hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Dat had je gedacht! - Brein, bewustzijn en vrije wil (Marc Slors)

25 augustus 2016


Marc Slors

M

arc Slors, hoogleraar cognitie-filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, schreef dit boek met de vraag in gedachten wat we aanmoeten met de resultaten van het neurowetenschappelijk onderzoek van de laatste decennia. De ondertitel "Brein, bewustzijn en vrije wil in filosofisch perspectief" dekt daarom niet helemaal de lading. Slors wil vooral kritisch zijn over wat we bedoelen met vrije wil. Het is een moeilijke maar vruchtbare evenwichtsoefening geworden. Vooral het gedeelte over het bewustzijn en het zelf, waarover toch wel veel verwarring bestaat, is verhelderend.

§

De eerste hoofdstukken zijn gewijd aan proeven zoals die van Benjamin Libet, die aangeven dat er al hersenactiviteit is in de pre-motorische cortex (het gedeelte van de hersenschors waar bewegingen voorbereid worden) nog voor we bewuste beslissingen nemen.

Een eenvoudige en schokkende conclusie daarbij zou kunnen zijn dat we feitelijk automaten zijn zonder eigen wil - een sensationele kreet die zich heeft vastgezet in ons dagelijks denken. De tijd gemeten tussen de eerste hersenactiviteit en de beslissing een knop in te drukken varieerde naargelang de onderzoeksmethode van 0,1 tot 7 secondes. Slors noemt deze experimenten betrouwbaar, en dat zijn ze ook op zichzelf beschouwd, maar hij schenkt te weinig aandacht aan het feit dat de onderzoekers niet zo goed weten wat ze juist meten. Dat er activiteit is in de hersenen is vanzelfsprekend, want waar zou onze beslissing anders vandaan komen. Maar niemand weet wat de hersenactiviteit die gemeten wordt juist betekent, hoe beslissingen in de hersenen herkenbaar zijn en waar ze moeten gezocht worden. Men meet "iets", en aangezien dat iets de bewuste beslissing voorafgaat, zal dat wel de "echte" beslissing zijn.

De experimenten van Hayes gaan niet over de beslissing een knop in te drukken, maar over de keuze welke van twee knoppen in te drukken. Slors vermeldt dit experiment, maar zegt niet dat slechts in 65% van de gevallen de hersenactiviteit samenviel met de keuze, en dat gemeten over een periode van ettelijke seconden.

Benjamin Libet zelf stelde dat het bewustzijn een veto kan stellen tegen de uiteindelijke beslissing. De Amerikaanse filosoof Alfred Mele heeft deze gedachte verder uitgewerkt, en Marc Slors schrijft dat die interpretatie vandaag aan terrein wint:

De onbewuste hersenactiviteit die voorafgaat aan de bewuste episode vlak voor ons handelen, is dus zoiets als een neiging om te handelen. De werkelijke beslissing wordt volgens Mele echter in de bewuste periode genomen. Dat idee is opmerkelijk goed in overeenstemming met Libets eigen ideeën over het bewuste vermogen een veto uit te spreken over een aankomende handeling. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het bewust geen veto uitspreken samenvalt met de beslissing een handeling uit te voeren.
[...]
Door het verschil tussen neigingen en beslissingen expliciet te maken (wat Libet niet doet) kan Mele zeggen dat alle onbewuste invloeden op de uiteindelijke beslissing vallen in de categorie 'neigingen' terwijl de echte beslissing bewust valt.

Verder bespreekt Marc Slors de experimenten en ideeën van Wegner, die hij naar mijn mening meer belang toedicht dan verdiend. Wegner heeft aangetoond dat we dikwijls wat verzinnen over wat we doen. Zo heeft hij in een beroemd geworden experiment aangetoond dat als we met een computermuis een cursor laten bewegen, we kunnen denken dat we de aanstuurder zijn als we dat in werkelijkheid niet zijn.

Marc Slors besluit:

Samen met de bevindingen van Libet uit het vorige hoofdstuk vormt het idee dat bewuste intenties geen oorzaak van handelingen zijn een giftig cocktail. Aan het ende van het vorige hoofdstuk bleken Libets resultaten het idee dat bewuste intenties onze handelingen sturen niet tegen te spreken. Mele stelde dat we de onbewuste hersenactiviteit die in eerste instantie leidt tot een handeling moeten zien als de neiging die handeling uit te voeren, en niet als de intentie of beslissing. Daarmee leek de rol va, bewuste intenties gered. Een voorwaarde voor het succes van Meles project is echter dat die bewuste intenties daarna ook daadwerkelijk de oorzaak zijn van ons handelen. Het is precies die voorwaarde die wordt ondergraven [door Wegner].

Net zoals Wegner en Sam Harris lijkt Slors te denken dat de meeste of alle redenen die we geven achteraf verzonnen zijn. Nochtans was dit slechts het geval bij de helft van de proefpersonen van Wegner's experiment. Daarbij moet men bedenken, dat het experiment met opzet misleidend was. Dit wordt zelden vermeld, ook niet door Slors.

Denken is niet anders dan ontbrekende gegevens afleiden uit wat men al weet. Tenzij in het geval van ziekelijke mythomanie zijn deze confabulaties aanvullingen die dikwijls nuttig zijn en soms misleidend. We kunnen elke dag vaststellen dat we de cursor van onze PC werkelijk besturen, we onze sleutels terugvinden waar we ze echt achterlieten, dat wanneer een familielid naar de supermarkt geweest is er te eten zal zijn enzovoort.

Het boek wordt interessanter wanneer Slors de vraag opwerpt, of we niet met een foute opvatting zitten van wat bewustzijn is. In de westerse traditie bedoelen we met "ons bewustzijn" ons "zelf", en dat klopt niet. Libet en Wegner, zegt Slors, hadden het over wat het bewustzijn wel of niet doet, en stelden dat bewustzijn gelijk aan wat of wie we werkelijk zijn. Dat is de misvatting van Descartes: de geest (het bewustzijn) staat apart van het lichaam en is er de kapitein van. Wanneer we aannemen dat ons bewustzijn ons "zelf" is, en we tonen vervolgens aan dat dat bewustzijn onze keuzes niet zou maken, zullen we ten onrechte besluiten dat ons "zelf" geen vrije wil heeft.

Wie of wat zijn "we"? Veel hersenwetenschappers, zegt Slors, stellen het "ik" gelijk aan het "bewustzijn". Zo beschreef John Locke het bewustzijn als een ononderbroken stroom van herinneringen, wat leidde tot de "stream of consiousness" van William James en James Joyce. Men zou Libet, Lamme en Wegner kunnen betitelen als "neolockianen", schrijft Slors. Toch is die bewustzijnsstroom niet zonder problemen. Herinneringen zijn altijd reconstructies - als ze al niet verloren zijn gegaan, en er zijn ook stromen van al dan niet bewuste voornemens.

Soms doet iemand alledaagse dingen - een bal oprapen, iemand toeknikken of een pad inslaan - "zonder er over na te denken", "afwezig" of "verstrooid". Kunnen we zeggen dat die persoon die dingen niet "zelf" gedaan heeft, omdat die er zich niet voldoende bewust van was? Het "zelf" is grotendeels onbewust, maar in het dagelijkse leven beschouwen we onbewuste intentionele handelingen als handelingen van iemands "zelf".

Hier verwijst het boek naar een aantal filosofen die getracht hebben de vinger te leggen op wat dit "echte zelf" dan wel is - zonder doorslaggevend resultaat. Sommigen rekenen er alleen bewuste intenties bij (Harry Frankfurt), anderen noemen het een narratief van iemands persoonlijke geschiedenis (Marya Schechtman) of iemands karakter, normen en waarden (Charles Taylor). Zeker is dat verschillende culturen met andere narratieven werken: sommige hebben drie zielen, andere rekenen de spijsvertering bij de geest, en nog andere hebben geen idee van bewustzijn, of zien het persoonlijke "zelf" verbonden met de groepsidentiteit. (In een voetnoot verwijst Slors naar The history of the concept of mind van P.S.Macdonald). De conclusie van Marc Slors is dat onze neurologen en filosofen te veel nadruk hebben gelegd op het bewustzijn, alsof dat, een beetje in navolging van de ziel bij Descartes, het echte "zelf" is. En als we niet weten wat of hoe het zelf is, heeft het ook niet veel zin te vragen naar de vrije wil.

Om toch een beetje vat te krijgen op de verhouding tussen zelf en bewustzijn voert Slors twee begrippen in. Het eerste van deze begrippen is zelfprogrammatie: bewuste gedachten kunnen het onbewuste ik trainen voor terugkerende handelingen, en voeden met toekomstplannen. Het tweede begrip is zelfinterpretatie: onze handelingen worden hierdoor geregistreerd en indien nodig bewust gemaakt. Het onbewuste ik wordt dan de stuurman die het roer in handen heeft; de zelfinterpretatie en de bewuste gedachten zijn dan niet langer de kapitein, maar de navigators.

Dit boek is zeker niet het laatste woord in het debat rond bewustzijn en vrije wil, maar bevat boeiende ideeën en zet een aantal culturele vooroordelen op de helling waar ook neurologen nog niet van verlost zijn.

Bronnen:
Dat had je gedacht - Brein, bewustzijn en vrije wil in filosofisch perspectief (Marc Slors)
Libet Experiments (The Information Philosopher)



Tags: bewustzijn, wetenschap

Zie ook het archief