hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Bronnen van kennis: Indië

27 augustus 2014


upanishads

Z

oals ik al eerder schreef lijkt het me onmogelijk dat alle kennis die de mensheid vandaag bezit afkomstig is van Europa en/of de (joods-)christelijke traditie. Nochtans is dat wat westerse mythes tot kortgeleden algemeen voor waarheid hielden. Deze mythes hadden een racistische (de "blanke" beschaver) of ideologische (christelijke) basis. De menselijke vooruitgang is een proces dat zich uitspreidt over duizenden jaren, en begon lang voor er sprake was van enige beschaving in Europa of van monotheïsme. Ik tracht in een reeks blogs over de "bronnen van kennis" te achterhalen hoe de wereld buiten de westerse elites heeft bijgedragen aan onze vooruitgang. Hier enkele citaten uit de oudste Upanishads die aantonen dat belangrijke vragen en inzichten de Griekse filosofie ver voorafgingen.

§

§

De oudste Upanishads zijn moeilijk te dateren. De Brihadaranyaka, de Prajna en de Chandogya Upanishads worden geplaatst (lang) voor de 8e eeuw. Daarbij moet men beseffen dat ze de neerslag zijn van overdenkingen die al eeuwen aan de gang waren. Ter vergelijking, Thales van Milete - die omstreeks het begin van de 6e eeuw in Azië leefde en werkte - wordt algemeen als de eerste Griekse filosoof beschouwd.

Ik wil hier geenszins de hindoe-filosofie herleiden tot louter natuurkunde. In dit blog wil ik wel het natuurkundige aspect in het bijzonder onderzoeken, zonder afbreuk te doen aan de overige inhoud, en zonder de waan dat volledigheid haalbaar zou zijn.

Maar het gaat ook niet op om elke referentie naar de natuur op te kloppen tot mysticisme of monotheïsme. "Atman" vertalen met "ziel" en "Brahman" met "God" leidt tot misvattingen. "Satya" kan men beter vertalen als "realiteit" dan als "waarheid". Als de Upanishads zeggen "het onechte is waarlijk dood, het echte onsterfelijk" onderlijnen ze dat ze de feitelijke wereld onderzoeken, en geen doctrines fabriceren. Wanneer in de Prajna Upanishad een leerling vraagt "hoeveel goden behouden wat geschapen is, en wie is de beste van hen?" krijgt hij als antwoord: "de ether is die god, de wind, vuur, water, aarde, spraak, het denken, het oog het oor [...] Zij zeggen: elk van ons steunen dit lichaam en behouden het."

Zo bevat ook de Chandogya Upanishad natuurfilosofie: [7.7]:

Door begrip begrijpen we [...] de hemel, de aarde, lucht, ether, water, vuur, goden, mensen, vee, vogels, kruiden, bomen, alle dieren tot aan de wormen, muggen en mieren; wat goed is en wat fout is; wat pleziert en wat niet pleziert; voedsel en smaak, deze wereld en die, dat alles begrijpen we door begrip. Mediteer over begrip.

"Meditatie" betekent hier duidelijk "overdenken, bestuderen". Boeken waren zeldzaam, en denkers dienden op hun geheugen terug te vallen. Dat is wat "begrip" hier betekent. De Upanishads bevatten lijsten en herhalingen om dit herinneren te vergemakkelijken. Het doel van het antieke mediteren was eerder het vullen van de geest dan het leegmaken ervan.

Natuurlijk is de vraag hier niet, of de natuurtheorieën van die tijd correct zijn naar de maatstaven van onze tijd. De kwestie is, of de gegeven verklaringen gebruik maken van goden of mythologische wezens. De afwijzing daarvan was immers het vertrekpunt van elke natuurfilosofie. Zo verklaart de de auteur van de Brihadaranyaka het zwakkere maanlicht doordat de maan verder van de aarde verwijderd is dan de zon. Die hypothese is onjuist gebleken, maar het was wel een natuurkundige hypothese die steunde op waarneming, en niet op mythes. Eerst met betere waarnemingen, ondersteund door betere instrumenten, konden oude theorieën evolueren tot wat we vandaag voor zekerheden houden.

Biologie

Terwijl bijvoorbeeld de Encyclopaedia Britannica de Griekse wijsgeer Aristoteles de eerste noemt die trachtte dieren in een systeem onder te brengen, bevat de Chandogya Upanishad[6.3] een poging van eeuwen daarvoor om leven in te delen volgens: "dat wat uit een ei ontspringt, dat wat uit een levend wezen ontstaat, en dat wat uit een kiem ontstaat."

Leven wordt op naturalistische wijze ontleed:

Als aarde (vast voedsel) gegeten wordt, valt ze in drie delen uiteen: het grootste deel uitwerpselen, het tweede deel vlees, en het kleinste deel gedachten. Wanneer water (drank) gedronken wordt valt het in drie uiteen: het grootste deel wordt water, het middelste deel bloed, en het subtielste adem. Wanneer vuur (warmte, olie, boter) gegeten wordt, wordt het ruwste deel gebeente, het middelste deel merg, het fijnste deel spraak. Waarlijk, gedachten komen van aarde, adem van water, spraak van vuur.

Omdat we ook doorheen een muur kunnen horen, is er nog iets anders dan lucht dat geluid draagt. Dat andere moet "ether" zijn:

Uit het universele zelf ontsprong de ether (dat waardoor we horen); uit de ether lucht (dat waardoor we horen en voelen); uit de lucht vuur (dat waardoor we horen, voelen en zien); uit het water aarde (dat waardoor we horen, voelen, zien en proeven); uit aarde eetbare kruiden, uit voedsel zaad, uit zaad mensen. De mens bestaat dus uit de essentie van voedsel. Dat is zijn hoofd, zijn rechterarm, zijn linkerarm, zijn romp, de zetel.

Dromen

Demonen hebben een vaste plaats gehad in het westerse wereldbeeld van Perzië tot Descartes. Dat heeft onder meer tot gevolg gehad dat dromen lang beschouwd werden als een soort boodschappen van een andere wereld.

In de Brihadaranyaka Upanishad wordt de oude wereldwijde animistische mythe weerlegd dat de geest van een slaper hem kan verlaten en rondzwerven: "mensen zien de plaats waar hij verbeidt, maar de slaper zien ze nooit". Daarop worden verschillende theorieën over dromen opgesomd, en de auteur komt tot het besluit dat de slaper "zelfverlicht" is. Hier wordt iets veel eenvoudigers bedoeld dan wat New Age adepten er van maken. Zelfverlicht betekent immers geen hogere staat van bewustzijn, het betekent dat enkel de dromer ziet - belicht - wat er gebeurt:

En als hij in slaap valt, nadat de materiële wereld weggenomen is, vernietigd wordt en weer opgebouwd, droomt hij bij zijn eigen licht. In die toestand is de persoon zelfverlicht. Er zijn geen wagens in die toestand, geen paarden, geen wegen, maar hijzelf brangt wagens en paarden en wegen voort. Er zijn geen zegeningen, geen geluk, geen vreugde, maar hijzelf brengt zegeningen, geluk en vreugde voort. Er zijn geen reservoirs, meren of rivieren, maar hijzelf brengt reservoirs, meren en rivieren voort.

De geest van de slaper zwerft niet rond, maar is verbonden aan de fysische persoon:

zoals een vogel aan een lijn eerst in alle richtingen vliegt maar nergens kan rusten, zich op het laatst neerzet waar de lijn bevestigd is, zo [...] zet de geest na alle richtingen te proberen en nergens rust te vinden, zich neer om te ademen; want de geest is vast verbonden met de adem.

Denken

Mensen kunnen gedachten uitwisselen. Ze zijn niet opgesloten in hun eigen brein. Onze gedachten leven in een huis met open vensters. De Chandogya Upanishad [3.14;7.12] tracht te ontdekken welk element deze gedachten draagt:

ether is beter dan vuur. Want in de ether bestaan de zon en de maan, de bliksem, de sterren en het vuur. Door de ether roepen we, door de ether horen we, door de ether antwoorden we.

Deze ether, waarin al onze gedachten zich bevinden, is het universele zelf [3.12]:

Het universele zelf is het zelfde als de ether die rond ons is; is het zelfde als de ether die binnen ons is. En de ether die binnen ons is, dat is de ether in het hart. Die ether in het hart is alom aanwezig en onveranderlijk.

Kort nadat de Perzische legers de Indus vallei introkken werd dit idee bekend in Athene als "nous" door de Perzische immigrant Anaxagoras. Nous was "het ijlste van alle dingen en het zuiverste dat alle kennis over alles bevat." Noch nous, noch het universele zelf zijn godheden.

Socrates vertelt in Phaedo dat hij een boek van Anaxagoras had gelezen maar er niets aan vond. Hij was ontgoocheld dat de nous geen macht was als een god die alles voor het beste regelde. Vermoedelijk was de som van alle gedachten hem een te democratische opvatting. Toch zou de nous (latijn logos) nog een lange weg afleggen in de geschiedenis van het denken.

De wereld

De Brihadaranyaka loopt ver vooruit op Tales van Milete:

in het begin was deze wereld water [...] Dit water neemt verschillende vormen aan, en wordt deze aarde, dit uitspansel, deze hemel, de bergen, goden en mensen, vee, vogels, kruiden en bomen, alle gedierte tot wormen, muggen en mieren.

Water verandert in aarde door wrijving, zoals melk karnt. Om te verklaren dat golven eindeloos rijzen en dalen langs de kust en er toch geen land ontstaat, wordt veronderstelt dat er een haardunne scheiding is tussen aarde en water. De aarde neemt derhalve niet toe en de oceaan die de aarde omgeeft is exact twee keer haar oppervlakte - een verrassend nauwkeurige schatting.

de Chandogya verschilt van mening, en beschouwt (zoals veel later Anaximenes) lucht als de basis van alles:

Lucht is waarlijk het doel van alles. Wanneer het vuur dooft, gaat het op in lucht. Wanneer de zon ondergaat, gaat ze op in lucht. Als de maan ondergaat, wordt ze lucht. Als water droogt, wordt het lucht. Lucht neemt hen allen op.

Het primaat van lucht (of adem en wind) wordt aangetoond met een gedachte-experiment: we kunnen leven zonder te spreken, te horen, te zien, zelfs zonder te denken, maar als we onze adem inhouden, komt ons lichaam in opstand.

Eveneens in de Chandogya vinden we de oudste filosofie over de oorsprong van het universum die niet van goden spreekt. Het is meteen een getuigenis van een intellectueel debat, eeuwen voor Parmenides en een eeuwigheid voor Lawrence Krauss:

Sommigen zeggen dat er in het begin enkel het niets was, en niets anders; en uit dit niets is alles wat is ontstaan. Maar [...] hoe kan dat wat is ontstaan zijn geboren zijn uit iets wat niet bestaat?

Tenslotte is de kiem van het atomisme al aanwezig in de Chandogya Upanishad [6.12]:

"Breng me een vrucht van de Nyagrodha boom."
"Hier is hij, heer."
"Breek hem."
"Hij is gebroken heer."
"Wat zie je daar?"
"Niets, heer."
De vader zei: "Mijn zoon, die fijne essentie die je niet ziet, uit die essentie bestaat deze grote Nyagrodha boom."



Bronnen:
The Upanishads (Max Müller - Sacred Texts)
Early Greek Philosophy and the Orient (Martin L. West)



Tags: ethiek, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief