hoofdmenu
Sigers Weblog

none yet

Artificiële intelligentie

29 october 2016


Artificiële intelligentie

E

r heerst een ongebreideld optimisme over de snelle verwezenlijking van kunstmatige intelligentie en over haar toepassingen. Binnenkort zullen machines ons genezen, opbeuren en vermaken. Terzelfder tijd weerklinkt angst: wat als we wezens maken die intelligenter zijn dan wij? Zullen zij ons blijven dulden?

§

Volgens Genesis vreesden de goden dat de toren ven Babylon tot boven de wolken - hun rustplaats - kon rijzen. Uit angst sloegen ze de wereldstad met meertaligheid. Breugel wist meer: hij beeldde de toren af als een welhaast voltooid bouwwerk, dat boven de wolken reikte. Geen spoor van goden of hun angst.

Naar mijn bescheiden mening staan we lang niet op de rand van een doorbraak op gebied van kunstmatige intelligentie. Waar men het vandaag over heeft is electronisch rekenen, of "uit het geheugen rekenen". Dat kunnen intelligente wezens en automaten kunnen het veel beter. Dit volstaat echter niet om over "intelligentie" te mogen spreken. Niet dat we nooit machines met echte intelligentie zullen bouwen, maar vandaag zijn we daar niet eens aan begonnen, ondanks alle drukte op universiteitsfaculteiten, op conventies en congressen en in de hoofdkwartieren van PR⁻bewuste ondernemingen.

Een schaakcomputer is niet intelligent zoals we mensen intelligent noemen. Menselijke intelligentie is ook niet zoiets als schaken toegepast op andere activiteiten. Het blijft rekenen, en intelligentie is waarnemen en oordelen, vooral van menselijke activiteit. Intelligentie is sociaal. Intelligentie vindt veeleer plaats tussen ons dan in isolatie. Een wetenschappelijk onderzoeker maar ook een piloot of een vakman steunen op wat honderden of duizenden anderen deden in het verleden en het heden.

Zo schreef James L. McClelland, professor psychologie aan Stanford in 2009:
Nog een bijkomende stap is de noodzaak te begrijpen wat de rol is van verzorging, cultuur en opvoeding in het structureren van menselijke kennisvermogens. Menselijke mentale vermogens zijn diepgaand gevormd door ervaring, en deze ervaring is gestructureerd door sociale en culturele gebruiken en overheidsinstellingen.

McLelland wijst er op dat om een computer te laten schaken als een mens, die ook gevoelig zou moeten zijn voor de kleinste reacties van omstaanders die op iets kunnen wijzen in het verloop van het spel. Dit brengt ons bij het kernprobleem: intelligentie (en bij uitbreiding, bewustzijn) is niet één functie, zij is een samenwerking van talrijke uiteenlopende sociale kwaliteiten.

Merlin Donald

Om dit te illustreren en meteen enig realisme te bepleiten bij het spreken over AI heb ik deze tabel uit A mind so rare van Merlin Donald nog eens teruggezocht. Ze geeft aan de hand van talrijke experimenten de mogelijkheden van het menselijke bewuste brein weer, vergeleken met onze naaste familie. AI-adepten zouden dit tabelletje als uitgangspunt kunnen nemen voor een ontwikkeligsprogramma voor kunstmatige intelligentie. Indien menselijke intelligentie niet onmiddellijk haalbaar is, zou die van een klein aapje al een enorme verwezenlijking zijn.

Bronnen:
Etienne Vermeersch: 'Doorbraak artificiële intelligentie belangrijkste nieuws van het jaar'
A Mind So Rare: The Evolution of Human Consciousness (Merlin Donald Ph.D. )
Is a machine realization of truly human-like intelligence achievable? (McClelland)



Tags: actueel, bewustzijn, ethiek, evolutie, samenleving, wetenschap

Zie ook het archief