hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Rationele idioten (Amartya Sen)

21 juli 2015


Amartya Sen

F

ilosoof en econoom Amartya Sen - ontvanger van de Nobelprijs Economie 1998 - is een belangrijk criticus van de huidige wurg-ik-of-wurg-jij economie die vulgair egoïsme tot eredienst verheft en daardoor hele naties in het verderf stort, van Irak tot Griekenland. Zijn essay "Rational Fools" is geen schelden naar hen die dit soort economie verdedigen, maar een verdere analyse van het mensbeeld dat deze verdedigers aanhouden: dat van een puur uit "rationeel egoïsme" handelende economische speler. En hoe we ons mensen voorstellen heeft direct verband met hoe we met hen omgaan.

§

Het is een dogma van de klassieke economische theorie dat individuele spelers [agents] enkel worden bewogen door eigenbelang. Dit grondbeginsel duikt vandaag weer op als thema van het neoliberalisme. Toch, meent Sen, geloofde men in de negentiende eeuw niet dat zo'n spelers ook in de echte wereld bestonden. Edgeworth bijvoorbeeld meende dat zijn 'economische calculus' enkel gold voor de beperkte domeinen van handel en oorlog. Sidgwick verdedigde dat mensen gedreven worden door een mengeling van egoïsme en utilitarisme en dat alleen religie beide kon verzoenen.

Amartya Sen schrijft hierover:

Edgeworth meende dat hij de aanvaardbaarheid van "egoïsme" had bewezen voor zijn speciale onderzoeksgebied door "utilitarisme" te verwerpen als beschrijving van werkelijk gedrag. Maar utilitarisme is verre van de enige vorm van niet-egoïstisch gedrag. Bovendien ligt tussen de wensen van de éne en de wensen van allen een hele reeks wensen van groepen zoals de familie, vrienden, gelijken, de lokale gemeenschap, de economische en sociale klasse. De concepten van familieverantwoordelijkheid, ethisch ondernemen, klasse-bewustzijn enzoverder houden verband met de belangen van deze tussengroepen. Na het afwijzen van utilitarisme rest er dus nog wel meer dan enkel egoïsme. En het belang ervan bij economische onderhandelingen en contracten kan moeilijk ontkend worden.

Ook omstreeks die tijd verdedigde Herbert Spencer dat "het algemene geluk voornamelijk bereikt wordt door het streven naar geluk van individuen; terwijl, omgekeerd, het geluk van individuen voor een gedeelte bereikt wordt door het streven naar algemeen geluk." In tegenstelling tot deze wat vage bewering bood Edgeworth een scherpere analyse steunend op een strikter model. Wiskundig kan worden aangetoond dat dit model tot optimale verdeling leidt, maar enkel als alle spelers vertrekken met een mooi aandeel. De adder onder het gras is dat wie arm en behoeftig is aan het begin van de oefening, dat volgens dit model waarschijnlijk ook blijft. Edgeworth meende om die reden dat voor een "utilitaristisch goede samenleving" naast competitie ook arbitrage nodig is.

Na verloop van tijd is de denkbeeldige 'rational agent' onderdeel geworden van de economische beschrijving van de samenleving, zegt Sen. Deze opvatting over de egoïstische mens...

...is geworteld in de vraag zelf, en er is geen ruimte om deze opvatting te verlaten zolang men zich erop toelegt deze vraag te beantwoorden. De natuur van de mens in deze hedendaagse economische modellen blijft daardoor algemene filosofische vragen uit het verleden weerspiegelen.

Volgens een recente "theory of revealed preferences" is het niet zo moeilijk vast te stellen of een speler egoïstisch handelt: men vertrekt van de opvatting dat alles wat ie doet in het eigen belang is, zodat egoïsme niet de conclusie, maar het vertrekpunt is. Daarbij worden tal van factoren die een keuze meebepalen, waaronder ook psychologische, niet in rekening gebracht. De theorie van "rationeel economisch gedrag" leidt tot een patstelling: het is onduidelijk of ze testbaar is, of ze getest is en of ze daarbij geldig of ongeldig is gebleken.

Sen meent dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen medeleven (sympathy) en inzet (commitment). Een beslissing gebaseerd op medeleven (of haar negatieve vorm: afkeer) heeft het eigen welbevinden tot doel. Een beslissing op basis van inzet verwacht gevolgen niet voor de eigen persoon: het drijft een wig tussen eigen welbevinden en iets anders. Een van de redenen waarom economen niet begrijpen hoe het er in bedrijven aan toe gaat, zegt Sen, is dat werknemers zich niet "rationeel" gedragen, maar werken met commitment, inzet. Een bedrijf volledig laten werken enkel aangedreven door het persoonlijk voordeel van elke betrokkene is een hopeloze zaak. Een systeem bevat ook wederzijds vertrouwen en verantwoordelijkheidszin, uiteraard binnen bepaalde grenzen.

De hedendaagse economie kent te weinig structuur toe aan de individuele speler. Die zou maar over één simpel lijstje van gerangschikte voorkeuren beschikken, dat alle belangen, welzijn, drijfveren voor wat gedaan moet worden, en alle mogelijke keuzes en gedrag moet bevatten. Kan een lijst met voorkeuren dit allemaal doen? Een individu dat zo beschreven wordt kan "rationeel" zijn in beperkte zin, maar zonder toegang tot al deze verschillende concepten is het slechts een soort idioot. De zuivere economische mens is een sociale debiel (moron).

Economische theorieën hebben zich te veel beziggehouden met deze rationele idioot, bekleed met de glorie van een allesopener van voorkeuren. Om menselijk gedrag ruimer te kunnen omschrijven moeten men minstens een onderscheid maken tussen ethische en subjectieve voorkeuren: de eerste steunen op sociale bezorgdheden, de andere op persoonlijke noden. Maar ook deze splitsing volstaat niet. Sen meent dat er een veelheid aan rangschikkingen nodig is, die op hun beurt weer een rangorde (een metaranking) vormen. Men kan voor zichzelf opkomen zonder om te kijken, of voor een vriend en daarmee al dan niet onrechtstreeks voor zichzelf, of men kan kiezen voor een doel in de grotere samenleving waar geen persoonlijk voordeel of nadeel van verwacht wordt, zoals hogere taksen of een strenger immigratiebeleid.

Amartya Sen verdedigt dat commitment (inzet voor een doel dat vreemd is aan eigen belang) moet toegevoegd worden aan het mensbeeld van de homo economicus, de rational agent van de klassieke economen die Sen als een rational fool bestempelt. Daarmee bestrijdt hij ook de eenvoudige splitsing tussen egoïsme aan de ene kant en een universele moraal aan de andere kant. Tussen het universele en de individuele persoon staan groepen zoals een klasse of een gemeenschap, die de focus zijn van heel wat menselijke beslissingen. Deze beslissingen zijn afhankelijk van afwegingen in een veelvoud aan contexten.




Bronnen:
Rational-Fools: a Critique of the Behavioral Foundations of Economic Theory (Amertya Sen)



Tags: actueel, ethiek, religie, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief