hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Richard Carrier en de moraal

22 mei 2015


Dr. Richard Carrier

O

ok Richard Carrier heeft zich uitgesproken over de vraag of moraal door de wetenschap kan vastgelegd worden. Dit was naar aanleiding van het debat tussen Massimo Pigliucci en Michael Shermer. Carrier meent dat Pigliucci het debat gewonnen heeft op argumenten. In feite, zegt hij, had Shermer gelijk dat wetenschap moraal kan vastleggen, maar zijn argumenten deugden niet. Dat is een aanleiding voor Carrier om de stelling van Shermer - dat de wetenschap kan voorschrijven wat te doen - van betere argumenten te voorzien.

§

Vooraf: niemand twijfelt eraan of moraal onderzocht kan worden. Het gaat er om, of het beter zou zijn als wetenschappers ons gedrag zouden voorschrijven.

Ik ben het niet eens met Michael Shermer noch met Richard Carrier. Hun verwarring lijkt me typisch voor halfwas atheïsten: ze menen dat wanneer er geen god is, ook de basis voor moraal verdwijnt, en leveren zo ongewild munitie aan theïsten. En dan wordt altijd hetzelfde scenario herhaald: wie het niet-bestaan van een godheid verwisselt met afwezigheid van die godheid, wil de leegte die ontstaan is door die afwezigheid bijna vanzelfsprekend opvullen met wat anders, en komt haast onvermijdelijk bij de wetenschap terecht. Maar de taak van de wetenschap is niet om religie te vervangen, maar om de werkelijkheid zo goed mogelijk te beschrijven. Als we niet opletten eindigen we niet met een "god van de gaten" maar met een "wetenschap van de gaten". Zo brengt gebrekkig atheïsme pseudowetenschap voort. Een religieus geheelonthouder wijst samen met de goden ook hun gereserveerde parkeerplaats af.

Wetenschap gebruiken als religievervanger noemt men ook wel sciëntisme, een kwaal van onze tijd. Het is de wereld bekijken vanuit een godsperspectief. Maar als er echt geen god is, is er ook niet zo'n perspectief. Die plaats innemen is intellectueel dom en sociaal gevaarlijk. Het dreigt theocratie te vervangen door een nog gekkere scientocratie. Het lijkt soms of iedere vrijdenker - in tegenstelling tot veel ernstige wetenschappers - een wetenschappelijke uitleg moet geven voor elk natuurlijk verschijnsel, op straffe van het debat met de gelovige te verliezen. Er wordt dan ook heftig gefantaseerd. Zo zag ik nog onlangs beweren dat Hitler geen atheïst kon zijn want dat de ariërs afstammen van de christelijke arianen, en zag ik het bestaan van een schepper bestrijden met het "wetenschappelijke" argument dat wormen vanzelf ontstaan in bedorven kaas. Met gebruikmaking van hetzelfde principe schreef Lawrence Krauss een bestseller met de titel "Een universum uit het niets" waarin hij beweert dat het heelal vanzelf uit (zogezegd) niets is ontstaan. Op mijn katholieke schooltje wilde men me ook wijsmaken dat God het heelal uit het niets had geschapen. Ik geloofde het toen al niet en ik geloof het nu nog niet. De wormen of het heelal zijn voorbeelden van "spontane generatie" à la Aristoteles, en het zijn allemaal voorbeelden van sciëntistische wanen. En natuurlijk is het allemaal stof voor diepzinnige gesprekken - maar we hebben geen nood aan diepzinnigheid, wel aan helderheid.

Richard Carrier meent dat Shermer een ding vagelijk juist heeft:

de wetenschap is erg goed in het onderzoeken van oorzaak-gevolg relaties, en indien goed gebruikt en ingenieus gericht, zou ze een goede job kunnen doen in het uitwerken van wat de gevolgen zijn voor de rest van een leven van de keuzes voor bepaalde gedragspatronen (gevolgen op psychologisch en sociaal vlak, en aan gevolgen voor wederkerigheid en interpersoonlijke relaties). We zouden bijvoorbeeld kunnen bepalen of het cultiveren en volgen van de deugden van compassie, redelijkheid en integriteit leidt, onder ongewijzigde randvoorwaarden, tot een meer bevredigend persoonlijk leven, en hoe lang, voor wie, en wanneer. We beschikken al over de methodes en gereedschappen om dit te doen. We moeten er alleen maar aan beginnen. En eraan beginnen zou heel wat filosofisch hoofdbrekens nutteloos maken.

Maar, zegt Carrier, dat is maar één kant van de vergelijking, zoals Pigliucci tevergeefs trachtte duidelijk te maken aan Shermer. Een moreel imperatief bevat twee componenten: (a) de gevolgen van een bepaald gedrag aan de ene kant, en aan de andere kant (b) het verlangen deze gevolgen te bekomen of te vermijden. Nu is moraal volgens mij (en volgens Pigliucci) altijd een antwoord op de vraag "wat te doen?", en dus geen wetenschappelijk feit. Scientisten als Shermer en Harris denken dat als (a) eenmaal bekend is, (b) vanzelf volgt. Bijvoorbeeld: iedereen weet (toegegeven, dank zij de wetenschap van de scheikunde) dat als je je vol explosieven hangt en die ontsteekt, je de lucht in gaat (a). Het is naïef te denken dat daarmee de vraag "wat te doen" - de echte morele kwestie - "wetenschappelijk" opgelost is voor een met explosieven omhangen terrorist. Zowel Shermer als Pigliucci missen het punt volgens Carrier. De vraag die een morele wetenschap zich volgens hem moet stellen is niet wat mensen willen, maar wat ze zouden willen als ze volledig geïnformeerd zouden zijn. Hier is Carriër idealistisch (ook in de zin van niet consequent materialistisch) en naïef.

Er zijn talrijke andere voorbeelden mogelijk waar volledig geïnformeerde daden toch moreel onduidelijk of erger zijn. De meeste misdaden tegen de mensheid maken gebruik van wetenschappelijke informatie - denk maar aan bombardementen of het NSA. Maar laten we een interessant voorbeeld van Carrier zelf volgen:

Je kan designerschoenen willen, maar als je geïnformeerd bent over de kindslavernij die ze produceert, zou je verlangen naar designerschoenen kunnen verdwijnen. Kennis maakt het verschil tussen een juist of fout moreel imperatief. De materiële feiten van de wereld moeten begrepen worden zoals ze zijn, om de morele feiten van de wereld te begrijpen zoals ze zijn.

Let wel, arbeid van kinderen is altijd kindslavernij, zoals seks met kinderen altijd verkrachting is.

Het voorbeeld van Carrier is interessant, omdat mensen producten van kindslavernij hebben gebruikt gedurende 10.000 jaar, en ook vandaag zijn degenen die producten van kinderslavernij daadwerkelijk afwijzen nog steeds een minderheid. Dat hun aantal op bepaalde plaatsen stijgt is het gevolg van een groeiend bewustzijn in de samenleving, die op haar beurt veroorzaakt werd door sociaal activisme. Informatie wordt daarbij volop aangewend, maar staat niet op zichzelf, en is niet doorslaggevend. In de VS en Somalië is kinderarbeid niet eens verboden: toch is het ene land over-geïnformeerd, en het andere compleet onderontwikkeld. En waar bevindt zich het "morele feit" dat producten van kindslavernij niet aanvaardbaar zijn? Heel wat ontwikkelde en geïnformeerde libertariërs zullen je in vertrouwen vertellen dat er niets mis mee is. Wie hieraan twijfelt moet maar eens kijken op de onwelriekende site van het zeer academische Cato Institute.

Mensen als Shermer, Carrier, Harris en Dawkins vergissen zich, samen met talrijke gelovigen, als ze menen dat er een noodsituatie ontstaat als Deuteronomium niet door Jahweh gedicteerd zou zijn. Door die vergissing gaan ze op zoek naar een wetenschap die even gebiedend ("prescriptief") is als de Bijbel. De misser gaat zelfs zover dat ze vergeten dat alle echte wetenschap beschrijvend ("descriptief") is. Als wetenschappers en hun aanhang een prescriptieve wetenschap willen maken verschillen ze in niets van de hogepriesters van weleer: ook zij hadden ingewikkelde theorieën en bewerkelijke argumenten waarom hun geboden gevolgd moesten worden.

De wetenschap kan de baan van een projectiel voorspellen omdat ze banen van projectielen schier eindeloos beschreven heeft. Maar ze kan niet het toekomstige verloop voorspellen van de evolutie, de geschiedenis of een leven, laat staan wat op een doorsnee dag in een doorsnee stad plaatsvindt aan (ook morele) keuzes. Mensen bouwen vertrouwen op, vormen allianties, liegen om bestwil, veroordelen, verbreken, verzoenen en vergeven, en de toestand op één moment herhaalt zich nooit, of als dat toch ooit zou voorvallen, zouden we het niet eens kunnen weten. Eerst de laatste tijd is de experimentele economie erin geslaagd reële sociale processen te beschrijven, en de wet van vraag en aanbod was de eerste die sneuvelde. Het is niet zo dat we op weg zijn om deze processen ooit te kunnen beschrijven of voorspellen. Daartoe zouden we over een onderzoeksapparaat moeten beschikken even groot of groter dan de menselijke samenleving en die, als ze met bruikbare voorschriften wil komen, ook nog sneller moet zijn dan de realiteit. Daar heb je feitelijk een goddelijke positie voor nodig. Maar die parkeerplaats was afgeschaft, zoals je weet. We hadden al moraal lang voor Deuteronomium. Zelfs lang voor er wetenschappers en filosofen bestonden. Moraal is een onverbreekbaar aspect van een levende samenleving, en bestaat al zo lang er samenlevingen bestaan. Er is niets mysterieus aan, het is alleen te groot om in te pakken.




Bronnen:
Shermer vs. Pigliucci on Moral Science (blog Richard Carrier)



Tags: ethiek, samenleving, seculariteit, wetenschap

Zie ook het archief