hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

De Israël lobby in de VS en verder (1)

4 october 2014


say no to a lobby for war

"The Israël lobby and US Foreign Policy" is een boek geschreven door John Mearsheimer en Stephen Walt, twee Amerikaanse professoren in Internationale Politiek die zich als conservatief en pro-Israël omschrijven. Ze zijn van mening dat Israël recht van bestaan heeft, bewonderen haar verwezenlijkingen en wensen veiligheid en voorspoed voor haar burgers. Ze geloven dat de VS moeten optreden als het voortbestaan van Israël in gevaar komt, maar dat de huidige invloed van Israël op de buitenlandse politiek van de VS desastreuze gevolgen heeft voor beide landen.(*)

§

D

e onvoorwaardelijke steun van de VS voor Israël kan niet verklaard worden op strategische of morele gronden, maar is een gevolg van de politieke macht van de Israël lobby. Dit is een verzameling van uiteenlopende organisaties en groepen, met als belangrijkste het American Israel Public Affairs Committee (AIPAC) en de Christian Zionists.

Het verschil zit hem in de enorme invloed die de lobby heeft in Washington DC en omgeving, inside the Beltway. Zo verklaarde een stafmedewerker van het Amerikaans Congres dat meer dan de helft van het Congres blindelings doet wat AIPAC wil. Steve J. Rosen, een voormalig AIPAC directeur die veroordeeld werd voor het lekken van geheime documenten naar Israël, verklaarde tegenover journalist Jeffrey Goldberg van de New Yorker dat het hem slechts een uur zou kosten om de handtekening van zeventig congresleden te verzamelen op een servet. Het Congres keurt dan ook zonder uitzondering elk standpunt van de lobby goed met een overgrote meerderheid.

Financiële en militaire steun

Sinds 1967 steunen de VS Israël onvoorwaardelijk. Daarvoor bedroeg de steun rond de 63 miljoen dollar per jaar en steeg tot 635 miljoen in 1971, voor 85% militaire uitrusting. In 1976 werd Israël de grootste ontvanger ter wereld van VS-steun, een positie die sindsdien onveranderd bleef. Vandaag ontvangt Israël rond de 3 miljard dollar per jaar, ongeveer 500 dollar voor elke Israëli. Omdat de VS hoge staatsschulden hebben, moeten ze daar geld voor lenen, wat de Amerikaanse belastingbetalers nog eens 50 tot 60 miljoen dollar per jaar kost, maar voor Israël tot 2004 660 miljoen dollar aan interesten opbracht. Verder betaalden de VS 3 miljard dollar voor de ontwikkeling van wapens, en schonken bijna gratis "overtollige" wapens die in 1991 een waarde van 700 miljoen dollar beliepen. Israël is de enige ontvanger van VS-steun die geen uitleg moet geven over de besteding ervan. Tenslotte zijn ook de miljarden dollars die de VS jaarlijks geven aan Jordanië en Egypte als gevolg van vredesverdragen, een feitelijke steun aan de Israëlische staat.

Dit is zeer merkwaardig, zeggen de auteurs, als men bedenkt dat Israël geen arm of ontwricht land is als Afghanistan, Nigeria, Birma of Sierra Leone, maar een moderne industriële staat vergelijkbaar met Groot-Brittannië. Bovendien blijkt deze vrijgevigheid de VS geen enkele controle te geven over het gedrag van Israël. Telkens Israël toegaf aan de VS en de internationale gemeenschap (zoals met het beëindigen van de zesdaagse oorlog in 1967, de Camp Davidakkoorden of het beëindigen van de oorlog met Egypte) was dat niet omdat de VS dreigden hun steun te verminderen, maar omdat de VS meer jachtvliegtuigen beloofden. Toen president Ford en minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger druk wilden uitoefenen op Israël in 1975, zorgde AIPAC voor een brief die ondertekend was door 76 senatoren en waarin werd geëist tegemoet te komen aan de militaire noden van Israël. Toen president G.W. Bush protesteerde tegen de muur die Israël in de Westelijke Jordaanoever aan het bouwen was, en besloot tot het gedeeltelijk verminderen van bankwaarborgen, moest Israël enkele miljoenen meer aan interest betalen, een peulschil vergeleken met de miljarden steun die bleven toestromen. Aan de muur werd zonder verpinken verder gebouwd.

Naast de officiële steun ontvangt Israël nog eens 2 miljard jaarlijks als giften van Amerikaanse burgers, Joden en evangelicals, die daarvoor belastingvoordeel krijgen - enkel voor Israël, want andere giften aan goede werken buiten de VS zijn niet aftrekbaar. Deze giften stelden Israël in staat zijn atoomwapens aan te maken en nieuwe nederzettingen te bouwen in de bezette gebieden.

Diplomatie

Tussen 1972 en 2006 blokkeerden de VS in de Veiligheidsraad van de VN niet minder dan 42 resoluties die kritisch waren voor Israël. Klachten bij het Internationaal Atoomagentschap (hetzelfde agentschap dat Iran het vuur aan de schenen legt) tegen het nucleaire arsenaal van Israël worden systematisch geblokkeerd door de VS die er een machtige vinger in de pap hebben.

In 1982 viel Israël Libanon binnen om de PLO uit te schakelen en Bashir Gemayel, een maronitisch christen, aan de macht te brengen. Gemayel werd vermoord voor hij de eed kon afleggen. Uit wraak liet Israël christenen een bloedbad aanrichten in twee Palestijnse vluchtelingenkampen. Dit gebeurde onder protest van president Reagan en minister van Buitenlandse Zaken George P. Shultz, wat het Amerikaans Congres niet belette een bijkomende militaire steun van 250 miljoen dollar aan Israël te stemmen. Shultz schreef verontwaardigd:

...en dat in het aangezicht van Israëls invasie in Libanon, haar gebruik van clusterbommen, en haar medeplichtigheid aan de Sabra en Shatila moordpartijen! We bestreden deze steun uit volle kracht. President Reagan en ik belden talrijke senatoren en congresleden op. Op 9 december voegde ik een nota toe aan het voorstel waarin stond dat het een goedkeuring leek va de Israëlische politiek.

De steun werd goedgekeurd door het Congres alsof president Reagan en Shultz niet bestonden. Henry Kissinger zei daarover eens:

Als ik Rabin vraag toegevingen te doen, zegt hij dat hij dat niet kan, omdat Israël te zwak staat. Dus geef ik hem meer wapens, en dan zegt hij dat hij geen toegevingen moet doen, omdat Israël sterk is.

Waarom?

Israël bezit geen grondstoffen die van belang zijn voor de VS. Evenmin is de steun geen antwoord op vijanden of andere dreigingen die er waren voor de VS Israël begon te steunen. De enorme uitgaven, economisch en militair, geven de VS geen enkel voordeel en brengen niets op, en ze verhogen de veiligheid van de VS ook niet. Al deze argumenten zijn wel eens aangehaald door de Israël lobby en door neoconservatieven, maar kunnen onmogelijk hard gemaakt worden.

Gedurende de Koude Oorlog begonnen Kennedy en Nixon Israël te beschouwen als een tegengewicht voor de groeiende banden met de Sovjet-Unie van Egypte, Syrië en Irak. Maar, zeggen de auteurs, die banden met de Sovjet-Unie waren zelf het gevolg van de Amerikaanse Israël politiek. Eerst toen Israël in februari 1955 een Egyptische basis in Gaza aanviel en bijna 70 Egyptische soldaten doodde of verwondde, ging Nasser aankloppen bij de Sovjets om hulp, en werd de Sovjet-Unie een speler in het Midden-Oosten. Door Israël als gedoodverfd bondgenoot te beschouwen wat er ook gebeurde gingen talrijke kansen op vrede verloren. Kissinger zelf berouwde zich dat hij de Jom Kipoeroorlog niet had vermeden door een redelijk akkoord.

Terzelfdertijd groeide het Anti-Amerikanisme in de Arabische en islamitische wereld. Het Amerikaanse imago in het Midden-Oosten was algemeen positief, en de kritiek die er was had meer te maken met de steun van de VS aan conservatieve monarchieën dan met Israël. De Arabische weerstand tegen de VS groeide naargelang de wapenexport naar Israël toenam, en bereikte haar hoogtepunt bij de bezetting door Israël van de Westelijke Jordaanoever, Gaza, de Sinaï en de Golanhoogte in 1967, en door haar behandeling van de Palestijnen in deze bezette gebieden. De Israëlische oorlog tegen Libanon was een nieuwe tegenslag voor de VS, omdat het tot de destabilisatie van de Perzische Golf leidde die (in tegenstelling met Israël) voor de VS van groot strategisch belang was, tot de oprichting van Hezbollah en tot het verlies van 250 Amerikaanse levens door zelfmoordaanslagen.

