hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Big Pharma

13 april 2016


Foute farma

W

e leven in een tijd van explosieve massificatie, steeds snellere massavorming. Dat gaat van mensen, bijvoorbeeld het publiek bij evenementen of slachtoffers van geweld, tot gewone dingen zoals voedselblikjes en telefoons. Er wordt wel eens gezegd dat als een kind gevraagd wordt waar melk vandaan komt, het niet antwoordt "koe" maar "supermarkt". En het kind heeft enigszins gelijk. Industriële bedrijven zijn de nieuwe tempels.

§

Ook de farmaceutische industrie produceert steeds massaler. Ben Goldacre, wetenschappelijk columnist bij The Guardian, heeft jaren besteed aan zijn onderzoek naar "Big Pharma". Zijn boek is nu ook in het Nederlands vertaald door Marjolein Stoltenkamp ("Foute Farma"). Hier een paragraaf uit de inleiding, die samenvat welke wantoestanden Goldacre bloot legt. In het boek wordt feitenmateriaal aangeleverd dat elk statement in dit citaat ondersteunt:
Medicijnen worden getest door de mensen die ze fabriceren, met behulp van slecht opgezette tests met hopeloos kleine aantallen ongewone, niet—representatieve patiënten. Die tests worden geanalyseerd met gebrekkige technieken, en wel zo dat de heilzame werking van de behandeling wordt overdreven. Het is niet verrassend dat ze tot resultaten leiden die voor de fabrikant gunstig zijn. Wanneer tests resultaten opleveren die bij farmaceutische bedrijven niet in de smaak vallen, hebben die bedrijven het volste recht die resultaten voor artsen en patiënten verborgen te houden, dus we krijgen altijd alleen maar een vertekend beeld van de werkelijke effecten van medicijnen te zien. Regulerende instanties zien het grootste deel van de testgegevens wel, maar alleen de gegevens uit de beginfase, en zelfs die tonen ze niet aan artsen en patiënten, en evenmin aan andere overheidsinstanties. Dit vervormde bewijsmateriaal wordt vervolgens gepubliceerd en al even vervormd toegepast. Artsen oefenen na voltooiing van hun medische studie veertig jaar lang hun praktijk uit, en krijgen informatie over de werking van medicijnen via traditionele, mondelinge overdracht ad hoc, via vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie en via collega’s of wetenschappelijke tijdschriften. Maar die collega’s worden soms, en vaak in het geheim, door farmaceutische bedrijven betaald, en dat geldt ook voor de wetenschappelijke tijdschriften en voor patiëntenverenigingen. En ten slotte: wetenschappelijke artikelen, waarvan iedereen denkt dat ze objectief zijn, worden vaak heimelijk gepland en geschreven door mensen die rechtstreeks in dienst zijn van de farmaceutische industrie, maar daar wordt geen ruchtbaarheid aan gegeven. Een wetenschappelijk tijdschrift is soms geheel in eigendom van één farmaceutisch bedrijf. Afgezien van dit alles hebben we er geen idee van wat de beste behandeling is voor enkele van de belangrijkste en hardnekkigste medische problemen, omdat niemand er financieel belang bij heeft om op dat gebied tests uit te voeren. Al deze genoemde problemen bestaan nog steeds, en ook al wordt beweerd dat een groot deel ervan is opgelost, toch hebben die oplossingen voor het merendeel geen uitweg geboden. Dus al deze problemen blijven bestaan, en ze zijn erger dan ooit omdat we net kunnen doen of nu eindelijk alles in orde is.

Enkele voorbeelden.

In het eerste hoofdstuk worden valse testresultaten besproken. De industrie laat ongunstige resultaten verdwijnen, en hangt zo een te positief beeld op van haar geneesmiddelen. Nadat het verplicht werd de financiering van testen openbaar te maken, konden onafhankelijke wetenschappers vaststellen dat testen gefinancierd door de industrie tot 20 maal meer kans boden op een positief resultaat dan onafhankelijke testen. En niemand heeft ooit stappen ondernomen om dit recht te zetten: ethische commissies en universiteiten hebben ronduit gefaald.

Het tweede hoofdstuk snijdt onder meer het gebruik van proefpersonen aan. Dit zijn vandaag doorgaans betaalde vrijwilligers, en in de VS zijn er zelfs beroepsproefpersonen, die een inkomen hebben dat lichtjes hoger is dan het bestaansminimum. Maar hoe vrijwillig iemand handelt die in armoede leeft, is een ethische kwestie. In Afrika en de VS, schrijft Goldacre, worden medicijnen uitgetest op mensen die zich nooit zelf medicijnen zullen kunnen veroorloven.

In het derde hoofdstuk wordt het afleveren van vergunningen besproken. Regulerende instanties onderzoeken niet of het nieuwe geneesmiddel beter is dan de bestaande - de enige vraag die een patiënt zich stelt - maar of het beter is dan een placebo - dan niets. Dit oordeel is gestoeld op gegevens aangereikt door de fabrikant, en dikwijls op resultaten van bloedtesten die naast de kwestie zijn ("surrogaat-resultaten"), zonder dat zulks aangeeft of de patiënten ook beter of langer leven. Het is duidelijk dat het hier niet om de zieke gaat, maar om de investeerder.

Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op de testmethodes.Er zijn slimme trucs, dubieuze situaties en elegante misstappen op het randje, zoals onderzoekers die alleen de "mooie" resultaten tonen. Maar er is ook plat bedrog, zoals onderzoekers die testen rapporteren die nooit hebben plaatsgevonden. Bij een metaonderzoek uit 2009 bleek dat één derde dubieuze praktijken toegat, terwijl men aangaf dat van de collega's zeventig procent sjoemelde.

In het vijfde hoofdstuk verdedigt Ben Goldacre, die zelf arts is, dat artsen permanent zouden samenwerken om de echte resultaten van medicijnen te registreren - iets wat verbazend genoeg zelden of nooit gedaan wordt, maar nu, met het opzetten van elektronische patiëntendossiers, makkelijk te verwezenlijken is. Goldacre noemt een test van twee bloeddrukverlagende middelen, die beide hetzelfde effect hadden op de bloeddruk, maar waarvan slechts één echt hartaanvallen kon voorkomen. Het nieuwste en duurste van de twee had amper effect op de gezondheid van de patiënten. Tientallen miljoenen patiënten, zegt Goldacre, nemen vandaag medicamenten die hun leven in gevaar brengen.

In het zesde en laatste hoofdstuk wordt de rol van marketing onder het vergrootglas gelegd. De arts wordt bij het voorschrijven van een geneesmiddel behalve door zijn kennis ook beïnvloed door de patiënt, door de verzekeraar en door de fabrikant. Iemand heeft uitgerekend dat het een arts 29 uur per dag zou nodig hebben om alle nieuwe artikelen in de vakpers te lezen. Een flink deel van deze artikelen wordt geschreven door commerciële schrijvers en ondertekend door wetenschappers. Bovendien schromen fabrikanten niet om geld toe te schuiven aan wetenschappelijke tijdschriften en gezondheidsorganisaties. Een farmaceutisch bedrijf geeft ongeveer tweemaal zoveel uit aan marketing en reclame dan aan onderzoek en ontwikkeling van geneesmiddelen. Het is dan ook geen verrassing dat bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk elk jaar 1 miljard pond verloren doordat generieke medicamenten niet overal worden voorgeschreven waar ze bestaan.

Tot zover een snel overzicht van het boek.

Massaproductie in een vrije markt heeft ongetwijfeld voordelen. Processen worden aanhoudend verbeterd, en meer mensen dan ooit tevoren genieten comfort en gezondheid. Maar er zijn ook gevaren als de samenleving zich zonder controle overgeeft aan de winsthonger die de enige drijfveer is op de vrije markt. Het publiek aanvaardt niet alleen deze winsthonger, maar wordt meegesleurd in een neoliberale ideologie van geheiligde zelfzucht, permanente oorlog en het recht van de sterkste. Het gezonde eigenbelang van de consument wordt afgewezen in naam van het eigenbelang van de ondernemer, onder het mom van een of andere metafysische noodzakelijkheid.




Bronnen:
Foute farma - Ben Goldacre
Blog Dr. Ben Goldacre
Guinea Pig Zero (van en voor menselijke proefkonijnen)
Rationally Speaking podcast (Pigliucci): Ben Goldacre on Bad Pharma



Tags: actueel, ethiek, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief