hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Wetenschappelijke politiek

2 juli 2015


Arrival in Tralfamadore

N

aar het voorbeeld van "evidence based medicine" (geneeskunde steunend op bewijzen) is er een zusterbegrip aan het opkomen: "evidence based politics", misschien het best vertaald als "wetenschappelijke politiek". Nu zijn bewijzen in de geneeskunde niet zo moeilijk te vinden als men dat wil: men test een middeltje in goed uitgevoerde klinische omstandigheden, met een controlegroep en onwetende uitvoerders en testpersonen. Maar hoe kan je hetzelfde doen in de politiek?

§

Het is op zich een goede zaak dat de overheid rekening houdt met wetenschappelijke feiten; verplichte inenting voor polio is een zegen en ook in Nederland, waar het inenten van kinderen niet verplicht is, kiest 95% van de ouders ervoor. Hetzelfde geldt voor milieu en klimaat. Een massa wetenschappelijke resultaten en een overweldigende meerderheid van onafhankelijke wetenschappers laten ons toe in te schatten welke maatregelen gunstig of ongunstig zullen uitpakken.

Er mag dus geen twijfel bestaan over het nut van goed onderzoek voor een goed beleid. De twee mogen echter niet op één hoop gegooid worden. De wetenschap moet informeren; het beleid zelf, het nemen van sociale beslissingen, mag nooit in handen van de wetenschap gelegd worden. Dat is een redelijk recent inzicht. Plato verdedigde in De Staat het tegengestelde standpunt, dat in zijn tijd reeds duizenden jaren oud was en stand hield tot ver na de christelijke middeleeuwen: het bestuur van de samenleving, meende Plato, moet overgelaten worden aan deskundigen - priesters, speciaal daartoe opgevoede adel of filosofen, intelligentsia of (god)geleerden.

Hoe verleidelijk ook, er is nooit een methode ontdekt om zulke edele geesten te vinden en te behoeden voor de corruptie van de macht. Alleen controle door de hele bevolking -democratie - is bij machte om machthebbers in te perken. Ik zeg niet dat dat altijd goed afloopt, want een democratie is machteloos als de bevolking niet over kennis en controle beschikt. Maar er is geen alternatief voor democratie: zonder controle door alle burgers zal ook de edelste despoot zich op den duur afwenden van het belang van de samenleving en enkel voor zichzelf en een kleine groep getrouwen zorgen.

De democratie staat aanhoudend onder druk van gezagsargumenten - steeds meer die van de wetenschappelijke soort. Toch is het niet zo moeilijk te weten wat men moet geloven. Men moet eerst de wetenschappelijke informatie scheiden in onafhankelijke bronnen en belanghebbende bronnen. Een onderzoek naar de gezondheid van roken uitgebracht door een sigarettenmerk is onbetrouwbaar. Daarbij hangen we af van de kwaliteit van de informatie die we via de pers ontvangen - maar ook die kunnen we met gezond verstand uitfilteren.

Ik heb al eerder gewezen op neurologen die menen dat zij beter geschikt zijn dan een democratie om een samenleving te runnen, en op de gevaren van een neuropolitiek of zelfs (teruggrijpend naar de traditionele antidemocraten) van de neurotheologie. Een andere, slinksere bedreiging die liefst niet genoemd wordt terwijl ze zich als een sluipwesp ingraaft is het neoliberalisme.

Sinds het succes van de bloedige militaire dictatuur van Generaal Pinochet in Chili wordt de westerse politiek beheerst door de neoliberale ideologie, afgeschilderd als de enige wetenschappelijke politiek die de samenleving (economisch) gezond moet maken. Erwin Jans in De Wereld Morgen:

Dat jaar, 1973, is het jaar van de militaire staatsgreep van generaal Pinochet, maar ook het kantelmoment in de geschiedenis van de term ‘neoliberalisme’. Door zijn associatie met Pinochets radicale economische hervormingen verloor ‘neoliberalisme’ zijn positieve connotatie van sociale correctie op het klassieke liberalisme en werd steeds meer vertaald als ‘marktfundamentalisme’. De ‘Chicago Boys’ waren de architecten van die radicale hervormingen: snelle en uitgebreide privatisering, deregulering, reductie van handelsbarrières.

