Eigendom (David Graeber)

22 februari 2015
hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet



Schuld. De eerste 5000 jaar

E

en antropoloog bekijkt de economie als cultureel gedrag, en komt tot interessante gevolgtrekkingen. De vraag die David Graeber in zijn boek aan de orde stelt is waardoor schuld zo'n centrale plaats heeft gekregen in de menselijke samenleving. We spreken hierbij over uiteenlopende vormen van schuld, van religieus tot moreel tot financieel, want Graeber betoogt overtuigend dat ze in de grond hetzelfde zijn. Schuld is het smeersel van het kapitalisme zoals ze het smeersel van religies was.

§

Het is haast onbegonnen werk een boek dat 5000 jaar wereldgeschiedenis beslaat samen te vatten in een blog. Ik heb hieronder (bronnen) enkele links naar interessante besprekingen geplaatst, maar zelf vertaal ik hier liever een citaat dat ik bijzonder verhelderend vond. Het is een stukje uit het hoofdstuk "Ancient Rome (property and freedom)" pp.198-199. Daarin zet Graeber vraagtekens bij de oude opvattingen uit het Romeinse recht die de wereld (soms letterlijk, soms figuurlijk) veroverd hebben. De negentiendeeeuwse jurist Rudolf von Jhering meende dat de Romeinen de eerste waren, die van rechtspraak een wetenschap maakten. Daarop reageert Graeber:

Misschien is dat zo, maar alles bij mekaar blijft het waar dat het Romeinse recht enkele opvallend vreemde elementen bevat, sommigen zo ongerijmd dat ze juristen hebben verward en misleid al sinds het Romeinse recht nieuw leven werd ingeblazen aan de Italiaanse universiteiten van de Late Middeleeuwen. En het meest opvallende van deze elementen is de manier waarop eigendom gedefinieerd wordt. In het Romeinse recht is eigendom, of dominium, een verhouding tussen een persoon en een ding, gekenmerkt door absolute macht van die persoon over het ding. Deze definitie heeft eindeloze conceptuele problemen voortgebracht. Om te beginnen is het helemaal niet duidelijk wat het betekent voor een menselijk wezen een verhouding te hebben met een levenloos voorwerp. Menselijke wezens kunnen verhoudingen hebben met elkaar. Maar wat kan het betekenen om een verhouding te hebben met een "ding"? En als dat al zou kunnen, wat zou het betekenen die relatie een wettelijke status te verlenen?

Een eenvoudige illustratie zal volstaan: stel je een man voor die vastzit op een verlaten eiland. Hij kan persoonlijke relaties ontwikkelen met, laat ons zeggen, de palmen die er groeien. Als hij daar lang genoeg zit zou het kunnen dat hij die palmen namen gaat geven en de helft van zijn tijd besteedt aan denkbeeldige gesprekken ermee. Maar de vraag of hij hun eigenaar is, heeft geen betekenis. Er is geen zorg om eigendomsrechten als er niemand anders is.

Het is dus duidelijk dat eigendom niet echt om een relatie tussen een persoon en een ding gaat. Het is een afspraak tussen mensen over dingen. De enige reden dat we dat soms niet opmerken is dat in vele gevallen - in het bijzonder als we spreken over onze rechten op onze schoenen, onze wagen, onze werktuigen - we spreken over rechten die we hebben tegenover alle anderen. Anders gesteld, het gaat om afspraken tussen onszelf en de "rest van de wereld" ["against all the world" in de Engelse wetten]. Anders gezegd, er is een afspraak tussen onszelf en alle anderen dat zij niet zullen ingrijpen in onze bezittingen, en dus toelaten dat we ze min of meer behandelen hoe we willen. Een afspraak tussen een persoon en iedereen op de planeet is natuurlijk moeilijk te bevatten, en het is makkelijker te spreken van een relatie met een ding. Maar zelfs daarbij is je vrijheid te doen met een ding wat je wil erg beperkt. Zeggen dat het feit dat ik de bezitter ben van een kettingzaag mij de "absolute macht" geeft om het even wat te doen met die kettingzaag, is duidelijk absurd. Bijna alles wat ik zou willen doen met een kettingzaag buiten mijn huis of tuin zal zeer waarschijnlijk illegaal zijn, en er is slechts een beperkt aantal dingen die ik er binnenshuis mee mag. Het enige echte "absolute" recht dat ik heb over mijn kettingzaag is dat ik anderen mag verbieden ze te gebruiken.

Toch is het Romeinse recht er duidelijk over dat de elementaire vorm van eigendom privaateigendom is, en dat privaateigendom betekent dat de bezitter mag doen met zijn eigendom wat hij wil. Juristen in de middeleeuwen kwamen ertoe dit begrip te verfijnen tot drie principes: usus (het gebruik van een ding), fructus (het genot van de voortbrengselen ervan) en abusus (misbruik en vernietiging ervan) maar Romeinse juristen waren zelfs daar niet in geïnteresseerd, ze zagen die details als volledig buiten het terrein van de wet. In feite hebben heel wat geleerden veel tijd besteed aan de vraag of Romeinse schrijvers het privaatbezit wel als een recht beschouwden, omdat rechten steunen op overeenkomsten tussen mensen, en iemands macht om over zijn eigendom te beschikken dat niet was. Het was gewoon iemands natuurlijke mogelijkheid te handelen zoals die wou zolang sociale hindernissen afwezig waren.

Als je er goed over nadenkt, is dat een vreemd uitgangspunt om een theorie van eigendomsrecht te ontwikkelen. Het is misschien juist te zeggen dat waar ook ter wereld, en in welke tijd ook, of het nu het oude Japan is of Manu Picchu, iemand die een stuk touw had vrij was het te buigen, er een knoop in te leggen, het uit elkaar te halen of in het vuur te werpen volgens de ingeving van het moment. Maar nergens anders leken juristen dit een belangrijke of interessante kwestie te vinden. Geen enkele andere traditie vond het nodig er de basis van hun wetgeving van te maken omdat, alles bij mekaar, men door dat te doen van alle wetten weinig meer dan een reeks uitzonderingen zou maken.

Hoe is dat gekomen? En waarom? De meest overtuigende verklaring die ik zag is die van Orlando Patterson: de notie van absolute macht over privaatbezit is in werkelijkheid afgeleid van slavenhouderij.

Inderdaad, het woord "dominium", in de betekenis van absolute privaateigendom, kwam eerst in gebruik tegen het einde van de Romeinse republiek, de tijd waarin het rijk overspoeld werd door honderdduizenden krijgsgevangen boeren, en waarin de Romeinse samenleving voornamelijk op slavernij ging steunen.




Bronnen:
Debt: The First 5,000 Years (David Graeber)
Schuld. De eerste 5000 jaar (Bol.com)
Nederlandstalige bespreking (H-VV)
Nederlandstalige boeekbespreking (Globalinfo.nl)
Slavery and Social Death (Orlando Patterson)



Tags: actueel, ethiek, religie, samenleving, seculariteit, wetenschap

Zie ook het archief