hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Bronnen van kennis: China

22 mei 2016


Chineese keizer Kangxi

H

oe China gedacht en gewaardeerd werd wisselde sterk in de loop van de geschiedenis. Gedurende een groot deel van de Verlichting, en vooral tijdens de regering van Kang xi (1662-1722) werd China bewonderd in Europa. Verlichtingsdenkers correspondeerden ijverig met de jezuïeten die China bezochten. Het confucianisme was een centraal thema in deze uitwisselingen.

§

Twee filosofische aspecten van het Chinese keizerrijk trokken vooral de aandacht.

Het eerste was de atheïstische, door mensen ontwikkelde ethiek, die verrassend eenvoudig, humaan en werkbaar leek. Deze ethiek werd volledig aan Confucius ("een wijze, geen profeet") toegedicht, en zou een grote invloed hebben op de ontwikkeling van het deïsme in Europa. Het deïsme verschilde hierin van Confucius, dat het de christelijke schepping niet afwees, maar stemde er hierin mee overeen, dat er in de natuurlijke gang van zaken geen ruimte was voor goddelijke wispelturigheid. Bijgevolg kon (en mocht) de natuur met de rede onderzocht worden.

Godloze ethiek had het Westen bereikt eeuwen na Azië, in de tijd van de Romeinse epicuristen en stoïcijnen. Maar deze wijsheid werd alweer diep begraven tot tijdens de Renaissance hun geschriften terug ontdekt werden. China leverde nu het onomstootbaar bewijs dat er geen goddelijke dreigementen nodig zijn om mensen moreel te laten handelen.

De anonieme auteur (vermoedelijk de jurist Louis Cousin, 1627-1707) van "La morale de Confucius, philosophe de la Chine" omschrijft de leer van Confucius als volgt:

Men kan zeggen dat de moraal van deze filosoof oneindig subliem is, maar terzelfder tijd ook eenvoudig, met gezond verstand en geput uit de zuiverste bronnen van de natuurlijke rede.
Met zekerheid had de rede bij ontstentenis van het licht van de goddelijke openbaring nooit zo ontwikkeld en zo overtuigend geleken. Er is geen morele plicht waarover Confucius niet spreekt, er is er geen die hij ontwijkt. Hij ontvouwt zijn moraal, maar voert haar niet verder dan noodzakelijk is. Zijn oordeelsvermogen laat hem zover gaan als nodig, maar niet verder.
Daarin schuilt een aanzienlijk voordeel, niet enkel ten overstaan van heidense schrijvers, maar ook ten overstaan van talrijke christelijke auteurs, die zovele foute of al te subtiele gedachten hebben. Die bijna overal plichten ontdekken, die zich overgeven aan de vruchten van hun verbeelding, die zich niet houden aan het juiste midden waar de deugd zich ophoudt, die haar door hun foute weergave onmogelijk maken, en bijgevolg weinig deugdzame mensen voortbrengen.

Voltaire (1694-1778) had in zijn werkkamer een gravure van Helman opgehangen, die Confucius afbeeldde. Eronder prijkte dit lofdicht:

Weldoend vertolker van de zuivere rede
De geest verlichtend zonder te verblinden.

Hij sprak slechts als wijze en nooit als profeet
En men geloofde hem toch, zelfs in eigen land.

Naast de ethische dimensie vond de Verlichting bij de Chinese filosofie ook de aanzet voor een nieuwe natuurkunde. Hierover schreef de befaamde sinoloog Karel van de Graaf een interessant hoofdstuk in Wereldfilosofie, met name het hoofdstuk Leibniz en China (p.146).

In tegenstelling tot de Indische en westerse traditie waren de vier (of vijf) elementen in de Chinese filosofie geen onveranderlijke substanties, maar krachten en processen: Water brengt hout voort, hout vuur, vuur aarde (asse), aarde metaal, metaal (door smelten) water. Dit procesdenken vloekte met het cartesiaanse wereldbeeld, maar paste mooi bij de monadologie van Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) en bij de filosofie van Spinoza die stelde dat god niet anders was dan de kracht van de natuur. Uiteindelijk zou het ook een prelude blijken tot de hedendaagse quantumfysica en wetenschappelijk systeemdenken.

Een van de bewonderaars van Confucius was Franciscus van den Enden (1602-1674) die in Parijs terechtgesteld werd voor zijn aandeel in een samenzwering tegen Lodewijk XIV. Van den Enden was de leermeester van Baruch de Spinoza. Niet zonder reden richtten Nicolas Malebranche(1638-1715) en Pierre Bayle(1647–1706) hun kritieken in één adem op zowel Spinoza als Confucius, alsof het om dezelfde leer ging.

De bewondering voor China zou slechts tanen wanneer de Verlichting een politieke (logischerwijs democratische) beweging werd. De eerste aanval kwam van Montesquieu (1689-1755), die met de scheiding der drie machten (wetgeving, rechtspraak, uitvoering) alle despoten aanviel, en het Chinese keizerschap niet spaarde.

Naschrift

Dit is het achtste en misschien het laatste blog over de historische bronnen van hedendaagse kennis. Dus een goede gelegenheid voor een disclaimer. Ik heb getoond hoe de ontwikkeling van kennis doorheen de geschiedenis niet een louter Europese prestatie was, die zich afspeelde temidden een woestijn van onwetendheid, maar dat op alle werelddelen werd onderzocht en bijgedragen aan het peil van kennis dat zich vandaag door economisch-geografisch toeval heeft verzameld in Europa. Maar het is slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk de herkomst en verspreiding van een bepaalde kunst te volgen vanaf haar oorsprong, zoals dat kan met paardrijden, metallurgie, landbouw... Voor het allergrootste deel van de vooruitgang moeten we tevreden zijn met het inzicht dat de hele mensheid, door haar algemene aard, aan een of andere wijze meewerkte en bijdroeg aan het grote proces van de vooruitgang. Dat is mijn belangrijkste conclusie.




Bronnen:
CHINESE DENKEN geschiedenis van de Chinese filosofie in hoofdlijnen (Karel van der Leeuw)
Wereldfilosofie - Wijsgerig Denken In Verschillende Culturen
Bestudeerde Spinoza het werk van Confucius? (blog - zie ook de reacties)
Images de la Chine dans l’oeuvre de Voltaire (Lourdes TERRÓN-ARBOSA)
La Morale de Confucius, philosophe de la Chine (1688 - toegeschr. Louis Cousin))



Tags: ethiek, religie, samenleving, seculariteit, wetenschap

Zie ook het archief