hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

De oorzaak van landbouw

13 september 2014


eerste landbouw

M

ensen zijn met landbouw begonnen zo'n 10.000 jaar geleden. Tot midden vorige eeuw werd algemeen aanvaard dat dit een gevolg was van geestelijke ontwikkeling. Dat kwam mooi uit, want de landbouw in het superieure West-Europa was de meest ontwikkelde. Met de archeologische gegevens van vandaag weten we hoe onzinnig ook dit verkapte racisme is. De natuurkennis van de eerste landbouwers was niet verschillend van die van hun jagende voorouders een miljoen jaar eerder. Wel bleek uit nauwkeurig onderzoek van opgegraven beenderen dat de gezondheid bij bevolkingen die de overstap van jagen en verzamelen naar landbouw maakten ernstig achteruitging. Landbouw bracht epidemieën, beenderletsels veroorzaakt door intensieve maar stereotiepe arbeid, algemene ondervoeding en verzwakking.

§

Landbouwers gebruikten nog 5000 jaar na hun eerste verschijnen stenen gereedschap. Die periode wordt het neolithicum (de nieuwe steentijd) genoemd. Het is de laatste fase van de prehistorische steentijd, die al bestond voor de anatomisch moderne mens, zo'n 100.000 jaar geleden, op het toneel verscheen. Een veel gemaakte vergissing (terug te voeren tot genoemd eurocentrisme) is landbouw en beschaving gelijk te stellen, en de oorsprong van de landbouw in de bronstijd te plaatsen samen met de opkomst van beschavingen. Daarbij wordt de hele steentijd als primitief aangemerkt, in tegenstelling tot "beschaafde" landbouw.

Een andere vergissing is de levenswijze van nomaden, extensieve landbouwers en jagers van vandaag te vergelijken met de levenswijze van de prehistorische landbouwers en jagers-verzamelaars. Eén belangrijk verschil is dat extensieve landbouwers vroeger de meest vruchtbare gronden bezetten, terwijl ze vandaag teruggedreven zijn naar de schamelste uithoeken. Een ander belangrijk verschil is dat jagers-verzamelaars, nog verder verdreven dan extensieve landbouwers, hun opbrengst niet onmiddellijk meer verbruiken zoals hun prehistorische voorgangers, maar in een of andere verband (horigheid, ruilhandel, dagloon) staan met naburige intensieve productieculturen.

Ondanks al deze nadelen zijn hedendaagse jagers-verzamelaars niet noodzakelijk slechter af dan hun landbouwende buren, schrijft Jared Diamond:

Tientallen groepen zogenaamde primitieven, zoals de Bosjesmannen van de Kalahari, gaan verder zich op die manier te voeden. Het blijkt dat deze mensen over een hoop vrije tijd beschikken, veel slapen en minder hard werken dan hun landbouwende buren. Zo is de gemiddelde tijd die Bosjesmannen besteden aan het verzamelen van voedsel tussen de 12 en 19 uur per week, en 14 uren voor de Hadza nomaden van Tanzania. Een Bosjesman antwoordde op de vraag of hij niet beter zou overschakelen op landbouw: waarom zou ik dat doen terwijl er zoveel mongongo-noten zijn in de wereld?

Verrassend als men bedenkt dat de Bosjesmannen nu in een droge woestijn leven, hen slechts in historische tijden opgedrongen door de oprukkende Bantoe landbouwers. Schrijnend is dat deze verdrijving vandaag gewoon verdergaat: diamantreus De Beers heeft enkele jaren geleden van het gerecht in Botswana bekomen dat de Bosjesmannen toegang ontzegd wordt tot schaarse waterbronnen.

Jared Diamond gaat verder:

In plaats van aan te nemen dat we landbouw verkozen omdat het goed voor ons was, moeten we ons afvragen hoe we er in verzeild raakten ondanks de nadelen.

Zijn antwoord luidt:

Gedwongen om te kiezen tussen het beperken van het bevolkingsaantal of het vergroten van de voedselproductie, kozen we het laatste, en kwamen we terecht in hongersnoden, oorlog en tirannie.

Ik denk niet dat er werkelijke dwang uitging van kindertallen. Ook in de prehistorie wisten mensen hun aantal kinderen te regelen. Er was wel minder reden tot kinderbeperking bij landbouwers dan bij nomaden waar de vrouwen elk kind jarenlang met zich meedragen. Maar er is nog een andere doorslaggevende reden die door Marvin Harris genoemd wordt:

Een van de sterkste invloeden was de mogelijkheid de landbouw en veeteelt te intensifiëren door kinderarbeid. Bij jagers-verzamelaars spelen kinderen tot de adolescentie slechts een marginale rol als werkkracht. Kinderarbeid kan echter bijzonder productief zijn bij het wieden en oogsten, bij het hoeden van kudden en bij het rapen van uitwerpselen. Bij de kleine bevolking aan het begin van het neolithicum kon een moeder mogelijk vier of vijf kinderen hebben aan geringe kost, maar met een netto opbrengst zonder de natuurlijke omgeving te veel uit te putten.

Dit laat ons toe te begrijpen waarom landbouw zich zo snel verspreidde vanuit een zevental plaatsen van oorsprong wereldwijd. Als reproductie in dienst van productie staat, is een bevolkingsexplosie onvermijdelijk. Zo toonde Luigi Cavalli-Sforza aan dat landbouwdorpen Europa overspoelden vanuit het Midden-Oosten aan een snelheid van 1 km per jaar of 20 km per generatie. Vandaag leven er wereldwijd nog slechts enkele jagers-verzamelaars, maar de bevolkingsexplosie die gepaard gaat met de verspreiding van de landbouw, en dus de 10.000 jaar oude druk op hun bestaanswijze gaat gewoon verder.




Bronnen:
The Worst Mistake in the History of the Human Race (Jared Diamond)
Cultural Materialism: The Struggle for a Science of Culture (Marvin Harris)
The Human Past: World Prehistory and the Development of Human Societies (Chris Scarre)



Tags: actueel, ethiek, evolutie, pacifisme, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief