hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Bronnen van kennis: de tijd van Darius

1 december 2014


Darius I

D

rieduizend jaar geleden waren de oude beschavingen tot stilstand gekomen: zowat alle machtige rijken van Egypte tot Assyrië en China waren vergaan; tempels en paleizen, ooit ankerplaatsen voor de kosmos, waren vervallen tot ruïnes. Het Perzische Rijk verrees uit de as van deze catastrofe, breidde zich uit van de Nijl tot de Indus, en werd het grootste imperium ooit. Het was een rijk dat rijken overspande - een wereld van werelden - en vereiste een heel nieuwe denkwijze of ideologie, die het vond in de leer van Zarathoestra (Perzisch Zartosht, Grieks Zoroaster), het mazdaïsme. Door de wisselvalligheden van de geschiedenis werd deze ideologie de basis van de westerse filosofie, en voor lange tijd het biotoop van de ons bekende wetenschap.

§

Het Perzische Rijk begon zijn opmars met Cyrus, die Babylon (nu Irak), Kanaän (nu Libanon), en Baktrië (nu Afghanistan) veroverde. Zijn opvolger Cambyses voegde Egypte toe. Diens opvolger, Darius, maakte de Indusrivier (nu in Pakistan) tot haar oostelijke grens.

Nieuw en bijzonder was dat de veroveraars sponsors werden van de religies die ze onderwierpen. Tempels werden niet gebrandschat zoals voorheen - het waren al grotendeels ruïnes - maar heropgebouwd. Verbannen elites en geroofde tempeluitrustingen werden teruggezonden, met dankbare onderwerping van de priesterkaste als gevolg - in de bijbel wordt Cyrus zelfs "de gezalfde" genoemd. Darius, nochtans zelf een mazdaïst, betaalde de opbouw van de tempel in Jeruzalem toen bleek dat de kolonisten er na achttien jaar niet in geslaagd waren de nodige fondsen te verzamelen. Hij herstelde ook verschillende Egyptische tempels en liet er nieuwe oprichten, en het is redelijk aan te nemen dat het er ook zo aan toe ging in talrijke andere overwonnen landen. Uiteraard was dit geen puur altruïsme. Tempels waren in die tijd de spil van hun lokale economie, waaraan ook de goden deelnamen. Het archaïsche veelgodendom steunde op het paaien of omkopen van deze of gene godheid voor een gunst; tempels verzamelden giften, offers en oorlogsbuit; en daarnaast waren ze opzichters van landarbeid en beheerden ze de oogst.

Tempels, van welke religie ook, waren taksen verschuldigd aan het centrale gezag. Om dit te organiseren werd het Perzische Rijk de uitvinder van de eerste bureaucratie. Hier toonde het mazdaïsme haar nut. Een nieuwe godheid die heerste over de hele wereld, alle andere goden inbegrepen, trad op de voorgrond: Ahura Mazda. Deze naam wordt meestal vertaald als "de Heer der Wijsheid", maar in de archaïsche wereld was wijsheid gewoon kennis van zaken, zodat het beter is de romantische ondertoon achterwege te laten en te kiezen voor "Heer van Kennis".

Geloof in deze supergod was niet langer een gevolg van historische wisselvalligheden en gewijde ruilhandel, maar van de bewuste keuze tussen goed en kwaad. Ahura Mazda was de heerser over het Goede. Zijn tegenhanger Ahriman, de voorloper van Satan, was de heer van het Kwaad. Dit werd zeer letterlijk opgevat: het universum werd opgesplitst in wat goed was en wat schadelijk. Het goede was de middag, de zon, eetbare planten en dieren, en belastingbetalers. Het kwade was de nacht en de duisternis, giftige planten en dieren, en opstandige provincies. Kennis van goed en kwaad werd zo essentieel dat de ideeën veranderden in werkelijke dingen: zo wordt het goede denken de godheid of aartsengel Vohu Manah, toewijding Spenta Armaiti, gehoorzaamheid Sraosha.

Darius liet een verklaring in drie talen uit een hoge rotswand hakken in Behistun. Wanneer ze klaar was werden de bergflanken afgegraven om het kunstwerk onbereikbaar te maken. De tekst omlijst een afbeelding van negen koningen die zich onderwerpen aan Darius (zie foto). Ahura Mazda overziet het geheel - niet aan de zijde van Darius maar verheven boven allen, want Darius laat in zijn commentaar duidelijk verstaan dat opstand in de eerste plaats religieus/ideologisch gekaderd moest worden:

Dit is wat ik deed door de gunst van Ahura Mazda in slechts één jaar tijd, het jaar waarin ik koning werd. Negentien veldslagen heb ik geleverd; door de wil van Ahura Mazda versloeg ik negen koningen en nam hen gevangen [...] De Leugen (Druj) maakte hen opstandig, zodat ze het volk voorlogen. Daarna plaatste Ahura Mazda hen in mijn handen; ik behandelde hen zoals het mij beviel.

De strijd tussen Goed en Kwaad, leerde het mazdaïsme, zou na negenduizend jaar beslecht worden in het voordeel van het Ahura Mazda: dan zouden er geen nacht of duisternis, geen giftige planten en dieren, en uiteraard geen opstandige koninkrijken meer zijn. Zo ver is het natuurlijk niet gekomen. De uitgeputte economieën van de vazalstaten kregen het steeds moeilijker met de opgelegde taksen, en terwijl het rijk haar slinkende middelen opmaakte aan het bevechten van opstandelingen, bracht omstreeks 330 BCE Alexander de genadeslag toe. Ook het luisterrijke Perzische Rijk bleek onderworpen aan het cyclisch verloop opgelegd door de ecologische realiteit.

Het mazdaïsme en natuurkennis

De nood om de natuurlijke wereld in te delen in goed en kwaad, moest wel tot haar nauwgezet onderzoek leiden. Een legende vertelt hoe Ahura Mazda een hallucinogeen drankje schonk aan Zarathoestra. Het visioen dat volgde staat beschreven in de Zand-i Vohuman Yasht 2.6-9:

Zeven dagen en nachten was Zarathoestra in de wijsheid van Ahura Mazda. En Zarathoestra aanschouwde de mensen en het vee in de zeven regionen van de aarde, waar de vele haarvezels van elk zich bevinden, en waar het uiteinde van elke vezel bevestigd is. En hij overzag alle bomen en gewassen die er waren, en hoeveel wortels van planten er zijn in de aarde van Spandarmad, waar en hoe ze gegroeid waren, en waar ze verstrengeld waren.

Het visioen bevat onder meer een hypothese over de gemeenschappelijke oorsprong van alle planten die aanleunt bij Goethe's oerplant en als een voorloper van de evolutietheorie begrepen kan worden.

De uitbreiding van het Perzische Rijk bracht denkwerelden samen zoals enerzijds het Egyptische bestaan na de dood, en dus tijd zonder einde, ook verzinnebeeld door de Nijl en haar kosmisch spiegelbeeld, de melkweg; en anderzijds oosterse ideeën over een alles doordringend substratum achter de waargenomen kosmische verscheidenheid en veranderlijkheid. Misschien voor het eerst ontstond zo de gedachte aan tijd zonder ruimte en aan ruimte zonder tijd, een paradigma dat ons gewoon lijkt maar feitelijk in strijd met elke waarneming in de natuur. Dit paradigma zou blijven bestaan tot, in de twintigste eeuw, ruimte en tijd weer samenvloeiden in hun natuurlijke eenheid, de ruimtetijd van de relativiteitstheorie. Maar in de tussentijd zorgde het beschouwen van een meetkundig voorwerp alsof er geen tijdsverloop mee gemoeid is voor wiskundige ontwikkelingen van de hellenistische tijd tot in onze eeuwen.

De Perzische kosmologie volgde hiërarchische regels. De sterren met hun zwakke licht stonden het dichtst bij de aarde, gevolgd door de maan, en met op de hoogste plaats de zon. Het Grenzeloze Licht, het "onsterfelijke licht" van de Indische Upanishads, zinnebeeld van het Goede, heerste boven de zon en omgaf het hemelgewelf.

Volgens Herodotus waren de Perzen de eerste die geschiedenis bedreven. Het was eigen aan het tijdsgewricht dat dit een geschiedenis van verval zou zijn. De Zand-i Vohuman Yasht beschrijft in haar eerste hoofdstuk de geschiedenis als een boom met vier vertakkingen, een van goud, een van zilver, een van staal en een van ijzer. In het tweede hoofdstuk wordt tussen de epoch van zilver en staal nog drie andere periodes ingelast: die van brons, koper en tin. Ahura Mazda verklaart ook deze visie voor Zarathoestra: de gouden tijd is die van het paradijs, waarin Ahriman en zijn demonen gevlucht zijn in de duisternis van Spandarmad, en daar zorgen voor water en vuur (leven) voor de wortels van de plantenwereld; in het epoch van ijzer

regeren de demonen met verwilderde haren van het woedende ras, wanneer het einde van de duizendste winter van je millenium ten einde is, o Zarathoestra de Spitaman!

Deze historische indeling is ook aanwezig Werken en Dagen, het leerdicht van Hesiodos, en verschijnt op verschillende plaatsen in de bijbel, bijvoorbeeld als een droomverklaring in het boek Daniël.

De antropologie van het mazdaïsme lijkt erg op de Egyptische. Een persoon is samengesteld uit een Tanu (lichaam), Ahum (levenskracht), Daena (gedachten en daden), Baodah (kennis), en Urvan (de eigen gestalte). De Urvan lijkt op de Egyptische ba, maar terwijl de ba een definitieve dood sterft als het hart te zwaar weegt, leeft de Urvan voor eeuwig. Alle mensen die gekozen hebben voor het Goede en dieren die niet giftig zijn hebben een Urvan, maar giftige dieren niet. Wanneer een mens sterft moet de Urvan een smalle brug oversteken naar het paradijs. Onder die brug is een brandende vuurzee. Dit is de uitvinding van de hel, al dient vermeld dat in het mazdaïsme niemand voor eeuwig zal branden: als Ahura Mazda na 9000 jaar het Kwaad overwint, wordt iedereen verlost.

Naast de bovengenoemde componenten is er nog de Fravashi (Fravarti). Fravashi kan evenmin als Urvan met "ziel" vertaald worden. Ons begrip "ziel" is verbonden met een lichaam-ziel dualisme dat eerst tijdens het hellenisme en vooral met het christendom ingang vond. Verwarring ontstaat dikwijls wanneer oude teksten vertaald worden naar een moderne woordenschat en gedachtenwereld. Spinoza heeft bijvoorbeeld opgemerkt dat wanneer over zielen gesproken wordt in de Torah, er altijd levende mensen en dieren mee bedoeld worden.

Fravashis bestaan van voor de schepping en bevinden zich in het Grenzeloze Licht boven het hemelgewelf. Een hymne uit de Aogemadaeca die gebeden wordt op de vierde dageraad na iemands dood, smeekt de fravashi de onsterfelijke Urvan van de dode ter hulp te snellen, en haar over de smalle Chinvadbrug te helpen. Maar niet alleen mensen hebben een fravashi. Een lange lofzang in de Avesta is gericht aan de (individuele) fravashis van Urvans, Daena's, wateren, vee, planten, de lucht, vuren, hemellichamen, dorpen, provincies, helden en goden, waaronder Ahura Mazda zelf, en myriaden andere dingen. Eerst later, in de Bundahisn, worden de fravashi's ondergeschikt gemaakt aan Ahura Mazda, maar oorspronkelijk (in de Avesta Yasht 23:1) is niets denkbaar of bestaanbaar wat geen fravashi heeft, zelfs Ahura Mazda. De fravashi valt samen met denkbaarheid, met het bestaan van alles wat is. Ze zijn gedachteloos en bewegingloos en ongrijpbaar, ontstaan drieduizend jaar voor de schepping. Ze omvatten elk detail van de hele wereld, zoals die is bij de schepping en zal zijn doorheen alle tijden. Ze liggen te wachten als embrio's van zijn, prototypes, klaar om tot leven te komen, elk op zijn beurt, bij de verwekking van dit ene kind, of bij dat ene zaadje dat ontkiemt. De fravashi bevat ook de hele levensloop, en is de oorsprong van de beschermengel uit Griekse, Romeinse en christelijke tradities.

De invloed van deze filosofie op de aanloop naar het moderne denken is moeilijk te overschatten. Een objectieve perceptie van de natuurlijke wereld was slechts mogelijk nadat oorzaken buiten de mythologische willekeur geplaatst werden. Het ging er daarbij in de eerste plaats niet om of de hypothese met de werkelijkheid strookte (dat deed ze niet) maar in hoeverre ze in wezen profaan was. Het lijkt mij in elk geval waarschijnlijker dat een ideële wereld van vormen (individuele of generieke) ontstaan is onder druk van een geschiedenis die aanleiding gaf tot een mythologieën overstijgende verklaring van de ervaringswereld, dan dat zo'n radicale vernieuwing een toevallige gok van één persoon zou zijn.

De platonische vormen of nous zouden afgeleid kunnen zijn van de fravashis. Ook het actieve intellect dat "als licht alles maakt tot wat het is" waar Aristoteles over schrijft in De Anima, of Plotinus' hoger deel van de ziel dat voor altijd in de geestelijke wereld vertoeft houden er verband mee.

Maar de belangrijkste link met het moderne denken is wellicht de demythologisering van natuurwetenschappelijke verklaringen. Daarbij moet men bedenken dat ook oorzakelijk denken aan mythologisch denken verwant is, want, zoals David Hume ontdekte, we kennen geen oorzaken, we zien enkel gebeurtenissen die elkaar opvolgen. We zien hier de verschuiving van goddelijke wetten naar natuurwetten, en van geheimzinnige krachten naar statistisch waargenomen beweging. De grote doorbraak van de moderne wetenschap - de wetten van Newton - was niet de ontdekking van mechanische oorzaken, maar van regelmaat.




Bronnen:
Fravashi and Undescended Soul (John Dillon)
Avesta -- Zoroastrian Archives
Early Greek Philosophy and the Orient (Martin L. West)
afbeelding Behistun
Encyclopædia Iranica
Avesta Reader (Introduction A.V.W. Jackson 1893)



Tags: bewustzijn, samenleving, seculariteit, wetenschap

Zie ook het archief