hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Absolute moraal

17 maart 2015


militaire moraal

F

ilosofieprofessor Justin P. McBrayer bekloeg zich er onlangs over in The New York Times dat de jeugd niet meer gelooft in een absolute moraal. Hij verwijt het onderwijs bij te dragen aan morele verloedering, omdat niet langer wordt erkend dat sommige morele waarden zonder meer feiten zijn. Waar gaat het heen, zegt hij, als iedereen zomaar zijn moraal kan kiezen?

§

De professor schrijft:

We kunnen beter. Onze kinderen verdienen een samenhangende intellectuele basis. Sommige dingen van wat we geloven zijn waar. Andere niet. Sommige van de dingen die we geloven steunen op bewijs. Andere niet. Waardeclaims zijn als alle andere claims: ze zijn ofwel waar ofwel onwaar, met of zonder bewijs. Het moeilijke ligt niet in het erkennen dat tenminste sommige morele claims waar zijn, maar in het zorgvuldig doordenken van het bewijs voor welke van de vele concurrerende morele claims juist is. Dat is bijzonder moeilijk. Maar we kunnen niet ontkomen aan de verantwoordelijkheden die bij het mens zijn horen, alleen maar omdat ze moeilijk zijn.

De oorzaak ligt in het onderwijs, zegt McBrayer. Daar leert de jeugd dat feiten bewijsbare waarheden zijn, en dat opinies bestaan uit ideeën, gevoelens en aannames. Maar, zegt de professor, dingen kunnen waar zijn en toch onbewijsbaar. Denk bijvoorbeeld aan leven op een verre planeet. En wat bewezen kan worden hangt af van wie je bent. E=mc² is een feit voor een fysicus, maar niet voor mij.

Op school [althans in de VS] wordt geleerd dat elke waardeclaim een opinie is. Elke claim over goed, juist, fout enz.... is géén feit. Professor Justin P. McBrayer gaat door de schoolliteratuur en komt tot besluit dat de jeugd wordt geleerd dat bijvoorbeeld volgende zinnen opinies, en geen feiten weergeven:

  • Huiswerk afschrijven is fout.
  • Alle mensen zijn gelijk geschapen.
  • De strijd tegen het terrorisme is offers waard.
  • Minderjarigen mogen geen alcohol drinken.
  • Drughandelaars horen in de gevangenis.

Samengevat:

Onze openbare scholen leren studenten dat alle claims ofwel feiten zijn ofwel opinies, en dat alle morele claims opinies zijn. Dat is beweren dat er geen morele feiten bestaan. En als er geen morele feiten bestaan, dan zijn er ook geen morele waarheden.

En:

Het kan geen verrassing zijn dat bedrog op onze campussen onbeperkt toeneemt. Als we de studenten 12 jaar lang geleerd hebben dat bedrog in feite niet fout is, kunnen we ze niet verwijten dat ze het later ook gaan doen.

Jerry Coyne, die naar mijn mening aan de foute kant staat van het debat over vrije wil (dat is de kant van bijvoorbeeld Sam Harris en Michael Shermer) verraste me plezierig door hier partij te kiezen tegen absolute, feitelijke moraal, en daarmee tegen Harris cs., die als goede scientist beweert dat de (neuro-)wetenschap morele feiten en waarheden kan ontdekken.

Coyne schrijft op zijn blog:

Ik vind het storend aan het naturalisme dat in toenemende mate wordt beweerd dat er objectieve morele feiten en waarheden bestaan, die op een of andere manier wetenschappelijk vastgesteld kunnen worden. Ik ben het daar niet mee eens, want ik denk dat wat men uiteindelijk als "goed" of "fout" beschouwt, ten diepste afhangt van een aantal subjectieve voorkeuren die niet wetenschappelijk beoordeeld kunnen worden.

Ik vraag me af of Coyne wel alle consequenties hiervan doordacht heeft. Hij wijst scientisme af op het punt van ethiek, maar lijkt het tegenovergestelde standpunt in te nemen als het over emoties (Dawkins) of vrije wil (Harris) gaat, beide belangrijk bij elke morele keuze. Bovendien blijkt Coyne door moreel absolutisme af te wijzen in de val te trappen van het moreel relativisme:

Tenslotte komen alle discussies over goed en kwaad neer op welk resultaat men verondersteld is te bereiken. Dat is niet denigrerend bedoeld, want zonder regels kunnen we geen harmonieuze samenleving hebben.

Iedereen beseft dat wat we moreel juist vinden, uit ons zelf komt. Het is verleidelijk die moraal als absoluut te bestempelen, want dat geeft ons behalve een veilig gevoel ook nog eens het recht iedereen te straffen die onze persoonlijke absolute moraal niet volgt. Een moraal die absoluut is - toevallig de mijne - mag immers nooit, nergens overtreden worden. Dat is een redenering die klopt als een bus, tot we beseffen dat andere mensen op andere plaatsen een andere "absolute" moraal hebben. De bombardementen op Irak en de onthoofdingen door IS zijn elk volledig in lijn met de absolute moraal van de daders. Als iemand gelooft dat de eigen moraal absoluut is, en dat wie durft te twijfelen aan die absolute moraal afgestraft moet worden, zijn zij het wel.

Het gevoel van zekerheid of veiligheid dat we krijgen door onze eigen moraal absoluut te verklaren, verandert in twijfel en angst als we zien dat ook anderen hun moraal absoluut noemen. Is moraal dan relatief? Nee. Goed en kwaad zijn niet om het even, en er bestaat een manier om onderscheid te maken. Die houdt in dat we het goede leven niet enkel voor onszelf, onze naasten, ons land of volk zoeken, maar dat we elk individu een doel van de samenleving maken. Dat lijkt arbitrair, maar het is een zeer redelijke moraal: elk van ons is minstens een individu. Ikzelf, als individu, wil van een moraal dat die mij als individu respecteert. Maar dat geldt ook voor mijn buurman, en zo verder. Een moraal kan dus alleen universeel geldend zijn, als ze de waarde van elk individu erkent.

Dat onze moraal uit onszelf komt, is terzelfder tijd beangstigend en geruststellend. Beangstigend, omdat mensen bij wijze van spreken met een vingerknip in massamoordenaars en folteraars kunnen veranderen, met de passende moraal die ze op dat moment maken. Maar ook geruststellend, omdat we in een lange evolutie - biologisch, cultureel, intellectueel - hebben geleerd vooruitgang te boeken. We hebben steeds beter geleerd hoe mekaar te helpen en samen te werken, hoe individuen in bescherming te nemen, verdraagzaam te zijn tegenover andersdenkenden, de doodstraf en foltering langzaam terug te drijven, en slavernij en mensenoffers steeds meer te verfoeien.

Deze morele vooruitgang - meetbaar in respect voor het individu - is niet het gevolg van de verspreiding van een absolute moraal. De echte motor is de materiële nood samen te leven in wederzijds vertrouwen, en niets anders. Het is een langzaam kneden van de morele intuïtie in een steeds complexere samenleving. Dwang, geweld, ongelijke behandeling zijn contraproductief. Gelukkig bestaat er geen absolute moraal, maar het is te hopen dat we ooit een universele moraal bereiken.




Bronnen:
Why Our Children Don’t Think There Are Moral Facts
A philosopher asserts that there are “moral facts”, and we’re messing up our kids’ education by not telling them that



Tags: actueel, ethiek, pacifisme, samenleving, seculariteit, wetenschap

Zie ook het archief