendes en heroïsche levensbeschrijvingen. Wat hier volgt is niet meer waar dan de rest, wel minder militaristisch.)

Ondanks de glamoureuze afbeeldingen die we kennen was Alexander de Grote erg klein, volgens de Alexanderroman slechts 140 cm lang, en door zijn onverzadigbare honger naar kip en wijn zeker niet al te slank. Zelfs zijn legendarische paard, in de verhalen een ontembare hengst, was tijdens zijn veldtochten een twintig jaar oude knol.

Na de moord op zijn vader, waarvoor historici hem vrijpleiten wegens gebrek aan bewijs, liet Alexander al zijn rivalen en mogelijke tegenstanders ombrengen, met inbegrip van zijn eigen broers. Zo werd hij erfgenaam van een leger, hongerig om elke stad te plunderen die binnen oogbereik kwam, of ze nu Grieks of Perzisch of om het even was - een leger dat hem meesleurde zoals een verwend joch wordt meegesleurd door de bloedhonden die het uitlaat, daarbij aanhoudend omringd door lijfwachten die met hun leven betaalden voor de minste onoplettendheid. Telkens Alexanders tenten werden opgeslagen feestte hij zonder ophouden met prostituees en hovelingen: de paleizen van Persepolis werden in brand gestoken door deze luidruchtige bende, maar niet voor alle schatten dagenlang door zijn soldaten afgevoerd werden. De dronken Alexander wierp de eerste toorts in de galerij van de honderd zuilen, alleen maar voor het plezier van het vuurwerk.

In Sousa organiseerde hij de grootste massaverkrachting uit de geschiedenis, door zijn grommend leger te vergoeden met tienduizend Perzische vrouwen - een daad waarover historici vandaag nog steeds beweren dat het een daad van culturele verbroedering was, alsof tienduizend lokale vrouwen plots verliefd werden op een heel leger dat hun land was binnengevallen en aan het leegplunderen was. Vrouwen van een ingenomen stad waren van oudsher buit voor het opgehitste voetvolk; het nieuwe was dat er een pompeuze plechtigheid bij verzonnen was door een driftige woesteling die de schittering wilde nabootsen van de grootsheid die hij aan het vernielen was.

Sommige van Alexanders gezellen stierven in drinkwedstrijden na een dagenlange doodsstrijd, maar werden beter verzorgd in speciaal daartoe opgerichte tenten dan gewonde soldaten. Wanneer hij dronken was werd Alexander onberekenbaar en gevaarlijk, en hij doodde zijn beste vriend toen die een opmerking maakte over zijn bekwaamheid als leider.

Er wordt gezegd dat Alexander een enorm imperium bouwde, maar zelfs wanneer hij nuchter was, was hij onbekwaam om de gebieden die zijn leger geplunderd had te verenigen of te laten samenwerken. Hij liet ze achter in de handen van gewetenloze gouverneurs en belastingheffers, en hoewel er zo'n dertig steden naar hem genoemd zijn, stichtte hij nooit een centrale metropolis.

In Babylon vrat hij zich bewusteloos en stierf na een dagenlange doodsstrijd. Haast onmiddellijk viel zijn "imperium" uit elkaar. Tegen die tijd had Alexander met regelmaat duizenden mannen gekruisigd omdat ze weerstand hadden geboden en had hij tien keer zoveel kinderen en vrouwen verkocht in slavernij.

De vernieling van grenzen die het gevolg was van deze rooftochten, werd nog versneld door massa's rondzwervende troepen soldaten en vluchtelingen.

Kennis als oorlogsbuit.

Onder de buit van Alexanders rooftochten bevonden zich ook boeken en geleerden uit Perzië en Babylon. Het Perzische (zoroastrische) Kitab al-Mawalid (Boek der geboorten) zegt:

Toen Alexander het rijk van Darius veroverde, liet hij alle boeken vertalen in het Grieks. Daarna liet hij de originelen verbranden die in de schatkamers van Darius opgeslagen waren, en liet iedereen doden waarvan hij vermoedde dat ze kopieën verborgen hielden. Maar sommige boeken werden gered door hun bewaarders die konden ontkomen naar eilanden in de zee of naar de hoogste bergen. Na de dood van Alexander keerden ze terug naar hun huizen en schreven neer wat ze van buiten kenden.

Een andere kopij van hetzelfde boek vermeldt dat ook inscripties in steen en hout vernietigd werden, en dat...

...boeken, samen met de rest van de wetenschappen, eigendommen, schatten en geleerden die hij vond, naar Egypte gezonden werden.

Toen de storm over was, namen de Perzen stappen om hun intellectuele instituten te herbouwen. De zoroastrische Denkard zegt:

Na de plundering door Alexander gaven opeenvolgende koningen het bevel aan alle provincies om alles wat de plundering door de Macedoniërs en Alexander te behouden in de best mogelijke staat en naar het hof te brengen. Dit omvatte geschriften over geneeskunde, astronomie, beweging, tijd, ruimte, substantie, worden, accident, verval, transformatie, logica en andere vaardigheden en kunsten.

Toen Alexander zijn eerste stad plat brandde - het Griekse Thebes, in 335 BCE - stichtte zijn vroegere leraar, Aristoteles, een academie in Athene. Het Lyceum, zoals de academie van Aristoteles bekend werd, herbergde volgens Strabo de eerste bibliotheek van Griekenland.

Het zou nogal onzinnig zijn te geloven dat Aristoteles niet langer geïnteresseerd was in de prins die hij opvoedde en die nu de wereld aan het veroveren was en daarbij onvermijdelijk met vreemde dieren en planten, en met onbekende ideeën en gebruiken in aanraking zou komen. Het zou even onzinnig zijn te geloven dat Alexander de filosoof zou vergeten die het grootste deel van zijn jeugd gedomineerd had. Voor wie naar het Oosten reisde waren de wonderverhalen even verlokkelijk als edelstenen, en Alexander had talrijke geleerden in zijn gevolg om al dat vreemds te onderzoeken. Zo waren er Anaxarchus, uit de school van Democritos in Abdera; Pyrrho van Ellis, de vader van het westers scepticisme; Onesicratus, een volgeling van Diogenes; Xenocrates, een gezel van Plato; enzovoort.

Nog onzinniger dan te geloven in een gelijktijdig geheugenverlies van twee beroemde mannen, zou het zijn te geloven dat Alexander en zijn geleerd gevolg geen interesse zouden tonen in nieuwe kennis, geen verslagen zouden schrijven en geen boeken en specimen zouden verzamelen en delen met de grootste geleerde van hun tijd, die op datzelfde ogenblik de eerste bibliotheek van Europa aan het vullen zou zijn met enkel eigen bedenksels.

Dat zou zijn als wanneer iemand die een rivier ziet vloeien die even om een boom stroomt, zou beweren dat achter die boom een rivier verdwijnt en een andere ontspringt. Zoiets is exact wat zich voordoet wanneer historici beweren dat alle kennis van oudere beschavingen verdween in een zwart gat toen de Grieken verschenen, en alles ter plaatse uitvonden.

De plundering was vernietigend. In Hamadan alleen waren zesduizend soldaten nodig om slechts een deel van de buit te bewaken. Onvermijdelijk bevatte deze buit boeken, ambachtslui en geleerden. Plinius verzekert dat Alexander aan Artistoteles jagers, vissers, vogelvangers en beheerders van bossen, meren en weilanden zond, en niets was in die tijd zo gebruikelijk en is zo waarschijnlijk. Slaven hoorden bij de buit van elke oorlog, En onder slaven vond men al wie bruikbaar was, van maagden tot kunstenaars en geleerden.

De Kitab al-Mawalid stelt, zoals ik hierboven schreef, dat de boeken die Alexander roofde naar Egypte verzonden werden. Ik denk dat de buit inderdaad in Alexandrië terechtkwam, maar onrechtstreeks. Eerst na de dood van Alexander, onder de Ptolemeïsche farao's, werd het museion van Alexandrië uitgebouwd door een leerling van Aristoteles, Demetrius van Phaleron. Het ligt voor de hand dat de bibliotheek van Aristoteles, inbegrepen buit van Alexander, een belangrijk deel van die werken uitmaakte. Zoals het Lyceum van Aristoteles trok het museion geleerden aan uit alle windstreken: voortgaand op hun namen was één kwart van onbekende oorsprong, één kwart kwam uit de Griekse wereld en ruwweg de helft kwam uit Azië en Afrika.

De ligging van Alexandrië in de Nijldelta, met zijn eindeloze papyrusmoerassen, was de ideale plaats om boeken te kopiëren. Bijna één miljoen boeken werd er uiteindelijk verzameld, door agenten die tempel- en paleisarchieven doorzochten in de hele bekende wereld, en inspecteurs die elk schip dat de haven aandeed doorzochten naar onbekende manuscripten. Er werden kopieën gemaakt voor het museion, of de manuscripten werden in beslag genomen en de rechtmatige eigenaar kreeg een kopie. Teksten werden vertaald in en uit Assyrisch, Perzisch, Egyptisch, Hebreeuws, Indisch enzovoort. Misschien was de schokkende confrontatie tussen vastgeroeste of gevestigde denkbeelden nog wel een grotere troef voor de vooruitgang van de wetenschap dan de waarde van de vreemde ideeën op zich: zoveel wat zeker leek kon opnieuw onderzocht, overdacht en uitgevonden worden.




Bronnen:
Alexander the Great - (Robin Lane Fox)



Tags: wetenschap

Zie ook het archief