Dat Israël geen strategische aanwinst is voor de VS werd duidelijk gemaakt tijdens de Golfoorlog van 1991. De VS konden niet rekenen op Israëlische hulp om leden van de coalitie niet voor het hoofd te stoten, en toen Saddam Hoessein raketten op Israël begon af te vuren met als doel Israël in de strijd te lokken en zo de coalitie te laten springen, moesten ook nog belangrijke afweersystemen onttrokken aan het oorlogstoneel om Israël te beschermen. Voor de VS was Israël eerder een probleem dan een oplossing voor om het even wat.

De "war on terror" was na 9/11 de nieuwe rechtvaardiging van steun voor Israël. De strijd tegen het terrorisme werd een strijd om zogenaamde "judeo-christelijke" waarden, en Israël kreeg meer dan ooit vrij spel en steun om de Palestijnen als "terroristen" te behandelen. Maar terrorisme is geen vastomschreven organisatie of vijand, maar een tactiek. Terwijl de motivatie van Bin Laden en van 9/11 rechtstreeks verband hield met de behandeling van Palestijnen door Israël met de hulp van de VS, is er geen bewijs van enige samenwerking tussen Osama Bin Laden en Palestijnse terreurgroepen. In feite was de PLO seculier en nationalistisch, en niet islamistisch: het islamisme heeft eerst de laatste jaren vaste voet gekregen onder de Palestijnen. In elk geval mag de geschiedenis niet omgedraaid worden: het verband tussen Israël en de VS is geen gevolg van het terrorisme, het terrorisme is veroorzaakt doordat de VS Israël lange tijd gesteund hebben. Het rapport van de 9/11-commissie vatte het als volgt samen:

Het is gewoon een feit dat de Amerikaanse politiek inzake het Israëlisch-Palestijnse conflict en de Amerikaanse politiek in Irak het populaire commentaar beheersen in de Arabische wereld.
In de zogenaamde "Lavon affair" uit 1954 trachtte Israël Amerikaanse vestigingen in Egypte te bombarderen om verdeeldheid te zaaien tussen Washington en Caïro. In 1979 verkocht Israël wapens aan Iran terwijl VS-diplomaten er gegijzeld waren, en kocht tien jaar later voor 36 miljoen dollar Iraanse olie om Israëlische gijzelaars in Libanon vrij te krijgen. Tijdens de Irak-Iranoorlog verkocht Israël wapens aan Inran terwijl de VS partij hadden gekozen voor de andere zijde, Irak. Vanaf 1983 of vroeger verkocht Israël illegaal wapens aan China, en weigerde te spreken met VS-controleurs over miljoenen dollars aan militaire steun die weggesluisd waren. Nog in 2004 haalde Israël zich de woede van de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken op de hals door een contract te sluiten met China om eerder geleverde "killerdrones" te moderniseren. Israël koopt bovendien geheime informatie van CIA-lekken, zoals blijkt uit de zaak van CIA-agent Jonathan Pollard, die tussen 1981 en 1985 geheime militaire informatie verkocht aan Israël. Wanneer de zaak aan het licht kwam, weigerde Israël te zeggen welke informatie ze bemachtigd hadden. In 2004 werd een medewerker van het Pentagon, Larry Franklin, gearresteerd op beschuldiging van het bezorgen aan een Israëlische diplomaat van geheime informatie over de VS-politiek tegenover Iran. Dit gebeurde met de hulp van twee hoge AIPAC medewerkers, Steve Rosen en Keith Weissman. Allemaal begrijpelijk vanuit Israëlisch standpunt, maar niet vanuit het standpunt van de VS. (**)

Een morele kwestie?

De conservatieve auteurs van The Israel lobby and U.S. foreign policy - het boek waarvan ik hier de samenvatting geef - zijn van mening dat de de VS voorrang moeten geven aan hun eigen belangen, en tonen aan dat ze dat in hun relatie met Israël niet doen. De reden waarom de VS dan toch de zijde kiest van Israël, desnoods tot eigen schade, zou dan nog een morele kunnen zijn. Zoals George W. Bush het stelde op een AIPAC-meeting in 2004:

[Onze landen] zijn beide voortgekomen uit strijd en offers. We zijn beide gesticht door immigranten op de vlucht voor vervolging in andere landen. We zijn beide krachtige democratieën steunend op de wet en op vrije handel. En we zijn beide landen die steunen op bepaalde overtuigingen: dat God de zaken van de mensheid overschouwt, en elk leven waarde toekent. Deze banden hebben ons natuurlijke bondgenoten gemaakt, en deze banden zullen nooit verbroken worden.

