hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Bronnen van kennis : Amerika

12 december 2014


Blackfoot medicine bag

W

einig gebeurtenissen verdienen zozeer de aanduiding "wereldschokkend" als de ontdekking dat Amerika een heel nieuwe wereld was, de Mundus Novus van Amerigo Vespucci. Het lijkt redelijk dat deze schok een aansporing of misschien zelfs doorslaggevend was voor Copernicus die, net zoals Columbus de oude wereld uit het centrum van de aarde gedwongen had, de aarde uit het centrum van het hemelruim stootte.

§

Maar in dit blog wil ik het niet hebben over de invloed van de ontdekking van Amerika op het Europese wereldbeeld, maar over de bijdrage van de oorspronkelijke Amerikanen aan de groei van onze kennis - en daarmee bedoel ik zoals steeds kennis van feiten omtrent de natuurlijke wereld. Wie op zoek is naar "diepere" of "spirituele" onzin kan hier maar beter stoppen met lezen.

De oorspronkelijke Amerikanen waren overwegend animisten zoals antropologen die van elders kennen. Er ontwikkelden zich enkele grote gecentraliseerde rijken: de Olmeken, vierduizend jaar geleden, waren vermoedelijk de eersten. De laatsten waren de Azteken in Mexico en de Inca's in de Andes. Geen van beide overleefden de botsing met de Europese veroveraars.

Ten tijde van de Europese invasie bestond nog een uitgebreide Mayacultuur. Toen een Spanjaard aan een Maya vroeg hoe zijn land heette, antwoordde die "ik begrijp je niet", wat ongeveer klonk als "Yucatan". In 1562 verbrandde de franciscaanse broeder Diego de Landa alle boeken van de Maya's die hij kon vinden in een groots opgezette auto-da-fé in Yucatan. De Landa en zijn handlangers herkenden de schrifttekens niet, en besloten daaruit dat ze alleen maar werk van de duivel konden zijn. Zoals de Perzen voor Alexander, verborgen de Maya's zoveel mogelijk van hun boeken, maar aangezien perkament onbekend was en in de plaats bast van bomen gebruikt werd, verrotten ze op den duur in hun bergplaatsen. Duizenden Maya's werden gefolterd en gedood, of pleegden zelfmoord nadat hun haar afgesneden werd en ze de dorpen rondgedreven werden met punthoeden waarop brandstapels en duivels geschilderd waren. Uiteindelijk werden nog drie boeken in Mayaschrift ontdekt in Europese archieven; Samen met tekens op ruïnes bevatten ze alles wat overblijft van het enige schrift dat bestond in precolumbiaans Amerika. Dank zij de ijver van de inquisitie kan niemand ze helemaal ontcijferen. Diego De Landa werd vrijgesproken van alle blaam en benoemd tot bisschop van "ik begrijp je niet".

De plunderende Spaanse soldaten verkozen, als ze gekwetst waren, lokale medicijnmannen boven hun eigen barbier of chirurgijn. De geneeskunde, en vooral de artsenijkunde, bleek veel beter ontwikkeld in de kleinste Amerikaanse gehuchten dan in de grootste Europese steden. Dat had verschillende oorzaken.

Amerika had nooit iets als een heksenvervolging gekend waarin traditionele kennis verboden of vernietigd was. Het land was te groot, en centraal gezag nooit totaal. Bijgevolg werd de kennis van de geneeskrachtige werking van planten langzaam opgebouwd en ononderbroken overgedragen van generatie op generatie. De zorg en nauwkeurigheid die hierbij nodig is kan niet vastgelegd worden in boeken met geen of gebrekkige afbeeldingen, maar vol wilde aannames en metafysische wanen. De chemische farmacologie bestaat slechts sinds de twintigste eeuw, en richt zich nog steeds voornamelijk op het imiteren van werkzame stoffen aangetroffen in planten. Tot die tijd kon niemand bepalen welke chemische stof een bepaald heilzaam effect had, behalve wie overgedragen kennis bezat uit eeuwenlange observatie.

De andere oorzaak is een ecologische. De bergketens in Amerika zijn noord-zuid gericht, terwijl de Euraziatische bergketens eerder west-oost gericht zijn. Dat was cruciaal tijdens de ijstijden. Wanneer de poolkap uitbreidde konden planten en dieren op het Amerikaanse continent naar het zuiden vluchten om later terug te keren, terwijl heel wat Euraziatische soorten uitstierven omdat hun uitweg geblokkeerd was door onneembare bergketens. Het aantal wilde soorten in de nieuwe wereld is dan ook een veelvoud van dat in de oude wereld. Planten hebben in de loop van de evolutie tal van chemische stoffen voortgebracht als bescherming tegen insecten, parasieten enzovoort. Sommige van deze stoffen kunnen benut worden als geneesmiddel, maar het is onmogelijk een nieuw geneesmiddel te ontdekken door planten te bekijken. De enige werkbare manier om geneeskrachtige kruiden te vinden is door te communiceren met wie hen eeuwenlang gebruikt.

Een mooi voorbeeld is de geschiedenis van kinine. In 1640 werd de gravin van Chinchón, de echtgenote van de regent van Peru, genezen van malaria met de bast van de kinaboom (chinchona ledgeriana) waarvan we vandaag weten dat die kinine bevat. Het was een traditioneel middel dat lang bekend was bij de oorspronkelijke bevolking, en er is zelfs een legende die zegt dat het medicijn bekend werd door een indiaan die had gezien hoe een zieke jaguar op de bast van een kinaboom kauwde. Deze legende bevat misschien wel waarheid, want ook dieren kennen de weldoende werking van sommige planten. Zo is bekend dat wilde chimpansees darmparasieten bestrijden met de bittere bladeren van de Vernonia amygdalina. Het is niet onredelijk te denken dat de observatie van wilde dieren soms tot experimenteren leidde.

Jezuïeten introduceerden de chinchonabast in Europa, waar hij nog meer dan tien jaar bestreden werd als "jezuïetenpoeder" en "kruid van de duivel" door hovaardige geneesheren en jaloerse calvinisten. Wanneer echter de voordelen niet langer ontkend konden worden, werd kinine tot Europese uitvinding gepromoveerd. Het zouden geen indianen maar de geletterde heren uit het gevolg van de gravin van Chinchón zijn geweest, die door een gelukkige inval kinine ontdekten. Zendelingen laadden wel hun tassen vol met het wondermiddel om er in andere werelddelen eer mee te halen. Kinine werd ook een onmisbaar hulpmiddel in de koloniale oorlogen, waar hele legers door malaria verslagen werden. Het duurde tot 1979 alvorens kinine volledig synthetisch nagebootst kon worden.

Amerikaanse kennis kwam niet van doorluchtige denkers, maar van de bewaarders van oude kennis uit gehuchten en dorpen. De invloed op Europa was echter enorm: het vertrouwen in ernstige artsenijen werd hersteld, Expedities werden uitgezonden om geneeskrachtige planten te verzamelen en overal werden botanische tuinen ingericht met verzamelingen van zeldzame kruiden uit de hele bekende wereld.

De geduldige domesticatie van planten en dieren hoort tot dezelfde soort kennis. Europa was tot die tijd ongeveer om de zeven jaar slachtoffer van hongersnoden, die het werelddeel verzwakten en grote ontwikkelingen tegenhielden. De nieuwe knollen en kolven die werden ingevoerd uit de Nieuwe Wereld - aardappelen en mais - zorgden voor overbruggingen wanneer de graanoogst weer eens mislukte door droogtes, regens of plagen. Het nieuwe voedsel maakte de bevolking veerkrachtiger en meer ondernemend, of het nu om oorlog, kunsten, handel of filosofie ging. Je kan het verschil zien op de schilderijen van Rubens: voluptueus werd mode, de weelde van de barok brak door als een vernieuwende vloed van zelfvertrouwen.

De Europese kennis is schatplichtig aan de hele wereld, maar zonder de natuurkennis uit Amerika was Europa niet modern geworden op dat bepaalde moment in de geschiedenis.




Bronnen:
CINCHONA : A SHORT HISTORY
Het Maya-schrift (Museum Volkenkunde Leiden)
Lost Languages: The Enigma of the World's Undeciphered Scripts (Andrew Robinson)
foto: First People



Tags:

Zie ook het archief