Over dit neoliberalisme in de VS zegt Noam Chomsky:

Neoliberalisme is het bepalende politieke economische paradima van onze tijd - het verwijst naar de politiek en processen waarbij een relatief handvol private belangen toegelaten wordt zoveel als mogelijk van het sociale leven te controleren om hun persoonlijk profijt te vergroten. Oorspronkelijk geassocieerd met Thatcher en Reagan, heeft neoliberalisme de laatste twintig jaar de overheersende globale politieke trend geweest bij het politieke centrum en veel van traditioneel links en van rechts. Deze partijen en de politiek die ze voeren vertegenoordigt de onmiddellijke belangen van extreem welstellende investeerders en minder dan duizend ondernemingen.
Psycholoog Paul Verhaege wijst op de gevolgen voor het individu:
Wij leven in een neoliberale samenleving waarin alles een product geworden is. Bovendien gaat dit gepaard met een koppeling aan de zogenaamde meritocratie, waarbij iedereen verantwoordelijk geacht wordt voor het eigen succes of de eigen mislukking – dit is de mythe van de self made man. Als je slaagt, heb je het aan jezelf te danken, als je mislukt ook en het belangrijkste criterium is winst, geld – het moet opbrengen, dat is de boodschap. Dit neoliberaal discours is dwingend aanwezig op alle mogelijke vlakken, het bepaalt niet alleen de economie, maar ook de zorgsector, ook het onderwijs, ook het onderzoek, ook de media. En zelfs daar stopt het niet: het neoliberalisme heeft ondertussen onze identiteit ingekleurd, waardoor het nagenoeg onzichtbaar geworden is. Vandaar ook het idee dat dit het einde van de geschiedenis zou zijn, het punt waar we alle ideologieën kunnen opdoeken omdat het neoliberalisme zich aandient als een weergave van de mens ‘zoals hij is’. De mens is nu eenmaal egoïstisch en corrupt, zo luidt het, enkel uit op eigen voordeel en genot en altijd in concurrentie met de ander – survival of the fittest, selfish genes, weet je wel? Wie daar anders over denkt, is naïef en dom. Get real, dat is het ironische bevel. Dezelfde ironie ligt in de zogenaamde Real Politik, ironie omdat een dergelijke politiek de realiteit waarbij ze pretendeert te vertrekken, gemaakt heeft. In dezelfde beweging heeft men de vorige realiteit zodanig vernietigd dat die voor de jongere generatie letterlijk ondenkbaar is. De slogan van Margaret Thatcher: ‘There is no such a thing as society’ is dertig jaar na datum overtuigend gerealiseerd.

Men doet het voorkomen alsof alle andere economische systemen jammerlijk mislukt zijn en er geen alternatieven bestaan, terwijl het eerder andersom is: tot op heden hebben enkel gemengde economieën - vrije markten met een sturende overheid en met de bescherming van elk individu - bewezen dat ze een goede samenleving tot stand kunnen brengen en in stand kunnen houden. Vandaag zien we in het Griekse fiasco, net als ten tijde van Pinochet, de strijd tussen het neoliberalisme en de democratie - tussen aangestelde lakeien en verkozen leiders.

Het is veelbetekenend dat niemand zichzelf graag neoliberaal noemt, en dat de hevigste aanhangers ook de hevigste ontkenners zijn. Zo worden propagandaboekjes gedrukt die terzelfder tijd stellen dat neoliberalisme niet bestaat, én dat alle verwijten ertegen onterecht zijn. Neoliberalisme is in zijn hedendaagse betekenis een beschrijvende term, en niet bepaald een vleiende. Het beschrijft de wereld waar bankiers, ondernemers en hun politici van dromen: een wereld waar winst de wet is, en sociale maatregelen enkel schadeposten. Deze neoliberale visie wordt aanhoudend in vraag gesteld door ernstige economische wetenschappers en filosofen, maar hun stem wordt overstemd en weggehoond.




Bronnen:
Evidence-based policy making:What is it? How do we get it? (Australië gov)
Profit Over People: Neoliberalism and Global Order (Noam Chomsky)
Tampering With the Evidence: A Critical Appraisal of Evidence-Based Policy Making
The Campbell Collaboration
Coalition For Evidence based Policy
Het neoliberalisme: een spookverhaal? (Erwin Jans DWM)
Afbeelding: Arrival in Tralfamadore (Brummbaer 2010)



Tags: actueel, ethiek, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief