hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Ons talent voor verstandhouding

27 october 2014


Voorbij oorlog

C

ulturele aannames over de onvermijdelijkheid van oorlogen beïnvloeden wetenschappelijke interpretaties en verhinderen een ernstig onderzoek naar alternatieve scenario's voor gewapende conflicten. Dit boek van antropoloog Douglas P. Fry tracht dit tij te keren door harde wetenschappelijke feiten naast onze heersende intuïties te houden. Zijn conclusie is dat oorlog geen erfelijke noodzaak is, en dat mensen van nature uitgerust zijn met een grote bekwaamheid om geschillen langs geweldloze wegen op te lossen.
Een boek dat te laat is voor de tientallen miljoenen medemensen die we vorige eeuw hebben opgeofferd aan onze bekrompen vooroordelen, maar misschien niet te laat is voor wie opgroeit aan het begin van deze eeuw.

§

Al sinds Thomas Hobbes heerst in de westerse traditie de aanname dat mensen van nature oorlog voeren. Sindsdien is de theorie niet aangepast aan de feiten, maar werden feiten uitgekozen en aangepast om de theorie te ondersteunen. Een cultuur doordrenkt alle geledingen, en ook wetenschappers zijn er gevoelig aan. Enkel nauwgezet onderzoek van uitgebreide wetenschappelijke data kunnen de wetenschap tegen zulke bias beschermen. Frans De Waal schreef dat we een heel ander mensbeeld zouden hebben als we de evolutie niet zouden reconstrueren aan de hand van chimpansees maar van bonobo's, terwijl er geen goede reden is de eerste meer verwant te noemen dan de tweede, en vooral: terwijl er geen reden is ons gedrag te linken aan een van beide - we beoordelen chimps ook niet naar bonobo's of andersom. Zo stootte Fry tijdens zijn onderzoek op talrijke voorbeelden van hoe primatologische, archeologische en cultureel-antropologische ontdekkingen geïnterpreteerd werden zodat ze pasten in de heersende opvatting van natuurlijke menselijke oorlogszucht. Veel voorkomende fouten zijn doodslag bij oorlog in te delen, met een onthutsende statistiek tot gevolg, of grijze zones (bloedwraak, sexuele jaloezie) als oorlog te tellen. Daarentegen schrijft Douglas Fry:

Laat me ondubbelzinnig stellen dat wanneer ik tot de conclusie kom dat oorlog gedurende de prehistorie uitzonderlijk was, ik niet het bestaan van andere vormen van geweld - gevechten, moord, terechtstelling - in de loop van de evolutie ontken. Wanneer ik tot de conclusie kom dat oorlog geen evolutionaire aanpassing is, spreek ik over oorlog, niet over alle soorten menselijke agressie. Wanneer ik suggereer dat de mensheid het instituut oorlog kan afschaffen, is mijn standpunt gesteund op antropologisch materiaal, niet op een blind vertrouwen dat mensen engelen zijn. Op het wereldtoneel zal er altijd nood zijn aan politie en gevangenissen, wetten en gerechtshoven, bemiddelaars en onderhandelaars. Oorlog afschaffen betekent niet dat alle conflicten ophouden. Het betekent dat conflicten behandeld worden op een minder desastreuze wijze.

Oorlog beschouwen als een natuurlijk kenmerk, en het dus erfelijk en onvermijdelijk verklaren, is een zelf vervullende voorspelling, want als we niet anders kunnen, waarom zouden we dan tijd verliezen aan het zoeken naar alternatieven?

Feiten

Fry brengt gegevens bijeen uit de antropologische data over oorlog, sociale organisatie, conflictbeheersing en evolutie, en bereikt zo een bredere macroscopische visie dan politici die aanhoudend verwikkeld zitten in het volgende spanningsmoment.

Een eerste vraag is of alle samenlevingen oorlog voeren. Blijkbaar denken we te snel dat wat in onze onmiddellijke omgeving gebeurt kenmerkend is voor de hele mensheid. Onderzoeken door Embers en Otterbein stemmen minstens overeen in een lijst van 70 culturen die geen oorlog kennen. Als 70 culturen zonder oorlog kunnen, weerlegt dat op zich al dat oorlog een natuurlijke noodzaak zou zijn.

Maar ook onze gekende omgeving bevat heel wat argumenten tegen de noodzaak van oorlog. In de recente geschiedenis zijn twintig staten gedurende meer dan een eeuw vrij van oorlogen geweest. Zweden leed geen oorlogsgeweld gedurende 170 jaar, en Zwitserland bleef bijna 200 jaar zonder oorlog te midden het Europese gewoel, terwijl IJsland al 700 jaar vrede kent. Costa Rica schafte haar leger af na de Tweede Wereldoorlog, met democratische stabiliteit tot gevolg.

Het menselijk potentieel voor vrede

Onze gewelddadigheid wordt uitvergroot in populaire tv-shows, maar nader onderzoek van crossculturele data toont aan dat mensen conflicten meestal oplossen zonder geweld. De grote meerderheid van de mensen die leven op onze planeet ontwaken ochtend na ochtend in een geweldloze omgeving. De overweldigende meerderheid besteedt haar dag zonder geweldpleging tegen iemand en zonder slachtoffer te zijn van geweld door anderen - zelfs zonder geweld waar te nemen tussen de honderden of duizenden mensen die ze elke dag tegenkomen. Verrassend genoeg geldt dit ook voor culturen die bekend staan als de meest gewelddadige.

Zo deed het echtpaar Robarcheck veldonderzoek bij de Waorani van Ecuador, waar 60% van de overlijdens over de laatste generaties gewelddadig waren. Verrassend genoeg was het dagelijks leven er vredig. Er waren jaren zonder raids, en de onderzoekers zijn geen enkel moment getuige geweest van doodslag. Het punt hier is dat zelfs als geweld regelmatig voorkomt in een cultuur, het niet zo alomtegenwoordig is als mensen zich soms voorstellen. De discussie van het geweld en de bijhorende statistieken, verder aangevuld door beelden van verslaggevers die de wereld rondvliegen op zoek naar oorlogszones, aanslagen of misdaden, leiden makkelijk tot een overdreven beeld van onze gewelddadigheid.

De aandachtige wereldreiziger, schrijft Douglas Fry, ziet dagelijks duizenden mensen onderhandelen, pleiten en overeenkomsten bedingen of gewoon wegwandelen van een conflict, allemaal zonder gebruik van geweld.

De prehistorie

Raymond Dart, de ontdekker van de eerste Australopithecus, was ervan overtuigd dat de ingedrukte schedels en gebroken beenderen van zijn fossielen bevestigden dat onze voorouders bloeddorstige moordenaars en kannibalen waren. Later werd aangetoond door C. K. Brain dat de schade aan de fossielen te herleiden was tot het werk van een uitgestorven soort jaguar die zich te goed had gedaan aan de Australopithecus.

De eerste interpretatie van een Homo erectus fossiel ontdekt in de Zhoukoudian site nabij Peking was dat deze voorouders elkaar bejaagden en opvraten. Het verhaal deed tientallen jaren de ronde, tot werd aangetoond Binford en Ho dat alle vervormingen verklaard konden worden door natuurlijke fossilisatie.

In1939 werd het skelet van een Neanderthaler ontdekt in Italië door haar ontdekkers beschreven als een gewelddadig mensenoffer. Later onderzoek toonde aan dat geologische activiteit en gevlekte hyena's verantwoordelijk waren voor de merktekens.

Onze mensachtige voorouders van het geslacht Australopithecus leefden 5 tot 6 miljoen jaar geleden, en het geslacht Homo is zo'n 2 miljoen jaar geleden ontstaan. Onze soort, Homo sapiens, de anatomisch moderne mens, verschijnt in de archeologische lagen van 40.000 tot 50.000 jaar oud, iets later en samen met Neanderthalers.

Beschavingen van staten bestaan niet langer dan 6.000 jaar. Wanneer men dus zoals Lawrence Keeley zegt dat oorlog ouder is dan de beschaving, is dat zonder meer juist, maar het wekt de onterechte indruk dat er de hele prehistorie oorlogen gevoerd werden. Keeley, zegt Fry, heeft ook gelijk als hij beweert dat bewijzen voor oorlog dikwijls over het hoofd gezien werden, maar dan gaat het steevast over oorlogsgeweld, hetzij historisch of prehistorisch, maar nooit ouder dan 10.000 jaar.

Archeologische aanwijzingen voor oorlog zijn gekend. Ze omvatten ommuurde nederzettingen, speciaal wapentuig als knuppels en dolken die niet bruikbaar zijn voor de jacht; afbeeldingen van oorlogstaferelen; massagraven met resten van projectielen zoals pijlpunten; sporen van brand gevolgd door een andere cultuur; minder mannelijke skeletten in begraafplaatsen. Indien geen enkele van deze sporen te vinden zijn over grote gebieden en gedurende lange tijd, moet men besluiten dat er geen oorlog was. De archeologische record toont aan dat oorlog niet ouder is dan 10.000 jaar: onze voorouders kenden geen oorlog gedurende de miljoenen jaren daarvoor. Fry stemt in met Brian Ferguson, die opmerkte dat voor elke activiteit die minder ideologisch geladen zou zijn dan oorlog, er geen discussie zou bestaan over deze wetenschappelijke conclusie.

Agressie en evolutie

De evolutietheorie zegt dat genen zo evolueren dat ze het best overleven, en bijgevolg dat organismen zoals wijzelf anderen helpen wanneer het waarschijnlijk is dat ze de eigen genen dragen, zoals kinderen, broers en zussen. Dikwijls wordt deze basisregel uitgelegd als een oorzaak van agressie maar, zegt Fry, dat hoeft niet het geval te zijn. Je kan je genen ook beschermen door je broer of zoon te weerhouden wanneer die bijvoorbeeld door jaloezie "domme" dingen zou gaan doen, en daarbij een grote kans maakt te sterven. Op die wijze kan conflictbeheersing een betere darwinistische oplossing zijn dan een massale slachtpartij waarin verwante genen zeer waarschijnlijk zullen "sneuvelen". Deze mogelijkheid wordt bevestigd door talrijke waarnemingen. In nomadische bands, maar ook in tal van andere samenlevingen, komen mensen aanhoudend tussen om ruziënde partijen te scheiden en te bedaren.

Zelfs de vermaledijde Yanomamö vertonen, in tegenstelling tot het beeld van ultieme agressors dat men van hen heeft opgehangen, terughoudendheid bij hun gevechten. In een film die door Napoleon Chagnon en Tim Asch gemaakt werd om de agressiviteit van de Yanomamö te illustreren, The Ax Fight, slaan de aanvallers hun slachtoffers met het plat van hun machetes of met de stompe zijde van hun bijlen. regelmatig treden verzoenende personen op, waaronder de hoofdman zelf. Als een jonge man neergeslagen wordt met de stompe zijde van een bijl op zijn rug, wordt het gevecht stilgelegd tot de ernst van zijn verwondingen is vastgesteld.

Conclusie

Douglas Fry schrijft:

De enorme sociale veranderingen in de loop van de laatste millennia doen ons besluiten dat er niets heiligs is aan het instituut oorlog. De wereldwijde archeologische record, gegevens over eenvoudige verzamelaar-gemeenschappen en crossculturele studies tonen samen aan dat oorlog een recente ontwikkeling is, opgekomen samen met sociale complexiteit en snel toenemend met het ontstaan van staten, waarbij economische en politieke motieven het voortouw namen.
De opkomst van natiestaten en van een internationaal systeem dat oorlogvoeren aanvaardt is van nog recenter datum. In de loop van de laatste eeuwen, terwijl Europa de wereld onderwierp, verspreidde oorlog zich door een spervuur van dramatische veranderingen: het verdrijven en verplaatsen van bevolkingen; landroof; plunderen; de verspreiding van vuurwapens; slavernij; uitroeiing van oorspronkelijke bevolkingen.
Het is niet de bedoeling om de opkomst van de koloniale macht van Europa geheel verantwoordelijk te stellen voor de verspreiding van oorlog, maar om aan te tonen hoe steeds opnieuw de oorlogsbrand aangejaagd werd door sociale, politieke en economische krachten die slechts de laatste eeuwen in beweging kwamen.

Mensen hebben talrijke soorten conflictbeheersing ontwikkeld en toegepast in talrijke samenlevingen en culturen. Er ontbreekt enkel de wil en het inzicht om vooroordelen en fatalisme af te wijzen en hetzelfde te doen op internationaal niveau. Een eerste stap is, dat we oorlog niet langer normaal noemen, en ons losmaken van de "vanzelfsprekende" culturele aanname dat mensen nu eenmaal agressief zijn en dus wel oorlog moeten voeren.

Het einde van oorlog is een realistisch doel in twee betekenissen, zegt Douglas Fry.

Ten eerste sterkt het antropologisch perspectief de mening dat mensen van nature bekwaam zijn tot het oplossen van conflicten op andere wijzen dan oorlog, als we eenmaal oorlog niet langer aanvaardbaar vinden.

Ten tweede moeten we dringend een einde maken aan oorlog alvorens massavernietigingswapens, wier verspreiding niet te stoppen is, een einde maken aan ons.

Oorlog is nu al nutteloos als bescherming tegen de vernietiging van ons milieu of tegen terrorisme, of als bescherming van mensenrechten. Het is de hoogste tijd oorlog te vervangen door nationale en internationale governance en rechtspraak.




Bronnen:
Beyond War: The Human Potential for Peace (Douglas P. Fry)



Tags: actueel, ethiek, evolutie, pacifisme, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief