hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

De wetenschap van betekenis (2)

10 mei 2015


Hieronymus Bosch

I

k lees hier verder in Louder than Words van Benjamin K. Bergen. Hersenen die oorspronkelijk dienden om bewegingen te sturen en af te stemmen, zijn zo geëvolueerd dat ze bewegingen kunnen uitvoeren "in gedachten". Kennissystemen zijn geëvolueerde bewegingssystemen. Woorden en zinnen worden begrepen door ze "in gedachten" uit te voeren. Maar "in gedachten" dekt niet helemaal de lading. De gedachten zijn de gebeurtenis, niet de plaats. Gedachten zijn innerlijke bewegingen. "In je lichaam" of "embodied". Die stelling - de embodied simulation hypothese - wordt bevestigd door dagelijkse waarneming en door een aantal vernuftige experimenten.

§

Wanneer gevraagd of ik de sleutel linksom of rechtsom draai als ik mijn woning binnenga, zal ik even, hoe kort ook, de situatie "voor de geest" halen en "in gedachten" met de sleutel draaien. Mogelijk maak ik er zelfs een zwakke handbeweging bij. Ik speel of simuleer het openen van het slot, maar dat is geen zuiver geestelijk proces: mijn lichaam is betrokken bij het denken.

Wilder Penfield, een Canadees onderzoeker uit vorige eeuw, ontdekte dat voor het bewegen van elk lichaamsdeel een plaats in de hersenschors aanwezig is. . Penfield had geen scanner ter beschikking, maar om mensen met epilepsie te helpen opende hij hun schedel en prikkelde delen van de hersenschors om te zien welke bewegingen gestimuleerd werden. Het bleek dat de beweeglijkste delen de meeste plaats innamen: de lippen hadden een groter hersengebied dan een arm, enzovoort. Deze plaatsen vormen samen de "primary motor cortex". Sinds enkele decennia hebben hersenscans toegelaten de activiteit bij een beweging en die bij de inbeelding van dezelfde beweging met elkaar te vergelijken, en er is een merkwaardige overeenkomst in hersenactiviteit tussen beide. Hetzelfde systeem dat we gebruiken om te bewegen, is ook actief als we ons die beweging enkel inbeelden.

Penfield homunculus

Hoe komt het dan dat we niet telkens de beweging uitvoeren en in het wilde om ons heen slaan als een beweging bedacht wordt in de primaire motor cortex? Om een beweging effectief te maken moeten de opgewekte signalen de betrokken lichaamsdelen bereiken. Nu zijn deze signalen bij embodied simulation aanmerkelijk zwakker dan bij een effectieve handeling, wat een eerste verklaring kan zijn. Een tweede verklaring heeft men gevonden in het cerebellum, de kleine hersenen die zich min of meer tussen de hersenen en de ruggegraat bevinden. Het cerebellum is actief bij echte handelingen, maar niet bij simulatie. Dat zou kunnen verklaren waarom de signalen uit de hersenen de ledematen niet bereiken, en we handelingen kunnen bedenken zonder ze hoeven uit te voeren.

Embodied simulation is niet beperkt tot directe actie alleen. Dat wordt mooi geïllustreerd door de geheugenkunst van de ouden, toen schrift nog niet zo'n centrale plaats innam. Daarbij werden hele mentale "geheugenpaleizen" met gangen, kamers en bergplaatsen ingebeeld voor het opslaan en terughalen van kennis. De methode is bijzonder effectief en nog steeds erg bruikbaar, al vermoed ik dat ze makkelijker te hanteren was toen we nog niet bestormd werden door beelden spuiende media.

Maar heel wat simulatie gebeurt onbewust. Benjamin Bergen schrijft:

Vele van onze mentale capaciteiten kunnen toegeschreven worden aan simulatie. Een mentaal beeld opmaken is een wijze om doelbewust aan mentale simulatie te doen. Maar gedrag zoals geheugen en andere gebruiken eveneens mentale simulatie. Dat doen ze in een meer beperkte vorm - het kan dat we ons er niet eens bewust van zijn dat we aan het simuleren zijn. Zoals het meeste wat het brein doet, is mentale simulatie niet eens doelgericht, en is niet noodzakelijk beschikbaar voor introspectie. Toch kan het onthuld worden door sommige van de tools die gebruikt worden om haar rol in het verbeelden te onthullen. De embodied simulation hypothese leidt dus tot testbare voorspellingen.

Er is een nauw verband tussen zicht en betekenis. We zeggen "zie je wat ik bedoel?" zelfs als er niets is om naar te kijken. Op dezelfde manier spreken we over "een heldere uiteenzetting" of "licht werpen op een onderwerp". Zoals in de gewone evolutie heeft ze systemen die al tientallen miljoenen jaren bestaan - het zicht, het gehoor, de motoriek - aangepast aan nieuwe omstandigheden. Systemen die aanvankelijk enkel moesten horen, zien en handelen ontwikkelden zich tot een nieuw systeem dat kan denken over horen, zien en handelen. We hebben het aanhoudend over dingen die we zagen, zien of willen zien. De natuur heeft met ons brein geen heel nieuw systeem ontwikkeld. Daarin ligt ook de kracht van communicatie, die met enkele hints een hele wereld aan betekenis kan overbrengen. Volgende experimenten tonen overtuigend aan dat hersengebieden aanhoudend hergebruikt worden voor Embodied simulation (*):

  • Scans laten zien dat hersengebieden benut bij horen of zien ook actief zijn bij het herinneren ervan.
  • Wanneer testdeelnemers werd gevraagd eigenschappen aan voorwerpen te paren (bijvoorbeeld bladeren=ruisen, bosbessen=zuur ...) bleek dat sneller te gaan als verschillende geuren, smaken, beelden... achter mekaar gezet werden, dan wanneer er gewisseld werd van geluiden naar smaken, van geuren naar beelden enzovoort.
  • Wanneer deelnemers werd gevraagd onmiddellijk na een zin aan te geven of een object in de zin voorkwam, bleek de mentale representatie (oriëntatie en vorm) dikwijls doorslaggevend. Zo werd bijvoorbeeld na de zin "de karweiman sloeg de spijker in de muur" het beeld van een liggende spijker meer herkend, en na de zin "de karweiman sloeg de spijker in de vloer" werd het beeld van een recht opstaande spijker sneller herkend.
  • Wanneer deelnemers een zin horen waarin een locatie vervat zit (bijvoorbeeld wolken=boven, gras=beneden) hebben ze het daarna moeilijker om een object in die locatie (boven of beneden) te herkennen.
  • Zinnen zonder locatie, maar met een werkwoord dat een richting bevat (klimmen=omhoog, vallen=omlaag) hebben hetzelfde effect.
  • Ook zinnen die bewegingen bevatten (bijvoorbeeld over een bal die nadert of wegrolt) hebben invloed op herkenning van bewegende beelden.
  • Zinnen over een nabij, helder onderwerp (bijvoorbeeld "hij nam de golfbal") leiden tot betere herkenning van scherpe afbeeldingen, en zinnen over een ver of vaag onderwerp (bijvoorbeeld: "de golfbal vloog door de lucht") leiden tot betere herkenning van wazige afbeeldingen.
  • Door middel van eyetracking (dit is het registreren van meestal onbewuste oogbewegingen) werd aangetoond dat ook de ogen de richtingen en plaatsen in een zin volgen. Dit is een van de sterkste aanwijzingen voor embodied simulation.

Na al deze vaststellingen is het moeilijk nog te twijfelen aan de waarde van de embodied simulation hypothese. Onze hersenen, het orgaan dat zorgt voor waarneming, coördinatie en reactie, heeft in de loop van de evolutie gebieden ontwikkeld die de werkelijkheid "naspelen" en haar zo bevatten. We begrijpen vertelde gebeurtenissen door eerdere ervaringen op te diepen en te ordenen aan de hand van de zinnen die we horen.


(*) Cognitief psycholoog Rolf Zwaan van Erasmus Universiteit Rotterdam en zijn studenten hebben hier belangrijke bijdragen geleverd. Zie bronnen.


Bronnen:
Louder Than Words: The New Science of How the Mind Makes Meaning (Benjamin K. Bergen)
Cognitief psycholoog Rolf Zwaan (Erasmus Universiteit Rotterdam)
The Art of Memory (Frances A. Yates)
Memory Palaces (Carl Malamud)



Tags: actueel, bewustzijn, evolutie, wetenschap

Zie ook het archief