hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Richard Dawkins en de emoties

16 augustus 2014


Richard Dawkins

R

ichard Dawkins is een groot man. Voor ongelovigen als ikzelf brak hij stenen uit middeleeuwse muren. Twijfelaars en sceptici stak hij een hart onder de riem. Na Dawkins was een atheïst niet langer een paria. Geloven is niet langer meer vanzelfsprekend, het is een keuze. Maar de man die ik bewonderde lijkt gekidnapt door zijn volgelingen, spreekt met steeds minder zorg, en zijn beroep op de boven alles verheven ratio begint meer en meer trekkracht aan conservatieve karren te verlenen. Een recent artikel van hem in "The Huffington Post" biedt een uitstekende gelegenheid hier dieper op in te gaan.

§

Dawkins opent zijn artikel met "bestaan er koninkrijken van emotie waar logica taboe is, het niet aandurft haar gezicht te laten zien, zones waar te veel intimidatie de rede doet zwijgen?". Die vraag is voor Dawkins minder retorisch dan ze lijkt, want recent werd hij bekritiseerd omdat hij te licht geoordeeld zou hebben over, elk afzonderlijk, sexuele intimidatie en pedofilie. En zijn artikel eindigt met:

Het is uiterst treurig dat er mensen zijn, ook in onze atheïstengemeenschap, die bedreigd worden met verkrachting omwille van dingen die ze gezegd hebben. En het is ook betreurenswaardig dat er veel mensen zijn in dezelfde atheïstengemeenschap die letterlijk bang zijn om vrij te denken en te spreken, bang om zelfs hypothetische vragen te stellen zoals die ik noemde in dit artikel. Ze zijn bang - en ik verzeker je dat ik niet overdrijf - van heksenjachten: van jacht op de hedendaagse heiligschenners door hedendaagse inquisities en hedendaagse incarnaties van de Gedachtepolitie van Orwell.

Het artikel had een betoog kunnen zijn tegen grofheid, scheldpartijen, beledigingen en bedreigingen, maar Dawkins meende een volgens hem essentiele tegenstelling tussen ratio en emotie te moeten schetsen:

Er zijn zij wiens liefde voor de rede hen toestaat [dergelijke] onaangename hypothetische werelden binnen te gaan en te zien waar de discussie zou kunnen leiden. En er zijn zij wiens emoties hen verhinderen in de nabijheid van de conversatie te komen. Sommigen van hen zullen iedereen die bereid is deze zaken te bespreken besmeuren en hen kwaaardige beledigingen toeslingeren. Sommigen zullen aktieve heksenjachten inzetten tegen moraalfilosofen omdat ze aanstootgevende hypothetische gedachte-experimenten durven te overwegen.

...en zaagt meteen de poten van onder zijn preekgestoelte door het artikel te beëindigen met een emotionele kreet die - ondanks zijn verzekering dat hij niet overdrijft - slecht omschreven kunnen worden als een grove overdrijving. Hier is meer aan de hand dan een fijnzinnige intellectueel die zich in het kreupelhout van Twitter heeft begeven en enkele flinke schrammen heeft opgelopen. Dawkins knoopt aan zijn ervaringen een filosofie vast die er op neer komt, dat ongepassioneerde logica en rede niet gehinderd mogen worden door emoties.

De verdediging van de ratio

Het gaat niet op tijdens een etentje tot een disgenoot te zeggen "laten we ons eens indenken dat ik je anaal zou verkrachten" en dan een verontwaardigde reactie te bestempelen als emotionele intimidatie die de vrijheid van de logica en de rede beknot. Toch is dat net wat Dawkins doet:

