hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

De Israël lobby in de VS en verder (2)

11 october 2014


say no to a lobby for war

V

orig blog met dezelfde titel besprak hoofdstuk 1 tot en met 6 van The Israel Lobby and US Foreign Policy, waarin beschreven werd hoe de lobby te werk gaat in de VS. In de overige hoofdstukken die hier worden samengevat ligt de nadruk op het internationale effect van haar invloed. (*)

§

Palestina

Tussen 1940 en 1956 doodde het Israëlische leger (IDF) tussen de 2.700 en 5000 Arabische indringers, de overgrote meerderheid ongewapend. In de jaren 1950 hield het IDF onophoudelijk raids over de grenzen, in theorie om de veiligheid te verzekeren, maar in werkelijkheid om gebiedsuitbreiding. Het IDF vermoordde honderden Egyptische krijgsgevangenen in de oorlogen van 1956 en 1967. In 1967 werden tussen de 100.000 en 260.000 Palestijnen verjaagd van de Westelijke Jordaanoever, en werden 80.000 Syriërs verdreven van de Golanhoogten. Foltering van Palestijnse gevangenen was schering en inslag, naast het aanhoudende vernederen en lastigvallen van burgers, ook met gebruik van onnodig geweld.

Na de schokkende aanslagen van 11 september 2001 trachtte president George W. Bush de anti-Amerikaanse gevoelens in de Arabische wereld in te dijken. Hij vroeg Israël haar gebiedsuitbreidingen te stoppen en mee te werken aan een "Palestijnse staat", een bewoording die zelfs Clinton nooit hardop had gebruikt voor zijn laatste maand als president. Bush slaagde er niet in Jeruzalem te overtuigen, en eerste minister Sharon vergeleek hem zelfs met Neville Chamberlain die Sudetenland aan Hitler had gegeven. De lobby hamerde erop dat Israël en de VS door hetzelfde terrorisme bedreigd werden, en niet anders konden dan samen de strijd aanbinden met dezelfde vijand. In november werd op een bijeenkomst van 89 senatoren met leden van de lobby - voornamelijk AIPAC - een brief opgesteld om er bij de president op aan te dringen om Israël krachtig te steunen, en toen de oorlog in Afghanistan even gewonnen leek werden de diplomatieke betrekkingen met de Arabische wereld plots minder dringend. Sharon bezocht het Witte Huis en hij en Bush schudden elkaar de hand. Er was al vlug geen verschil meer tussen Arafat en bin Laden. Arafat werd zonder meer verantwoordelijk gesteld voor elke aanslag tegen Israëlische doelen. De eerste aanslag van een splintergroep in april 2002 werd gebruikt als voorwendsel voor Operation Desert Shield: de militaire bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell werd naar het Midden-Oosten gezonden om de brokken te lijmen, maar nog tijdens zijn rondreis trad de lobby in de VS in actie. Joodse leiders en christelijke evangelicals bewerkten de president. Onverrichter zake, in de steek gelaten door zijn eigen regering en vernederd door de Israëli's keerde Powell terug van wat hij later "tien van de meest miserabele dagen die je je kan inbeelden" zou noemen. Ondanks opiniepeilingen die aangaven dat de meerderheid van de Amerikaanse bevolking voor een vredesoplossing was en dat de VS desnoods maar steun aan Israël moest inhouden, veroordeelde het Congres in mei 2002 de "onophoudelijke steun van Arafat aan het terrorisme" en schonk 200 miljoen dollar extra aan Israël om het terrorisme te bestrijden. Het gevolg was de ondergang van Arafat en een klinkende verkiezingsoverwinning van het radicale Hamas.

In 2003, toen de Golfoorlog even gewonnen leek en de populariteit van Bush torende, reisde de president zelf naar het Midden-Oosten om Israël te bewegen zijn vredesplan te aanvaarden. Net als Powell keerde hij met lege handen terug. De vernedering was totaal toen even later Israëlische helikopters zeven Palestijnse leiders in de straat vermoordden binnen vijf dagen. In februari 2003, een dikke twee jaar na de eerste poging van president Bush om de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek te veranderen, kon de Washington Post melden dat Bush en Sharon wat betreft het Midden-Oosten weer op dezelfde lijn zaten.

Irak

Iedereen wist dat bin Laden zich schuil hield in Afghanistan of Pakistan, niet in Irak. Irak was een staat in verval. Haar slagkracht, wapens en economie waren vernietigd tijdens en na de oorlog van 1991. Maar net daarom was Irak het ideale doel: een makkelijke overwinning zou de superioriteit van de VS in het Midden-Oosten demonstreren en de critici van Israël tot voorzichtigheid manen.

Druk van Israël en van de lobby waren niet de enige redenen om Irak aan te vallen, maar ze waren wel doorslaggevend. De veiligheid van Israël was een belangrijk motief voor de oorlog. Israëlische geheime agenten hadden stapels "bewijzen" verzameld voor het bestaan van massavernietigingswapens in Irak, een samenwerking waar Sharon zich op beroemde. Israëlische toppolitici als Shimon Perez, Ehud Barak en Benjamin Netanyahu schreven opiniestukken of gaven interviews in de VS om dringend te pleiten voor oorlog - zozeer dat de Israëli's werden aangemaand zich te temperen opdat niet de indruk zou ontstaan dat de oorlog feitelijk voor Israël was. Zo verklaarde NAVO-generaal op rust Wesley Clark in 2002:

Zij die nu voor deze oorlog pleiten zullen je in privé openhartig vertellen dat Saddam Hoessein geen bedreiging vormt voor de VS. Maar ze vrezen dat hij op een bepaald moment zou kunnen beslissen een atoombom te gebruiken tegen Israël.

En Ha'aretz, een van de grootste kranten in Israël schreef:

De stemmen die het verband leggen tussen Israël en de oorlog worden luider en luider. Er wordt beweerd dat het verlangen Israël ter hulp te komen de belangrijkste reden is voor president Bush om soldaten te zenden in een overbodige oorlog. En die stemmen komen uit alle richtingen.

Terwijl de meerderheid van de Amerikaanse joden minder enthousiast was, ijverde de Israël lobby, vooral de neoconservatieven, voor onmiddellijke actie. Voor hen was 9/11 een prachtgelegenheid.

Toen Bush zijn Irakpolitiek toelichtte op het AIPAC congres in de herfst van 2003 kreeg hij niet minder dan 23 staande ovaties.

Syrië

Israël had de Golanhoogte bezet tijdens de oorlog van 1967 en had daarbij 80.000 Syriërs verdreven uit hun huizen. Het gebied werd in 1981 ingelijfd bij Israël. Omdat het Syrische leger niet opgewassen is tegen Israël, steunt het Hamas en Hezbollah.

Syrië was, net als Irak, nooit een bedreiging voor de VS of zelfs voor Israël. Tot 2006 deed de VS zelfs beroep op het regime van Assad voor steun in het vredesproces. De val van de Sovjet-Unie had ook Syrië verzwakt en verarmd, en het land wist dat het geen kans maakte tegen de IDF van Israël, dat massale steun ontving van de VS. Syrische weerstand vormde dan ook nauwelijks een probleem voor de Israëlische invasie van Libanon in 1982. Bovendien heeft Syrië nooit het bezit van kernwapens nagestreefd. Haar grootste dreiging was haar steun aan Hezbollah en Hamas, die geen bedreiging vormen voor de VS. Al Qaida was een gemeenschappelijke vijand voor de VS en voor Syrië. Syrië werd door de VS gewaardeerd voor het beëindigen van de Libanese burgeroorlog (1976-89) en Syrië vocht aan de zijde van de VS in de oorlog van 1991 tegen Irak. President Bill Clinton bezocht Assad in Damascus in 1994 in de hoop een vredesakkoord tussen Syrië en Israël te kunnen smeden, iets waar Syrië al sinds 1990 voor ijverde. Uiteindelijk was het Israël die de besprekingen opblies en de VS ertoe bewoog Syrië als een gevaarlijke tegenstander te zien om zo de Golanhoogte te behouden.

Vanaf de val van Bagdad in april 2003 begonnen Israël en de lobby te ijveren voor een aanval op Syrië, om zo de steun voor Hamas en Hezbollah te laten opdrogen. Zonder enige vorm van bewijs werd Syrië ervan beschuldigd aanslagen tegen de VS-troepen in Irak te steunen, massavernietigingswapens te verbergen voor Saddam Hoessein en hoge functionarissen uit de tijd van Hoessein onderdak te geven. Bovendien werd Assad afgeschilderd als een onvolwassen, onberekenbare waanzinnige. Lobbyist en neoconservatief leider Richard Perle vatte de nieuwe strategie kort en krachtig samen: "we kunnen een korte boodschap sturen, een van maar twee woorden: you're next." De lobby had het beeld van Syrië veranderd in een land met massavernietigingswapens dat op het punt stond de VS aan te vallen. Het land was een tweede Irak geworden.

Iran

De belangen van de VS (en Europa) en die van Israël zijn misschien nergens zo uiteenlopend als in de kwestie Iran. Iran bezit de mogelijkheid een kernmacht te worden en zo een belangrijke stem te worden in het Midden-Oosten, maar het is ook een belangrijke macht in de Perzische Golf, die een doorvoer is voor aardolie naar het westen.

Israël en haar lobby willen tot elke prijs verhinderen dat Iran een atoombom zou kunnen ontwikkelen. Hun standpunt is dat Iran geleid wordt door gekken met een hang naar martelaarschap op wie de nucleaire afschrikking van Israël geen afradend effect zal hebben. Ze pleiten ervoor Iran aan te vallen nog voor die mogelijkheid zich voordoet, wat ongeveer neerkomt op een onmiddellijke, preëmptieve oorlog.

Voor de VS is een preëmptieve aanval op Iran alles behalve aantrekkelijk. Zelfs als men de nucleaire installaties van Iran zou vernietigen, zou Iran ze zonder twijfel terug opbouwen. Teheran zou zich genoodzaakt zien terug te slaan waar en wanneer het kan, ook tegenover het vervoer van aardolie door de Perzische golf. Bovendien is het waarschijnlijk dat Iran bij zo'n oorlog sterkere banden zou aanknopen met Rusland en China. Als de oorlogsdreiging zou weggenomen worden, zou Iran meer geneigd kunnen zijn te helpen bij de strijd tegen soennitische terroristen zoals al Qaida (dat ook een vijand van Iran is) en bij de stabilisatie van Afghanistan. En alles bij mekaar is de wens nucleaire wapens te bezitten niet zo vreemd als je vijanden er al hebben.

Libanon

Op 12 juli 2006 trok een Hezbollah commando de grens met Israël over, doodde 3 Israëlische soldaten en name er 2 gevangen. Sinds de oorlog van 1982 waren er aanhoudend conflicten geweest tussen beide partijen. Het IDF reageerde met bombardementen op Libanon waarbij 1100 doden vielen, meestal burgers, waarvan één derde kinderen.

AIPAC en andere pro-Israël groepen werkten de klok rond om te verzekeren dat de VS Israël volledig steunde. Geld werd ingezameld, advertenties geplaatst in de kranten, er werd furieus gereageerd op elk onwelkome mening en afgevaardigden werden gezonden naar wetgevers en stafleden in het Congres, beleidsmakers in de Bush regering en invloedrijke mediafiguren. Uit een resolutie voor steun aan Israël werd de oproep burgers te ontzien weggewerkt; een congreslid dat een brief had geschreven aan minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice om de VS belangen niet te schaden door te voortvarende steun aan Israël, kreeg een AIPAC delegatie over de vloer en moest zich in het openbaar verontschuldigen. Zelfs Bush werd stevig aangepakt in de pers omdat hij opriep de Libanese regering, die hijzelf in het zadel had geholpen, niet te verzwakken. Wie ook maar twijfel uitte werd naar aloude gewoonte publiek gebrandmerkt als "antisemiet", een behandeling die ook Human Rights Watch te beurt viel. Op 30 juli schreef Howard Friedman, de voorzitter van AIPAC aan de leden van zijn organisatie:

Kijk wat jullie hebben gedaan [...] Slechts EEN land ter wereld kwam naar voren en verklaarde ronduit: laat Israël de job afmaken. Dat land is de Verenigde Staten van Amerika - en de reden dat het zo'n heldere, ondubbelzinnige kijk op de situatie had zijn JULLIE en de rest van de Amerikaanse Joden.

Maar ook de steun van de Christian Zionists was belangrijk. Televangelist Pat Robertson reisde tijdens de oorlog door Israël om zijn steun te betuigen. Aan de Jeruzalem Post verklaarde hij:

De Joden zijn God's uitverkoren volk. Israël is een bijzondere natie die een speciale plaats heeft in Gods hart. Dat is een van de redenen waarom ik hier ben.

Terwijl nauwelijks iemand beweerde dat Israël niet het recht had te reageren, werd haar reactie toch wereldwijd veroordeeld als buitenproportioneel en ongericht. De door de VS onderhandelde regering in Beiroet kwam onder druk. De banden tussen Hezbollah, Syrië en Iran werden steviger aangehaald. Egypte, Jordanië en Saoedi-Arabië, die niet verdacht kunnen worden van sympathieën voor Hezbollah, namen meer afstand van de VS. Opnieuw had Israël getoond meer gericht te zijn op het maken van vijanden dan op het wegwerken ervan. De reden van dit fiasco was dat de VS de operatie van het IDF onvoorwaardelijk had gesteund. Terwijl in het Amerikaanse Congres democraten en republikeinen wedijverden om de beste vriend van Israël te zijn, werd de aanval veroordeeld door het Israëlische Hooggerechtshof.




(*) Zoals eerder uiteengezet bestaat de lobby behalve uit zionistische Joden ook uit christelijke zionisten, vooral "evangelicals", en uit neoconservatieven. De Israël lobby in de VS werkt in volledige eensgezindheid met de Israëlische regering, maar is niet representatief voor de Joden in de VS. Het is dus onjuist de Israël lobby gelijk te stellen aan "de Joden".




Bronnen:
The Israel lobby and U.S. foreign policy - working paper (John Mearsheimer, Stephen Walt)
The Israel lobby and U.S. foreign policy (John Mearsheimer, Stephen Walt)



Tags: actueel, ethiek, pacifisme, religie, samenleving, seculariteit

Zie ook het archief