Maar, zeggen de auteurs, Israëls gedrag tegenover de Palestijnen ondermijnt haar morele rechtvaardiging:

"Hoe zouden Joden die naar Palestina komen van Europa daar een staat kunnen oprichten zonder hardvochtige maatregelen te nemen tegenover de Arabische bevolking die het land bewoonden waar ze hun staat wilden oprichten? Net zoals de Europeanen doe de VS en Canada oprichtten dat niet konden zonder belangrijke misdaden te plegen tegenover de oorspronkelijke bevolking, was het virtueel onmogelijk voor de zionisten een staat te vormen zonder gelijkaardige misdaden tegenover de plaatselijke bevolking, die geen andere keuze hadden dan zich te verzetten."

De toestand is echter veranderd door de moderne communicatie. De publieke opinie is beïnvloed door de brutale behandeling van de Palestijnen in de bezette gebieden en van de acties van Israël in Libanon, waar burgerdoelen zonder onderscheid in de klappen deelden en ettelijke miljoenen clusterbommen werden gedropt in steden en dorpen. Als de VS partij zouden kiezen op enkel morele basis zouden ze de Palestijnen steunen.

In 1992 verwierp het Israëlische parlement een grondwetsartikel, geïnspireerd op de grondwet van de VS, dat gelijke rechten zou toekennen aan alle burgers. Sindsdien worden de 1,36 miljoen Arabieren in Israël officieel behandeld als tweederangsburgers, wat ook in 2003 door een interne onderzoekscommissie erkend werd. In datzelfde jaar onthulde een opiniepeiling dat 53% van de Israëlische Joden tegen gelijke behandeling van Arabische burgers zijn, en slechts 31% vond dat Arabieren in de regering mogen. Maar de meest blatante blijk van het ondemocratisch gehalte van de staat Israël is haar politiek in de bezette gebieden en haar verzet tegen Palestijnse zelfstandigheid. Voortdurend wordt land onteigend voor joodse nederzettingen, ook op land dat nog steeds eigendom is van Palestijnen. De zionisten hebben trouwens nooit de verdeling van Palestina aanvaard als de definitieve laatste stap. Hun doel is altijd geweest heel Palestina om te vormen tot een nationale joodse staat.

Toen het Oslo-verdesproces faalde in 2000, werden de Palestijnen afgeschilderd als de weerbarstigen die de talrijke Israëlische toegevingen onvoldoende vonden. Ook al is het waar dat Barak de eerste en enige Israëlische president ooit was die de Palestijnen een eigen staat beloofde, toch waren de voorwaarden alles behalve genereus. Israël gunde de Palestijnen slechts drie vierden van de Westelijke Jordaanoever, en dat niet eens als aaneensluitend gebied maar opesplitst in delen die Israël toelieten vanuit een wig doorheen Palestina haar controle over de Westelijke Jordaanoever in stand te houden. Geen enkele staat zou zoiets accepteren, zeggen de auteurs. Bovendien werden de Palestijnen er al snel van beschuldigd de Tweede Intifada aangesticht te hebben om de besprekingen te dwarsbomen, terwijl de werkelijke oorzaak van deze Intifada de hardvochtige behandeling van de Palestijnen in de bezette gebieden was, en de directe aanstichting ervan het provocerende bezoek van Sharon aan de Tempelberg.

Christian Zionists zien in de stichting van de staat Israël de uitvoering van Gods wil, en sommigen zien het als de voorbode van de Apocalyps beschreven in het Evangelie van Johannes. De joden nemen gewoon wat God hen beval te veroveren. Wat hierbij minder aandacht krijgt, is dat dezelfde christelijke zionisten van mening zijn dat joden die geen christenen worden vóór het Armageddon in de hel geworpen zullen worden. Dit is voor intelligente mensen nauwelijks een basis voor een goed Amerikaans buitenlands beleid. Toch schreef Jeff Jacoby in de Boston Globe:

Solidariteit met Israël maakt blijvend deel uit van de Amerikaanse publieke opinie. Omdat het Amerikaanse volk pro-Israël is, is de Amerikaanse regering pro-Israël. En omdat de Amerikanen Israël zo sterk steunen in haar conflict met de Arabieren, is de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten toegewijd aan de verdediging van Israël.

Het hoeft niet te verbazen dat er in Israël zelf meer kritiek is voor het Israëlische optreden tegenover de Arabieren dan in de VS.

De Israël lobby

Het politieke leven in de VS is vertrouwd met machtige lobby's. Maar als een lobby zo machtig wordt dat hij het buitenlandse beleid van de VS in handen neemt, en zeker wanneer dit gebeurt op aangeven van een vreemde regering, ontstaat een politiek probleem. Bijna 40% van de Amerikanen meent dat de VS-steun voor Israël aan de basis ligt van het wereldwijde anti-Amerikanisme. De Israël lobby moet dus niet kritischer, maar even kritisch benaderd worden als de andere lobby's. De auteurs betwisten het bestaansrecht van Israël niet en wijzen erop dat Israël inmiddels erkend is door 160 landen. Wel hebben ze vragen bij de onvoorwaardelijke steun van de VS voor Israël, en bij een buitenlandpolitiek van de VS dat de belangen van Israël dient ten nadele van de eigen belangen.

De Israël lobby is niet één organisatie met centraal leiderschap. Ze bestaat uit meer dan tachtig organisaties en individuën die werken om de VS politiek te beïnvloeden ten voordele van Israël, wat de Israëlische regering ook doet. Bij die lobby horen onder meer het American Israel Public Affairs Committee (AIPAC); het Washington Institute for Near East Policy (WINEP); The Zionist Organization of America (ZOA); de Anti Defamation Leage (AFL); de Christians United for Israel (CUFI); maar ook de Washington Post columnist Charles Krauthammer en de Princeton historicus Bernard Lewis. De Israël lobby is niet synoniem met Amerikaans jodendom. Ongeveer één derde van de Amerikaanse joden hechten geen speciaal belang aan Israël. Bovendien zijn de overige joden het niet altijd eens met de Israëlische politiek. Zo steunde de lobby de aanval op Irak, maar verhoudingsgewijs waren meer Amerikaanse joden tegen de oorlog dan niet-joodse Amerikanen. Daarnaast moeten christenen zoals de Cristian Zionists wél bij de lobby gerekend worden. Het spreekt voor zich dat de Israël lobby maar kan bloeien als het beeld van een bedreigd Israël en een groeiend anti-semitisme levendig gehouden wordt.

Tenslotte dient nog de krachtige steun van de neo-conservatieven vermeld te worden. Met een ideologie van Amerikaanse militaire wereldheerschappij zijn ze een sterke supporter van een agressief Israël.

De belangrijkste hefboom voor de Israël lobby is het Amerikaans Congres. Israël is zowat het enige land of onderwerp dat immuun is voor kritiek. Er zijn hevige debatten over abortus, holebi rechten, wapenbezit enzoverder, maar als Israël ter sprake komt volgt algemene stilte. Dit werd pijnlijk duidelijk toen Minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice het vastgelopen vredesproces terug op de sporen wilde krijgen,en het subcomité drie getuigen opriep waarvan twee, Martin Indyk en David Makovsky, hoofdspelers waren in de Israël lobby, en een derde, Daniel Pipes, een gedoodverfd pro-Israël neo-conservatief was. De Arabische kant van het verhaal werd niet gehoord.

AIPAC is machtig genoeg om congresleden te belonen of te straffen met campagnefinanciering. Tussen 1997 en 2001 schonken de 46 directeurs van AIPAC samen meer dan 3 miljoen dollar aan verkiezingscampagnes. AIPAC als organisatie geeft zelf geen steun, maar brengt geschikte verkiezingskandidaten in contact met schenkers en fondsen in haar organisatie. AIPAC ontmoet elke congreskandidaat, en bewerkt hen met hun visie op de Israël problematiek. Daarop vragen ze de kandidaat een brief te schrijven met hun standpunt aangaande Israël. In geval van twijfel wordt advies ingewonnen bij Israëlische ambassadeurs, bij rabbi's en leden van de lobby. Harry Lonsdale, kandidaat senator voor Oregon in 1990, beschreef zijn ervaring als volgt:

Het gerucht deed de ronde dat ik pro-Israël was. Ik werd al vroeg in de campagne uitgenodigd naar AIPAC in Washington DC voor 'gesprekken'. Het was een belevenis die ik nooit meer vergeet. Het volstond niet dat ik pro-Israël was. Ik kreeg een lijst met belangrijke onderwerpen en werd ondervraagd (lees: op het rooster gelegd) over mijn mening over elk punt. In feite werd me verteld wat mijn mening moest zijn, en hoe ik die in het publiek moest verwoorden.... Wat later kreeg ik een lijst toegezonden van Amerikaanse supporters van Israël ... die ik mocht contacteren om hen te vragen bij te dragen voor mijn verkiezingscampagne. Dat deed ik, en ze gaven, van Florida tot Alaska.

Wanneer kandidaten niet voldoen, worden ze uitgeschakeld door hun tegenpartij te steunen. Het Center for Responsive Politics (CRP) dat verkiezingsgiften onderzoekt, identificeerde zo'n drie dozijn pro-Israël organisaties gecontroleerd door AIPAC, die in 2006 meer dan 3 miljoen dollar gaven aan kandidaten uit beide partijen. Tussen 1990 en 2004, meldt de Economist, schonken pro-Israëlgroepen bijna 57 miljoen dollar, tegenover 800.000 dollar van Arabische en islamitische groepen.

AIPAC volgt het stemgedrag in het Amerikaanse Congres op de voet en verspreidt die gegevens onder haar leden, zodat die weten wie te steunen. Toen senator Adlai Stevenson in 1980 een voorstel indiende om de staatssteun aan Israël te beperken als Israël verder zou gaan met het bouwen van illegale nederzettingen in de bezette gebieden, wist hij dat het geen kans maakte, maar hij wilde enkel aantonen dat zijn collega's Israël zouden steunen zelfs als dat indruiste tegen de officiële VS-politiek. Het voorstel haalde een schamele zeven stemmen. Een senator (Quentin Burdick) vertelde Stevenson: "sorry, maar ik wil herverkozen worden". Twee jaar later verloor Stevenson de verkiezing voor gouverneur van Illinois, werden hij en zijn medewerkers in de pers als anti-Semiet gebrandmerkt, droogde het geld op en verloor hij de verkiezing.

Er zijn talrijke voorbeelden gegeven in het boek, maar deze samenvatting rond ik graag af met Hillary Clinton. Zij ijverde voor een Palestijnse staat in 1998 en omhelsde de vrouw van Arafat het jaar daarop. Er volgde stevige kritiek van de lobby. Toen ze zelf deelnam aan de verkiezingen veranderde ze echter in een hevig verdediger van Israël en kreeg stevige steun van pro-Israël organisaties en individuen. Nadat Hillary Clinton verscheen op een rally in 2006 en haar goedkeuring uitsprak voor de oorlog tegen Libanon keerde het tij. Voor haar herverkiezing in 2006 ontving ze meer dan 30.000 dollar van de lobby.

Hoe komt het dat Barak Obama in 2007 op een AIPAC congres zijn onvoorwaardelijke steun aan Israël beloofde zoals bijna alle andere presidentskandidaten deden, terwijl hij daarvoor toch regelmatig gepleit had voor een betere behandeling van de Palestijnen? Amerikaanse presidenten zijn minder gevoelig voor druk van de lobby, maar toch is de invloed ook hier groot. De Washington Post schatte dat Democratische presidentskandidaten voor 60% van de giften afhangen van de lobby.

-----

(*) Ik voel me niet politiek verwant met de auteurs, maar hun goed gedocumenteerde kritiek op de Israël lobby en de buitenlandse politiek van de VS verdient alle aandacht.

(**) in 2009, dus enkele jaren na het verschijnen van het hier samengevatte boek, trok de openbare aanklager de klacht tegen Rosen en Weissman in omdat "bij een proces onvermijdelijk geheime informatie zou onthuld worden".



Bronnen:
The Israel lobby and U.S. foreign policy - working paper (John Mearsheimer, Stephen Walt)
The Israel lobby and U.S. foreign policy (John Mearsheimer, Stephen Walt)



Tags: actueel, ethiek, pacifisme, religie, samenleving, seculariteit

Zie ook het archief