We zijn het er allemaal over eens dat het niet waar is dat sommige mensenrassen genetisch superieur zijn aan andere in intelligentie. Maar laten we voor een ogenblik deze overtuiging opschorten en de consequenties onderzoeken als het anders zou zijn. Zou het dan correct zijn te discrimineren bij een sollicitatie? Enzovoort. Mijn vriend stelt soms deze vraag, en hij zegt me dat ongeveer de helft van zijn studenten bereid zijn de hypothese die in tegenspraak is met de feiten te overwegen en de gevolgen rationeel te bespreken. De andere helft reageert emotioneel op de hypothese, is te verontwaardigd om verder te gaan en verlaat de conversatie.
[...]
Ik hoop dat ik genoeg gezegd heb om mijn geloof dat rationalisten zoals wij de vrijheid moeten hebben moraalfilosofische kwesties te onderzoeken zonder overspoeld te worden door emoties die alle discussies smoren, hoe hypothetisch ze ook zijn. Ik heb het over kannibalisme gehad, over mijnwerkers, orgaandonors, geaborteerde dichters, besnijdenis, Israël en Palestina, alle soorten no-go zones, taboegebieden waar de rede niet durft te gaan omdat emotie er regeert.
[...]
Ik ben diep bezorgd om rede en logica. Ik denk dat ongepassioneerde logica en rede niet verbannen mogen worden van discussies over kannibalisme of mijnwerkers die vastzitten. En ik was bedroefd om te zien dat verkrachting en pedofilie eveneens taboegebieden werden, verboden terrein voor rede en logica.
[...]
Ik denk niet dat rationalisten en sceptici taboegebieden mogen hebben waar onze rede, onze logica, niet binnen mag. Hypothetisch kannibalisme van menselijke verkeersdoden moet besproken kunnen worden (en afgewezen volgens mijn mening - maar laten we het bespreken). Hetzelfde voor eugenetica. Hetzelfde voor besnijdenis en vrouwelijke genitale verminking.

Een hypothese is een veronderstelling, een voorlopig voorstel. Wie een hypothese stelt wenst dat ze onderzocht zal worden, en het heeft geen zin een hypothese voor te stellen als je ze niet wil verdedigen. Een hypothese stellen is een standpunt innemen, hoe voorlopig ook. Het higgsboson was een hypothese, maar de internationale gemeenschap besteedde wel miljarden aan het zoeken ernaar. Een immorele stelling verdedigen is immoreel, ook als ze hypothetisch is. Veel eenvoudiger zal het niet worden.

De aanhef "we zijn het er allemaal over eens..." is een drogreden. Racisme is springlevend, ook in de onmiddellijke omgeving van Dawkins. Toen de lezing van Pinker over de intelligentie van Ashkenazi-joden op het Dawkins-forum geplaatst werd, werden de commentaren overstemd door deelnemers die vonden dat rassenonderscheid een feit is. Onderzoeken wat we zouden moeten doen als er superieure en inferieure rassen zouden bestaan, is dus verre van hypothetisch, het is moraal in actie. Want dat is het merkwaardige met het artikel van Dawkins: moraalfilosofie wordt door zijn verdediging niet verheven op een hoger niveau van kennis of sociale relevantie. Om zijn versie van moraalfilosofie te rechtvaardigen moet hij haar betekenis en invloed minimaliseren. Zijn klacht klinkt als "we beweren niets en kletsen maar wat, dus waarom al die emotionele aanvallen?"

De noodzaak van emotie

Dawkins meent dat moraalfilosofen het recht hebben hypothetisch te onderzoeken of eugenetica ooit vergoelijkt kan worden? En foltering? Mijn antwoord is nee. Emotioneel en rationeel nee. Ze hebben niet dat recht. Het is al decennia lang duidelijk geworden, op de meest gruwelijke manier, dat eugenetica en foltering vertrekken van hypotheses, en eindigen bij gruwelen in de al te harde werkelijkheid.

Foltering is niet afgewezen zonder nadenken. Wetenschappelijke colloquia, internationale conferenties en de wereldpers hebben aan de discussies deelgenomen, en besloten dat foltering nooit toelaatbaar mag zijn, en er een internationaal verdrag over getekend.

Eugenetica, als gedwongen "rasverbetering" of "rassenhygiëne", is verwerpelijk. Het afwijzen ervan is met schade en schande onderdeel geworden van de moderne ethiek die nog steeds strijd moet leveren voor wereldwijde erkenning. Het is blasé en immoreel om rasveredeling terug bespreekbaar te willen maken vanuit je comfortabele zetel of, erger, om foltering bespreekbaar te maken met als doel een gewelddadig regime goed te praten.

Voor Dawkins is intelligentie blijkbaar afwezigheid van emoties: logica en rede leiden tot het goede resultaat, en emoties zijn - in het beste geval - storingen. Hij meent dat "de rede, in sommige gevallen, actief geïntimideerd wordt en haar gezicht niet durft te tonen" en "we krijgen daarvan al genoeg van religieuze gelovigen. Zou het niet zonde zijn als we verleid werden door een nieuw soort heilige, het heilige van de emotionele taboesfeer?" Het is echter een fantasie dat religie zich slechts op emoties en niet op ratio beroept. Evenzeer als het een misvatting is, dat intelligentie enkel logica en geen gevoelens vereist. Je kan fouten maken in een logische redenering, en je kan ook foute emoties hebben. Daarentegen kunnen zowel je logische redenering als je gevoelens waardevol zijn. De rede ver boven emoties plaatsen is een dualistische visie die niet strookt met hoe mensen en samenlevingen in hun werk gaan.

Intelligentie zonder ratio is waanzin; intelligentie zonder emotie is doelloos.

Rede en logica voorstellen als zuivere maagden aan de ene kant, die belaagd worden door plebeïsche emoties aan de andere kant, is onzin. Zonder emoties zouden we zelfs geen rede of logica hebben: we moeten ergens toe gedreven worden om te handelen, en aanhoudend checken we onze ratio af met ervaringen nog voor de ratio alle mogelijkheden heeft berekend. David Hume begreep dit toen hij schreef dat de rede de slaaf is van de passies, en dat ze dat ook hoort te zijn. Bertrand Russell kwam laat in zijn leven tot hetzelfde besluit: "De wereld zoals ik die wil zien," schreef hij "is er een waar emoties sterk zijn maar niet destructief, en waar ze, omdat ze erkend zijn, geen misleiding zijn van iemand zelf of van anderen. Zo'n wereld zou liefde en vriendschap omvatten, en het streven naar kunst en kennis.”

De zuiver rationele mens (de "rational agent" of "homo economicus") is een mythe uit de klassieke economie, uitgevonden omdat het haast ondoenbaar is economische gebeurtenissen te voorspellen als mensen onberekenbaar zijn. Economische modellen werden daarom geconstrueerd alsof mensen enkel handelen uit eigenbelang. Zo werd bijvoorbeeld de wet van vraag en aanbod "bewezen". Maar wat bedoeld was als een praktische aanname, werd al te snel een dogma voor reactionairen en een excuus voor egoïsme.

Platvloers rationalisme is de triomfantelijke ontkenning van wat ons leven drijft; het is het nooit aflatende debat over "wat te doen" afbreken met de uitroep dat we geen keuze hebben; het is je leven herleiden tot stofwisseling; een ontroerend muziekstuk afwimpelen als luchttrillingen; moord bagatelliseren als een neuronale storing; geen zonsopgang meer begrijpen; niets meer zien in een einder of een landschap; alle gevoel voor harmonie verliezen; blind zijn voor onze erfenis aan kunstwerken; het genot van een vrolijk feestmaal ontberen; liefde als slechts een speling van hormonen bestempelen; een toekomst met enkel ratio verlangen; en opscheppen over alles wat je ontbeert, als een fiere rationalist; niet beseffen dat we kapotgaan aan schrompelziekte.

Aanvankelijk was men zich wel bewust van de alomtegenwoordige samenwerking in menselijke gemeenschappen. Rousseau en Hume bijvoorbeeld geven verschillende voorbeelden waar we samenwerking verkiezen boven eigenbelang. Het duurde zo'n twee eeuwen voor iemand op de gedachte kwam het gedrag van de "rationele mens" in de praktijk te testen, onder meer aan de hand van Hume's waarnemingen, zoals in het Stag Hunt Game. Hij bleek niet te bestaan. Mensen weigeren onbillijke overeenkomsten liever dan winst te maken, en wederzijds vertrouwen gaat voor de opbrengst. Inmiddels was de mythe echter doorgedrongen tot de biologie en andere wetenschappen, maar ook daar verliest de "rational agent" steeds meer terrein. Vandaag is samenwerking ("strong altruism", "coöperation", "pro-sociality")onderwerp van schrandere hypotheses en ernstig wetenschappelijk onderzoek.




Bronnen:
Are There Emotional No-Go Areas Where Logic Dare Not Show Its Face?
Bertrand Russell: Ethics (Internet Encyclopedia of Philosophy)
The not-so-Amazing Atheist self-immolates



Tags: actueel, ethiek, samenleving, seculariteit

Zie ook het archief